I Beschouw
het land waarin je bent geboren als heilig. Wees vaderlandslievend,
maar bekritiseer of verneder andere landen niet. Zelfs in
je gedachten of dromen moet het niet in je opkomen je land
nadeel te berokkenen.
II Eerbiedig
alle godsdiensten in gelijke mate.
III Erken
de menselijke broederschap; behandel allen als broeders
en zusters; heb iedereen lief.
IV Houd
je huis en leefomgeving schoon, want dit zal de hygiëne
en gezondheid bevorderen en je ten goede komen.
V Wees
menslievend maar beledig armlastigen niet door geld te geven;
geef in plaats daarvan voedsel, kleding, onderdak en helphen
op andere manieren; moedig luiheid niet aan.
VI Koop
niemand om en neem geen steekpenningen aan.
VII Bedwing
afgunst en jaloezie; laat je blik en je levensopvatting
zich verwijden; behandel iedereen gelijk, ongeacht afkomst
of geloof.
VIII Probeer
zoveel mogelijk zelf te doen; maak jezelf onafhankelijk
van anderen, maar zet je wel in voor belangeloze dienstverlening
aan de gemeenschap.
IX Aanbid
God en heb Hem lief; mijd het kwaad.
X Gehoorzaam
aan de wetten van het land; wees een voorbeeldig burger.