Toespraken\Ontwikkel goede eigenschappen als nederigheid en gehoorzaamheid

Ontwikkel goede eigenschappen als nederigheid en gehoorzaamheid

naast juist gedrag in de maatschappij

 

Goddelijke toespraak door Bhagavan Sathya Sai Baba

ter gelegenheid van Onam,

op 2 september 2009, Sai Kulwant, Prasanthi Nilayam te Puttaparthi

 

De mens komt voort uit, groeit op in en verlaat tenslotte deze wereld tengevolge van karma.
Karma is voor de mens waarlijk de belichaming van goddelijkheid.

Geluk en verdriet in deze wereld zijn uitsluitend het gevolg van karma.

(Telugu gedicht)

 

Belichamingen van liefde!

Beste toegewijden van Kerala! In vroegere tijden regeerde koning Bali over de staat Kerala. Zijn onderdanen behandelde hij als zijn eigen familieleden en hij zorgde op allerlei manieren voor hun welzijn en geluk. Hij bevorderde de ontwikkeling van heilige gevoelens tussen de mensen onderling en schiep de juiste voorwaarden daarvoor.

Om de mensen op het rechte pad te houden en het goede voorbeeld te geven begon hij eens aan een vedisch offerritueel (yajna), genaamd Vishvajit. Een aantal mensen stroomde samen om dat evenement bij te wonen. Koning Bali maakte het offergebeuren nog groter door ter gelegenheid van de yajna een aantal mensen land en geld te geven en vele geschenken uit te delen. Tijdens de yajna zaten zijn familieleden samen met hem op de offerplaats.

 

Terwijl iedereen naar het grootse schouwspel keek, kwam een mooi jongetje de offerhal binnen, met een kleine parasol van palmbladeren in zijn hand. Toen hij het altaar naderde zag Ratnamala, de dochter van koning Bali hem. Ze was aangenaam verrast door de stralende schoonheid van het aantrekkelijke kind. Onmiddellijk verzonk ze in diep gepeins, denkend: ‘Wat een geluk zou het zijn als ik een kind kreeg zoals hij!’ De jongen liep regelrecht naar het altaar. Terwijl alle aanwezigen in de offerhal met vreugde toekeken, verwelkomde koning Bali hem, waste vol respect zijn voeten, bood hem een bloemenkrans aan en vroeg hem op een erezetel te zitten. Toen vroeg hij het jongetje: ‘Wie ben je? Waar kom je vandaan en waarom kom je hier?’

Het jongetje sprak: ‘Ik heb gehoord dat koning Bali allerlei schenkingen doet. Ik heb ook een wens.’ De koning vroeg toen: ‘Wat is het?’ De jongen antwoordde: ‘Ik heb niet veel nodig. Ik zal al gelukkig zijn als ik een stukje land van drie voeten groot als geschenk krijg.’

Koning Bali vroeg verbaasd: ‘Wat! Zo’n nietig verzoek! Ik dacht dat je iets groots zou vragen; je verbaast me met je bescheiden verzoek. Is dat wel genoeg? Je mag best wat meer vragen.’

Het jongetje antwoordde dat het voldoende was als zijn verzoek werd ingewilligd. Toen omvatte hij met één stap de hele aarde en met de tweede stap het luchtruim, waarna hij wachtte om de derde stap te nemen. Maar er was geen ruimte meer over voor de derde stap.

 

Koning Bali zei daarop: ‘Lief kind, je omvatte de hele aarde met één stap en de lucht met de tweede. Nu er geen ruimte meer is om de derde stap te zetten; plaats je je voet maar op mijn hoofd als je dat wenst.’ Dat zeggende boog hij zijn hoofd voor de jongen, die niemand anders was dan Vishnu in de vorm van de dwergavatar Vamana. Op hetzelfde moment dat Vamana zijn voet op het hoofd van koning Bali zette, werd Bali onder zijn gewicht omlaag gedrukt naar de onderwereld! Op die manier werd Bali door Vishnu bevrijd.

De mensen uit het rijk van koning Bali waren zeer ontdaan door het gebeuren. Ze gaven uitdrukking aan hun gevoelens van verlatenheid met de woorden: ‘O God! Onze koning is niet meer onder ons. Hij zorgde voor ons als voor zijn eigen kinderen. Hij is onze beschermer. Hoe moeten we zonder hem verder leven?’ Hun hulpeloosheid en vertwijfeling om het heengaan van hun geliefde koning waren hartverscheurend. Het vreugdevolle evenement van de offerceremonie dat op zo’n grote schaal werd gevierd was abrupt tot een einde gekomen. Dit is een voorbeeld van het gezegde: ‘Plezier is een interval tussen twee verdrietigheden.’

