Leringen\ God en zijn schepping...

Er zijn in het Indiase religieus-filosofische denken drie opvattingen over de verhouding tussen God en de schepping, namelijk dvaita, visishtadvaita en advaita.

Dvaita of dualisme is dat bewustzijn waarmee je alles ervaart als afgescheiden van jezelf. Dit is ego-bewustzijn. God en de schepping zijn twee. De mens is dus afgescheiden van God en dat zal ook zo blijven. Wij zijn zijn dienaren.

Visishtadvaita of speciaal monisme is dat bewustzijn waarmee je God en de schepping ervaart als aspecten van hetzelfde. God bestaat en de mens bestaat in hem. Wij zijn niet gelijk aan God, maar bestaan in God. De mens ziet zich hierbij als een kind van God.

Advaita of monisme is dat bewustzijn waarmee je God en de schepping ervaart als één. Er is geen ego-besef. Er bestaat niets behalve God. De mens is God met daaraan toegevoegd een tijdelijke naam en vorm. Uiteindelijk zal hij weer volledig opgaan in God, de bron waaruit hij is voortgekomen. Deze opvatting heet Vedanta, hetgeen letterlijk betekent 'het doel van de Veda's'.

God is in essentie vormloos, niet gemanifesteerd en dus zonder eigenschappen. Hij kan echter elke vorm aannemen die Hij verkiest en zo ontstond de schepping. De schepping is God met daaraan toegevoegd een tijdelijke naam en een tijdelijke vorm, want Hij heeft bepaald, dat alles wat geschapen is ook weer zal worden ontbonden. Naam en vorm zijn slechts maya (illusie); immers niets in de wereld is blijvend, alles is onderhevig aan veranderingen. Alleen dat wat onveranderlijk is, God, mag je werkelijk of echt noemen.

Baba zegt, dat wij God niet kunnen begrijpen, omdat ons menselijk voorstellingsvermogen te beperkt is. God is onzichtbaar en vormloos, maar toch doordringt Hij alles. Hij ziet alles en hoort alles, maar Hij heeft geen zintuigen zoals de mens. Hij heeft geen verlangens, want Hij is reeds alles en Hij kent geen activiteit, want activiteit komt voort uit verlangen, maar toch is Hij de schepper, instandhouder en vernietiger van alle vormen. Hij is in iedere cel van je lichaam aanwezig en in elk atoom van de schepping.

God is de eerste oorzaak die zelf geen oorzaak en dus geen begin had. Maar hoe zit het met de schepping? Sai Baba noemt de schepping een spontane openbaring van God. Hij besloot om te 'worden' in plaats van alleen maar te 'zijn', maar ondanks dit 'worden' bleef de Ene één. De schijnbare veelvormigheid van de schepping is slechts illusie, maar alleen door middel van de schepping kon God zich openbaren. 'Het menselijk lichaam is een noodzaak, omdat het in staat is de onge-ziene God te onthullen.' Het lichaam is echter onderhevig aan verval en dood, maar de inwonende ziel is eeuwig.

'De mens is een pelgrim op een lange reis. Hij is begonnen als steen, is door het plantaardige en het dierlijke stadium gegaan en is nu in het menselijke stadium aangekomen.' Alle leven moet al deze stadia doorlopen, maar de menselijke geboorte is de enige gelegenheid om het doel van het leven, de volledige eenheid met God, te bereiken. Menselijke geboorte is het resultaat van de verkregen vruchten van vele goede diensten die wij hebben verricht gedurende verscheidene voorgaande levens en alleen de geboorte als mens geeft ons de gelegenheid om te ontsnappen aan de kringloop van geboorte en dood.