Toespraken\ De aard van het Zelf...

De aard van het Zelf

Toespraak door Sathya Sai Baba, Kodaikanal 28-4-1999.

Bomen dragen vruchten voor het welzijn van anderen

Rivieren stromen ten behoeve van de vooruitgang van allen
Koeien geven melk voor het welzijn van anderen
Het lichaam is de mens geschonken om anderen te helpen
Sanskriet vers
In deze wereld helpen bomen, rivieren en koeien de mens zonder enig spoor van zelfzuchtig motief. Ze verwachten er niets voor terug. Zonder bomen, rivieren en koeien kan de wereld niet bestaan. Feitelijk ondersteunen zij haar. De ironie is echter dat de mens geen enkele poging doet om anderen te helpen en te dienen. De geest van opoffering, zo vanzelfsprekend aanwezig binnen bomen, rivieren en runderen, is zoek in de mens van tegenwoordig. Hij besteedt al zijn tijd aan het vervullen van zijn zelfzuchtige behoeften, en geeft zelfs geen moment van zijn tijd om iets goeds voor anderen te doen, of hen te helpen.
Sai Avatar is in dit ijzeren tijdperk (kali yuga) geïncarneerd met de goddelijke opdracht, om ieder individu bewust te maken van zijn verbinding met de gemeenschap, en uiteindelijk met goddelijkheid.
Het ware individuele karakter van de mens
Transformatie op individueel niveau is zonder meer belangrijk. Maar vandaag de dag is de mens zijn tijd aan het verknoeien met kwaadaardige praktijken. Hij geeft dag in dag uit toe aan slechte handelingen. Hij verlaagt zichzelf door zijn slechte gewoonten. Hij doodt beesten en eet hun vlees. In plaats van zijn geest te zuiveren, beschadigt hij deze door giftige stoffen in te nemen. Hij verknoeit tijd, hetgeen juist een goddelijke vorm is bij uitstek, door te gokken. Hij geeft voeding aan slechte eigenschappen, door toe te geven aan kwalijke handelingen. Bovendien laat hij zich in met vernederende handelingen zoals stelen en het zwart maken van andere personen. Hij leest vulgaire boeken die slechte gedachten en gewelddadige gevoelens in de hand werken. Naarmate hij steeds meer toegeeft aan ontaarde handelingen, vervuilt en ontaardt hij eveneens de maatschappij. Als individuen zich inlaten met slechte manieren, degenereert de gehele samenleving. Het onderwijzen en verspreiden van spiritualiteit is onontbeerlijk voor de zuivering van individu en samenleving.
Wat betekent spiritualiteit? Datgene dat de dierlijke natuur van de mens vernietigt, medemenselijkheid aanmoedigt en hem uiteindelijk omvormt tot een goddelijk wezen, is spiritualiteit. Aanbidding, het zingen van devotionele liederen en het uitvoeren van riten, zijn handelingen die minder belangrijk zijn. Zij kunnen niet op één lijn worden gesteld met ware spiritualiteit. Het woordje SAI maakt aan de wereld duidelijk wat de betekenis is van transformatie op drie niveaus. De letter S staat voor transformatie op Spiritueel niveau, de letter A voor transformatie op Associatief (sociaal) niveau, en de I voor transformatie op Individueel niveau. Individuele transformatie is de basis voor de andere twee. Daarom is dit de eerste stap. Alleen, tegenwoordig wordt het woord 'individueel' niet goed begrepen.
Meestal houdt men alleen rekening met de menselijke vorm, en identificeert men dit met een individu. Wat is een individu? Hij die zijn niet-manifeste (avayakta) goddelijkheid uitdrukt door middel van zijn gedrag, is een individu (vyakti). Dit verborgen goddelijke beginsel doordringt het hele wezen van een individu, van top tot teen, en wordt geweten genoemd.