Toen de mensen zo treurden, verklaarde koning Bali vanuit de onderwereld: ‘O mijn geliefde kinderen! Jullie zijn mij allen zeer dierbaar. Ik zal altijd voor jullie welzijn zorgen, waar ik ook ben. Ik zal erop toezien dat jullie geen zorgen zullen hebben. Ik zal jullie beschermen. Jullie zullen niet merken dat ik jullie verlaten heb en in een andere wereld verkeer. Elk jaar op deze dag zal ik jullie komen bezoeken. Gedenk deze dag van mijn komst als een feestdag. Neem een bad, draag nieuwe kleren en vier die dag met allerlei verschillende gerechten.’

Sindsdien viert het volk van Kerala die dag als het ‘Onamfeest’, ter gedachtenis aan hun zo geliefde koning en beschermer Bali.

 

Koning Bali verrichtte altijd veel goede werken voor het welzijn van de mensen en maakte ze gelukkig. Daarom konden de mensen het niet verdragen dat ze van hun geliefde koning gescheiden werden. Zelfs nu is Kerala nog steeds een land van overvloed en welvaart. De natuur overstelpt de mensen van Kerala met haar gulle gaven. In feite beginnen de regens in Kerala en verspreiden zich dan door het hele land. Er is daar geen gebrek aan granen en drinkwater, de gift van de natuur aan de mensen van Kerala. Als de mensen in andere staten zich zorgen maken over de komst van de natte moesson zeggen ze vaak: ‘O, de regens zijn nog niet begonnen in Kerala.’ Het is een land waar de alomtegenwoordige God als Vamana incarneerde. Maar al incarneert Hij op een bepaalde plek, Hij is overal aanwezig.

God is alomtegenwoordig, ofschoon Hij soms ergens in een vorm incarneert. God is slechts één, niet twee, hoewel mensen Hem verschillende namen en vormen toeschrijven. Waarheid is één, maar de wijzen geven er vele namen aan (ekam sat viprah bahudha vadanti). Alleen door onze illusie geven we God verschillende namen als Rama, Krishna, Govinda, Allah, Jezus enzovoort. Er is maar één zon, die in verschillende delen van de wereld op verschillende tijden schijnt. Het is nu 9 uur ’s morgens, maar in de Verenigde Staten is het nacht. Zo verblijft ook de ene God in verschillende mensen in verschillende vormen.

Denk nu niet dat God verschillende vormen heeft. Hij is boven namen en vormen verheven. God is één, maar manifesteert zich als verschillende wezens (ekoham bahusyam). Goddelijkheid is overal aanwezig, in elk land en in elk individu. Zij is alomtegenwoordig. Omdat jullie verschillende visies hebben, geven jullie verschillende namen en vormen aan de ene God.

 

Het land van Kerala is de gift van God. De mensen van Kerala houden zich tot de dag van vandaag aan de voorschriften van de edelmoedige koning Bali. Dat is de reden waarom de staat zich in allerlei opzichten zo heeft ontwikkeld. In Kerala is geen gebrek aan voedsel en voorzieningen die het leven aangenaam maken. Koning Bali zorgde dat het zijn volk aan niets ontbrak voor hij naar zijn hemelse verblijf vertrok. Het is een kleine, dichtbevolkte staat. Hoeveel mensen er ook wonen, zij genieten veel comfort, vrede en geluk in Kerala.

Natuurlijk zijn de aspiraties en levensstijl van de mensen tegenwoordig aan het veranderen tengevolge van de invloed van het huidige tijdperk Kaliyuga, maar diep in hun hart zijn ze hetzelfde gebleven. Ze volgen nog steeds het vedische gebod: ‘Spreek de waarheid en streef naar rechtschapenheid’ (sathyam vada, dharmam chara). Ze hebben respect voor de ouderen en dienen hen met liefde en genegenheid.

Wat zou de beweegreden hiervoor zijn? Liefde voor God. Het is een land waar men ook vandaag nog liefde voor God heeft. Ze vrezen de zonde. Wie God liefheeft ontwikkelt van nature vrees voor de zonde. Als logisch gevolg zullen zulke mensen een hoge mate van moreel gedrag in de maatschappij hebben, en dat is uiterst belangrijk, wil deze ordelijk kunnen functioneren. Zo volgen de mensen van Kerala nauwgezet de drie principes: ‘Liefde voor God, vrees voor de zonde en moreel gedrag in de maatschappij’ (Daivapriti, papabhiti, sanghaniti). Ze respecteren de ouderen en geven hun alle waardering.