Het behoort tot de typisch menselijke aard, om de aanwezigheid van dit geweten te laten zien en uit te drukken. Maar in plaats van het manifesteren van het zuiver innerlijk wezen, het Zelf, laat de mens tegenwoordig slechte eigenschappen en neigingen zien die zijn verbonden met zijn uiterlijk, dat wil zeggen het lichaam.
Het goddelijk bewustzijn (chaitanya) dat verscholen ligt in ieder menselijk wezen, dat is zijn ware individualiteit. Dit bewustzijn moet op het juiste spoor worden gezet.
Richt je zintuigen in de goede richting
De vorige dag zei ik: 'Sarvam khalvidam Brahma' (dit alles is werkelijk Brahman). Dit is een mantra. 'Easwara sarva bhutanam' (God woont in alle wezens) is een andere mantra.
Het is van groot belang voor iedereen, om de innerlijke betekenis van deze mantra's te begrijpen en te realiseren. Iedere mantra is vol van diepe innerlijke betekenis. Het is onmogelijk om de ware betekenis van de mantra's te begrijpen, zonder het verwerven van deugden. Welke zijn die deugden? Juiste visie (samyak drishti) is er een. De mensheid zal in gevaar verkeren zonder een juiste visie. Het beeld van ieder voorwerp dat wordt gezien, wordt in de geest ingeprent. Daarom moet men allereerst een juiste blik hebben. Een juiste visie is die, welke niet is besmeurd door de verderfelijke invloed van slechte gevoelens, slechte gedachten en slechte daden. Kijk niet naar het kwade, kijk naar wat goed is.
Datgene, wat je inzicht om het goede, eeuwige en ware te begrijpen, ontwikkelt, is de juiste visie. Vervolgens komt goed luisteren (samyak sravanam). Je zou eigenlijk alleen je oor te luisteren moeten leggen bij juiste woorden. Luister onder geen beding naar slechte woorden. Hiertoe zou je moeten luisteren naar heilige teksten, bhajans en verhalen over gewijde handelingen.
Alles in deze wereld is van voorbijgaande aard. De Veda's zeggen: 'Yath drisyam thannasyam' (alles dat wordt gezien, zal verdwijnen). Alles dat je ziet, zal op een of andere dag verdwijnen. Goed luisteren (sravanam) is de eerste stap van het negen-voudige pad van toewijding (bhakti). Luisteren, het bezingen van de glorie van God, voortdurende herinnering van de naam van Vishnu, het dienen van de voeten van God, aanbidding, begroeting, dienstbaarheid, vriendschap en zelf-overgave zijn de 9 paden van toewijding. (Sravanam, keerthanam, vishnusmaranam, padasevanam, archanam, vandanam, dasyam, sneham, Atmanivedanam). De eerste stap tot de uiteindelijke daad van zelf-overgave (Atmanivedanam) is dus luisteren (sravanam). Sruti (goddelijk geluid, bijv. in de Veda's) is uitsluitend een afgeleide van sravanam.
De volgende deugd is juist gebruik van spraak (samyak vak). Juiste visie en goed luisteren leiden tot een juist gebruik van de tong. Je zou op een goede manier moeten praten. Spreek nooit harde woorden uit. Spreek zacht en vriendelijk. Dáárom zeg ik vaak tegen jullie: 'Je kunt niet altijd iemand plezieren, maar je kunt wel altijd plezierig spreken.' Zeg wat je te zeggen hebt, zonder scherpe woorden. Spreek zo zacht, dat alleen de persoon voor wie je woorden bedoeld zijn, jou kan horen. Jullie zouden een dergelijke zachte en vriendelijke manier van praten moeten ontwikkelen.
Juiste visie, goed luisteren en een goede wijze van spreken leiden tot goede gedachten. 'Zoals je gedachten zijn, zo zal het resultaat zijn' (yad bhavam tad bhavati). Juiste gedachten leiden tot juiste handelingen (samyak karma). Zonder goede gedachten is het niet mogelijk om goede handelingen uit te voeren.
Boeddha deed boetedoening (tapas) gedurende vele jaren, om zijn vijf zintuigen op het heilige pad te brengen. Boekenwijsheid alleen leidt tot niets. Dat is in feite iets kunstmatigs. Kennis volgens de letter zal jullie niet leiden tot een juiste waarneming.
Op dezelfde wijze zal je zintuig van het gehoor niet heilig worden door naar de uiteenzettingen van een leraar te luisteren. En goede gedachten kunnen niet worden verkregen door geschriften te lezen of te luisteren naar de leringen van de auteur. Door eigen inspanning moeten jullie je zintuigen van geluid (sabda), tast (sparsa), vorm (rupa), smaak (rasa), en reuk (gandha) op een goede wijze gaan gebruiken. Dat alleen leidt jullie tot goede spirituele oefeningen (sadhana). Als je je zintuigen juist aanwendt, zal ook je leven de juiste koers gaan volgen.
De zintuigen zijn de oorzaak van de verkeerde houding van de hedendaagse mens. Naarmate de zintuigen onzuiver worden, wordt het hele leven ook onzuiver en ontheiligd. Als je je leven wilt heiligen, moet je eerst je zintuigen heilig maken. Boeddha die dus boete deed gedurende jaren, begreep dat alle ritualistische praktijken geen zin hadden. Hij verklaarde dat juiste visie, goed luisteren, goede gedachten en juist gedrag de vijf basisprincipes zijn bij het begeleiden van de mens.
Deze vijf beginselen zijn de vijf levensenergieën (pancha prana's) en vijf omhulsels of levenslagen (kosha's) van de mens. Het fysieke lichaam is het voedselomhulsel (annamaya kosha). Het lichaam is niet permanent. Maar je moet het wel voedsel geven, omdat alleen een goed gevoed, gezond lichaam het levensomhulsel (pranamaya kosha) en het mentale omhulsel (manomaya kosha) ondersteunen.
Pranamaya kosha ondersteunt de evenwichtige stroom van levenskracht (prana) door het lichaam. Mensen beperken zichzelf tot deze drie lagen, niemand probeert de vierde laag van wijsheid (vijnanamaya kosha) te bereiken, welke boven het voedsel-, levens- en mentale niveau uitstijgt. Dit niveau wordt slechts bereikt na het overstijgen van de eerste drie lagen. Wat is de aard van deze drie lagen? Datgene waarvan je denkt dat jij het bent, is de voedsel-laag (het fysieke lichaam). Datgene wat anderen denken dat je bent, is de mentale laag. Datgene wat je werkelijk bent, is de levenslaag. Wanneer de mens de wijsheidslaag binnengaat, dan alleen ervaart hij echte gelukzaligheid. De mens moet dus zijn lichaam gezond houden.
Maar hij moet weten dat hij, omdat het lichaam met de zintuigen is verbonden, de zintuigen op het goede spoor moet zetten. Alleen als de zintuigen de juiste weg gaan, zal de levensenergie op een goede manier trillen binnen het lichaam. Deze trilling is goddelijk van nature.
In de Gayatri mantra heeft het woord 'bhur' betrekking op het lichaam. Het lichaam is samengesteld uit grove elementen als water, kalk, lood, ijzer e.d. Al deze elementen kosten misschien niet meer dan één rupee. Maar de waarde van het lichaam is niet één rupee. Deze waarde is onmeetbaar. 'Bhur' staat ook voor aarde. De aarde bestaat uit materie, dat vergaat. Het woord 'bhuva' in de mantra staat voor trilling. Het lichaam bestaat uit grove materie dat onbeweeglijk is zonder de levensenergie trilling. Als deze trillingen er niet zijn, is het lichaam slechts levenloze materie. Deze trilling ontstaat weer vanuit straling (svaha), welke is verbonden met spirituele kennis.