Je moet rechtschapen en integer zijn. Deze principes zijn vervat in het vedische gebod: ‘Spreek de waarheid en streef naar rechtschapenheid’ (sathyam vada, dharmam chara). De mensen van Kerala volgen deze twee principes nauwgezet in hun dagelijkse leven.

 

Het is niet voldoende het Onamfeest met veel religieus vuur en devotie te vieren. Jullie dienen de verwachtingen van de edelmoedige koning Bali waar te maken. Er wordt gezegd: ‘Eer je moeder, vader, leraar en gast als God’ (matridevo bhava, pitridevo bhava, acharyadevo bhava, atithidevo bhava). De moeder is de eerste in het rijtje. Zij schenkt je het leven, voedt je op en brengt je in de eerste jaren allerlei goede dingen bij. Dan begint de rol van de vader; hij is je tweede leraar. Daarna geeft de leraar je onderwijs om je in staat te stellen de kost te verdienen in de wereld. En tenslotte neemt God de leiding over. Zo begint dus je leven in dit aardse bestaan met je moeder en bereikt het hoogtepunt in God.

Vergeet daarom onder geen enkele voorwaarde je moeder. Heb je moeder meer lief dan wie ook en betuig haar alle respect. Jullie moeten weten dat de mensen van Kerala de ouderen zeer respecteren, met name hun moeders. Ze helpen hen en zorgen heel goed voor hen. Ze zorgen dat zij altijd gelukkig zijn. Hoe fortuinlijk zijn de mensen van Kerala met een koning als Bali, die door God Zelf naar de hemel begeleid werd!

Wat is Onam? Het is de dag waarop de mensen een goed bad nemen, nieuwe kleren aantrekken en tot God bidden met een zuiver hart. De mensen van Kerala bereiden allerlei smakelijke schotels, speciaal met banaan. In feite maken ze twaalf verschillende gerechten met banaan. Het is een uniek feest. Al die gerechten bereiden ze met een zuiver hart vol liefde. Daarom smaken ze verrukkelijk.

Deze gerechten offeren ze eerst oprecht en vol toewijding aan God en daarna eten ze ervan, samen met hun gezin en familieleden. Ze dienen het ene na het andere gerecht op. Zowel de bereiding als het opdienen van de gerechten doen ze met een zuiver en liefdevol hart, in de ware geest van het Onamfeest. Ze maken hun huis schoon en zorgen voor een gewijde sfeer waarin God zich kan openbaren. Ze zien het niet zomaar als huis, maar als tempel van God. Alleen in Kerala is zo’n gewijde sfeer te vinden.

Zelfs als mensen wat twijfels hebben omtrent het Onamfeest, dan maken ze toch alles schoon en vieren ze het feest in de ware zin als de dag waarop koning Bali zijn volk zegende vanuit de hemel (Vaikuntha, de verblijfplaats van Vishnu), die hij uiteindelijk bereikte.

 

Laat de mensen van Kerala zich vandaag als boetedoening bezinnen op de woorden van koning Bali en hun leven dienovereenkomstig leiden in een geest van liefde en dienstbaarheid. ‘Love all, serve all!’ Een betere boetedoening is er niet.

Wie je ook tegenkomt, zeg die persoon vriendelijk gedag. Zelfs als je je vijand tegenkomt groet je hem als eerste. Dan zal hij je grootmoedige gebaar beslist beantwoorden. Dus de mensen dienen met elkaar om te gaan in wederzijdse liefde en eenheid. Alleen zulke mensen verdienen het mens genoemd te worden. Zij zijn pas echt moreel hoogstaande mensen.

Dat morele gedrag dienen jullie te ontwikkelen. Liefde voor God maakt dat je je op de juiste manier in de maatschappij gedraagt. Ontwikkel dus liefde voor God, vrees voor de zonde en moreel gedrag in de maatschappij (Daivapriti, papabhiti, sanghaniti). Vergeet deze drie principes nooit.

Mensen zonder morele principes zijn helemaal geen mensen. Kan een land of volk zonder morele principes bestaan? Nee! Naast juist gedrag dienen jullie ook de goede eigenschappen nederigheid en gehoorzaamheid te ontwikkelen. In feite was dit de boodschap van koning Bali aan zijn volk. Als je deze goede eigenschappen kunt ontwikkelen en doen toenemen, zal je leven geheiligd zijn.

 

©Vertaald door de St. Sri Sathya Sai Baba - Nederland.

Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.