Zuiverheid in gedachte, woord en daad
Deze spirituele kennis komt uit de Veda's. De vier diepzinnige verklaringen (mahavakya's) van de Veda's die deze kennis doorgeven, zijn: 'Kennis is Brahman (prajnanam Brahma), Atma is Brahman (Ayamatma Brahma), Ik ben Brahman (Aham Brahmasmi) en Dat ben jij (Tatthwamasi).' De levensenergie (prana) of trilling kan alleen werken door middel van straling. Zonder de straling van prajnana kan trilling geen enkele beweging hebben. Het wordt traag en zwaar. Ware menselijkheid ligt erin, deze drie beginselen in evenwicht te brengen. Daarom moet de mens deze eenheid van materialisatie, trilling en straling bewerkstelligen. Harmonie in gedachte, woord en daad wordt ook wel genoemd: trikarana suddhi.
Ik zal jullie een voorbeeld uit de Mahabharata vertellen, om dit duidelijk te maken. Dharmaraja, de oudste broer van de Pandava's, was de belichaming van waarheid, rechtschapenheid, vrede, liefde en geweldloosheid. Draupadi, uit vuur geboren, stelde levenskracht (prana) voor. Bhima, zoon van de God van de wind, symboliseerde kracht van bewustzijn (chaitanya shakti). Je weet dat leven zonder bewustzijn inert, traag (jada) is. Arjuna symboliseerde de kracht van de innerlijke motivator (antahkarna shakti). Nakula en Sahadeva stelden de organen van waarneming (jnanendriya's) voor, respectievelijk organen van handeling (karmendriya's). Waarheid, rechtschapenheid, vrede en liefde vergezellen de zintuigen van handeling en kennis, treden de zetel van gedachten en gevoel (Antahkarna) binnen, met behulp van de levenskracht genaamd trilling en verblijven aldaar.
Dus de goddelijkheid die in ieder individu aanwezig is, is verbonden met de vijf zintuigen van waarneming, gehoor, tast, zicht, smaak en reuk. Om de aard van deze waarheid te herkennen zou de mens allereerst eenheid van gedachte, woord en daad, en volledige harmonie daarbinnen tot stand moeten brengen. Dit is de echte spirituele oefening. Vandaag de dag is het kenmerkend dat men iets denkt, iets anders uitspreekt en weer iets totaal verschillends uitvoert. 'Zo'n wijze van functioneren is kenmerkend voor een verdorven persoon' (Manasyanyath vachasyanyath karmasyanyath duratmanam).
Arjuna was het toonbeeld van zuiverheid in gedachte, woord en daad. Nakula en Sahadeva die de waarnemingszintuigen en het handelen symboliseerden, voorzagen in de juiste hulp. Bhima, de zoon van de God van de wind, stond aan de zijde van Dharmaraja. Zijn aanwezigheid was even essentieel als zuurstof in lucht. Draupadi symboliseerde de levenskracht. Alleen met behulp van deze kracht kon Dharmaraja waarheid, gerechtigheid, vrede en liefde ontwikkelen. Dus stonden de Pandava's voor het juiste gebruik van alle krachten binnen het lichaam, in zuiverheid en harmonie.
Het idealisme van Draupadi
Epische verhalen zoals de Mahabharata en de Bhagavata en andere oud-Indiase geschriften weiden uit over deze spirituele werkelijkheden. Hoewel Bhima en Arjuna ziedden van woede en wraak toen hun zoons waren vermoord door Aswatthama, suste Draupadi hun kwaadheid. Hoewel zij ook overmand was door het verlies van haar kinderen, bewaarde zij een volmaakte staat van gelijkmoedigheid. Toen Arjuna in een vlaag van woede zo ver was om Aswattama te doden, haalde zij de geschriften aan en deed hem van gedachte veranderen. Draupadi stond bekend om haar onbezoedelde karakter. Ze werd ook wel Panchali genoemd. Dit woord is vaak verkeerd begrepen, als een vrouw die met vijf mannen getrouwd is. Nee, dat is niet juist. Zij was in staat om de functies van de vijf zintuigen in de juiste orde te plaatsen, op een zuivere manier. Toen Arjuna op het punt stond Aswatthama te doden, gaf zij hem als volgt raad:

'O Arjuna, het is onjuist gedrag om iemand die door vrees is bevangen te doden, of iemand die van streek is, slaapt, zich niet bewust is wat er gaande is, of zich heeft overgegeven, die hulpeloos is, ongewapend is, of van het vrouwelijk geslacht.' (Gedicht in Telugu)

'Je woorden zijn vol boosheid. Dat is een gevaarlijke karaktertrek. Geen enkel menselijk wezen zou boosheid in zich moeten hebben. Degene die vol zit met woede bereikt niets anders dan ongenade. Boosheid zet iemand aan tot kwade handelingen. Zo'n individu wordt door iedereen veracht.' (Gedicht in Telugu)

Bhima was ook woedend. Draupadi sprak als volgt tot hem:

'Boosheid vernietigt iemands rijkdommen. Het vernietigt iemands respect. Het doet je vervreemden van je naasten. Het veroorzaakt verlies van alles.' (Gedicht in Telugu)

 
Aswatthama had al haar vijf zonen vermoord. Men kan zich voorstellen hoe haar geest eraan toe was. Zij zou gerechtigd kunnen zijn om de felste woorden uit te spreken. Maar zij had zich niet verhard in haar gevoelens. Zij rende naar Aswatthama en viel voor zijn voeten en stelde zijn meedogenloosheid op een vriendelijke manier ter discussie:
'Zij droegen geen wapens en gingen niet tegen jou tekeer. Zij waren niet op het slagveld. Zij verwondden jou niet, nog met geen schrammetje. Ze stonden niet klaar voor een gevecht. Hoe zou je zulke onschuldige, slapende kinderen kunnen doden?' (Gedicht in Telugu)
 
Draupadi sprak zo op een zachte wijze. Ze gebruikte nooit harde woorden, zelfs niet in uiterste wanhoop. Iedereen zou in feite vriendelijk moeten spreken. Wat zou men tegenwoordig moeten leren? Men zou zijn zintuigen moeten benutten op de juiste wijze, en zo moeten volharden in het bereiken van de goddelijke staat.
 
Doel van de Avatar
In dit leven is devotie het meest belangrijke voor de mens om te leren. Wijsheid (jnana) is de wortel van de boom der liefde. De vrucht ervan bevat zoet sap. Dat is het sap van de toewijding. Dit sap of extract (raso) is bij uitstek een vorm van het goddelijke.
'Hij is verrukkelijke essentie' (raso vai sah). Bhakti is dus DE essentie van goddelijkheid. De zoetheid van devotie zou in je woorden moeten weerklinken. Vandaar dat ieder door jullie uitgesproken woord, vriendelijk moet zijn. Alleen dan verdien je het, een mens te worden genoemd. Wanneer ben je in staat om zacht te spreken? Als je het goddelijke beschouwt, dan worden je woorden vriendelijk. Maar het kan soms nodig zijn, harde woorden te bezigen om sommige mensen te corrigeren die zich slecht gedragen. Hoewel de woorden hard lijken, zouden de gevoelens erachter verzadigd moeten zijn met liefde. Soms als het regent, vallen hagelstenen met de zachte druppels mee. Deze zijn ook niets dan water, in bevroren vorm. In dit verband, zal ik jullie een voorbeeld geven.
Gedurende de Mahabharata-oorlog, zwoer Aswatthama dat hij de Pandava's zou bestormen vóór zonsondergang. Draupadi hoorde over deze eed. Ze bad tot Krishna: 'Ik heb niets nodig, ik hoef geen koninkrijk, maar red de Pandava's.' Krishna zei: 'Dat ligt niet in mijn handen, die eed kan niet ongedaan worden gemaakt.' Draupadi pleitte tot Krishna: 'Er is niets in deze wereld dat u niet kan volbrengen. Alles is in uw handen, als u wilt kunt u alles bewerkstelligen.' Zo gesproken hebbende, viel zij aan zijn voeten.
Heer Krishna zegende haar en stippelde meteen een plan uit. In de donkere nacht ging hij naar de wijze Durvasa. De Pandava's die de Heer vergezelden, wachtten buiten, zoals opgedragen door Krishna. Om zijn toegewijden te beschermen, moet de Heer vele rollen spelen. Als hij deze niet speelt, dan verliest het spel simpelweg zijn betekenis en wordt oninteressant. Durvasa verwelkomde Krishna uitbundig.
Krishna zei: 'Ik ben hier gekomen met een doel. Het is een heel moeilijke opdracht. Je moet me helpen.' Durvasa zei: 'Ik ben bereid tot het uitvoeren van welke opdracht ook, behalve het vertellen van een leugen.' Krishna zei: 'Voor mij is het uitspreken van een leugen ook onaanvaardbaar. Ik ben zelf goddelijk. Ik hang altijd de waarheid aan. Hoe kan ik jou dan aanzetten tot het uiten van een leugen? Ik heb een plan bedacht. Alsjeblieft, handel ernaar. Dat zal mijn wens vervullen.'
'Heer, hééft u dan een wens?' vroeg Durvasa. 'Ik heb wensen ten dienste van anderen. Ik heb geen wensen voor mijn eigen bestwil. Wat ik ook doe of zeg, het is voor het welzijn van anderen. Ik stel nooit mijn eigen welzijn als doel', antwoordde Krishna.
'Heer, wat zou ik moeten doen?' sprak Durvasa. Krishna zei: 'Graaf een groot gat. Leg er een dikke plank overheen en zet je troon daarop. De Pandava's verstoppen zich in het gat. Als Aswatthama hier komt met zijn handlangers en vraagt waar de Pandava's zich bevinden, zeg hem dan dat de Pandava's onder jou zijn. Maar zeg dit op een harde toon.'
Durvasa stond bekend om zijn slechte humeur. Aswatthama zocht overal en kwam uiteindelijk bij Durvasa terecht. Hij begroette Durvasa en vroeg naar de Pandava's. Durvasa zei op een boze toon: 'De Pandava's zitten onder mij.' Hij sprak de waarheid maar met een andere intonatie. Bang dat de wijze hem zou vervloeken, rende Aswatthama ervandoor.
Op deze manier moet God soms wel eens omstandigheden bedenken, om de wereld te beschermen. Hij probeert niet alleen de heiligen te beschermen, maar ook de heiligheid zelf. Deze heiligheid is aanwezig in ieder wezen. De Heer incarneert om het heilige te behoeden. 'Ik incarneer van tijd tot tijd om de rechtvaardigen te beschermen en de slechten te vernietigen, om dharma te vestigen.' Rechtschapenheid (dharma) kan nooit vernietigd worden, het bestaat in ieder tijdperk. Maar er zijn situaties waarin het bestaan ervan in gevaar wordt gebracht. De Heer incarneert om rechtschapenheid opnieuw te vestigen, en het een plaats te geven die het toekomt. Als rechtschapenheid vatbaar zou zijn voor vernietiging, hoe kunnen we dat rechtschapenheid noemen? Rechtschapenheid kan dus nooit weggevaagd worden. Maar het kan wel worden verdonkeremaand. Het is het doel van de Avatar om rechtschapenheid zichtbaarder te maken.
Verzadig je leven met liefde
De vraag rijst: 'Wie is God?' Jullie zijn allen vormen van God. Het Zelf (Atmatathwa) dat in ieder wezen aanwezig is, dat is in feite God. Dat is goddelijkheid in de ware zin des woords. 'Er huist een aspect van Mijn goddelijkheid in ieder wezen.' Ga niet op zoek naar God. Kijk binnen in je. Het goddelijke zal zich in jullie openbaren. Er kunnen nog zo veel spirituele teksten bestaan, en verschillende spirituele leringen, maar het Zelf (Atma) is hetzelfde. Er bestaat niet zoiets als een Japans of Amerikaans Atma, of van welk land dan ook. Het overstijgt alle onderverdelingen naar geloof en kaste. Het kent geen onderscheiding tussen man en vrouw. Het gaat boven alle verschillen uit.
'De aard van het Zelf wordt het best omschreven als: zonder eigenschappen, zuiver, eeuwig, vrij van bindingen, onbedorven en onsterfelijk.' Dit eeuwige Atma is aanwezig in ieder menselijk wezen.
Iemand vroeg eens aan Shirdi Sai Baba: 'Bent u God?' Wat was zijn antwoord? 'Alles is een vorm van God', zei Shirdi Baba. Dezelfde goddelijkheid is dus aanwezig in ieder wezen, omdat alles een vorm van God is. Maar mensen kunnen het goddelijke niet realiseren omdat zij uit de gifbeker van wereldse verlangens drinken. Dit leidt tot onwetendheid en niet tot God. Daarom zou je iets moeten nuttigen dat goddelijkheid stimuleert. Wat is dat? Liefde. Als je de vrucht van de liefde proeft, heb je geen ander voedsel nodig. Liefde is het sap dat in alle vruchten zit. Het is het hoogste doel. Het is het einddoel van alle spirituele oefeningen. Jullie zouden deze liefde moeten ontwikkelen met een zuivere en stabiele geest. Hiertoe moeten jullie lichaam, geest en zintuigen op het juiste spoor houden.
Ik vertelde jullie gisteren over de drie manieren die je kunnen helpen om je leven te stroomlijnen: 'Buig het lichaam, herstel je zintuigen en roep je geest een halt toe.' Waar staat de stelregel 'Buig het lichaam' voor? Betekent het dat het lichaam zich buigt over een of ander karwei? Nee. Je zou je lichaam moeten buigen in nederigheid, respect en liefde als je ouderen of je ouders tegenkomt. In vroegere tijden waren de ingangen van de huizen in de steden en op het platteland een beetje laag. Bezoekers moesten hun hoofd buigen om de huizen binnen te gaan. Om de betekenis van de spreuk 'Buig het lichaam' te benadrukken, bouwde men in die oude tijden de ingangen met opzet laag.
Verbeter je zintuigen. Jullie moeten je zintuigen beheersen, door middel van een juiste visie, en goed luisteren, spreken, denken en handelen. Dat betekent het einde van de denkende geest. Hier volgt een voorbeeld. Dit is een kledingstuk. Je noemt het zo, zolang het nog heel is. Als je de draden er een voor een uittrekt, zal er geen kledingstuk meer over zijn. De draden symboliseren je wensen. Er wordt gezegd: 'Met minder bagage méér comfort, maak het reizen tot iets prettigs.' Jullie nemen elke dag meer bagage op je nek. Deze last is een grote hinderpaal geworden voor jullie vooruitgang en geluk. Je zou deze hindernis moeten opruimen en dichterbij goddelijkheid moeten komen. Salokya betekent: nabij God. Sarupya betekent: het komen tot een goddelijke vorm. Hoe is dit mogelijk? De Veda's zeggen: 'De kenner van Brahman wordt Brahman' (Brahmavid Brahmaiva bhavati). Prahlada, die over Heer Narayana mijmerde, wèrd Narayana zelf. De demon Ratnakara reciteerde de naam van Heer Rama, en transformeerde zichzelf tot de heilige Valmiki. Hanuman contempleerde over de naam van Heer Rama. Hij wordt aanbeden door de toegewijden van Rama.
Sayujya betekent: volledige integratie of samensmelting met de Heer. Dit is het einddoel van alle vormen van geestelijke oefening.
Verschillende manieren van spiritualiteit worden uiteengezet in de Veda's, de heldenverhalen en de Puranas, maar liefde is de essentie van al deze manieren. Liefde is onveranderlijk. Er zou geen enkele verandering in liefde moeten zijn. Ontwikkel deze onveranderlijke liefde en breng je leven tot vervulling.
'Begin de dag met liefde,
Vul de dag met liefde,
Breng de dag door in liefde,
Eindig de dag met liefde,
Dit is de weg naar God.'
Je zou je leven met liefde moeten verzadigen, en je leven besluiten met goddelijke liefde. Alle andere gedachten zullen je gelijkmoedigheid verstoren.
Gaven van God
De mens bezit alle soorten rijkdom, behalve twee. Deze twee rijkdommen bezit God. Je kan deze verwerven door tot God te bidden. Deze twee zijn vrede en gelukzaligheid. Je kunt je best op een andere manier ook gelukkig voelen, maar weet dat een dergelijk geluk voorbijgaat. Eeuwige vrede en gelukzaligheid zijn de gaven van God. Dus zal je moeten bidden hiervoor. Je gebed zou kunnen klinken als: 'Mijn Heer, ik wens niets dat ook maar gevonden kan worden in deze wereld. Schenkt u me alstublieft dat wat van u alleen komt, vrede en gelukzaligheid. Ik wens niets anders dan deze twee zaken.' Plezier en geluk dat verkregen wordt van zaken van deze wereld, zijn een kort leven beschoren. Laten je gebeden tot God niet bedoeld zijn voor deze veranderlijke dingen. Bid tot God voor vrede en gelukzaligheid. Met behulp van dit gebed kunnen jullie Gods liefde en genade winnen. Als je eenmaal Gods liefde verworven hebt, kan je de hele wereld veroveren. Als je tot God bidt voor zijn liefde, dan wordt ook aan je aardse behoeften vanzelf voldaan.
Eens deed een koning boete. Hij had geen kinderen. God openbaarde zich voor hem en vroeg hem wat hij wilde. De koning sprak: 'Heer, ik wens dat ik erbij ben als mijn achterkleinzoon het koninkrijk regeert.' Hoeveel wensen liggen er in één wens besloten! Hij zou kinderen willen hebben. Zijn kinderen zouden ook kinderen moeten krijgen. Het koninkrijk zou onder zijn leiding moeten blijven tot zijn achterkleinzoon volwassen wordt en gaat regeren. Zijn ogen moeten nog goed deze voortgang kunnen waarnemen. Deze ene wens die hij uitsprak, bevat alle andere verlangens. Op dezelfde wijze zullen ook al je aardse verlangens vervuld worden, als je tot God om liefde bidt.
'De mens zit onder een boom die twaalf zorgen draagt. Geboorte en dood zijn zorgen, jeugd is een zorg, ouderdom is een zorg, mislukking en succes zijn zorgen, handeling, hindernissen, zelfs blijdschap zijn zorgen, alle onzekerheden zijn zorgen. O, komt allen en verwijder dit alles. Al jullie zorgen zullen verdwijnen.' (Gedicht in Telugu)
Deze tamarindeboom van zorgen is geen geschikte boom om onder te schuilen. Als je Gods liefde ontvangt, zullen al deze zorgen verdwijnen. Dit is jullie enige behoefte. En dit zou jullie enige wens moeten zijn. Alle andere spirituele oefeningen zijn van geen betekenis. Liefde kan er niet door worden verkregen. Gebed en bhakti met intens verlangen naar Gods liefde en genade zullen je hart met liefde vullen. Bezing de naam van de Heer onophoudelijk, om die liefde te verwerven.
Bhagavan beëindigde zijn lezing met de bhajan: 'Pibare Rama rasam…'
Uit Bhagavans toespraak in 'Sai Shruti', Kodaikanal, 28 april 1999.
Uit: Sanathana Sarathi, oktober1999