Toespraken\Verwezenlijk het principe van eenheid

Verwezenlijk het principe van eenheid

 

Goddelijke toespraak door Bhagavan Sathya Sai Baba

op 29 april 2009, Sai Sruthi te Kodaikanal

 

De schepping komt voort uit waarheid en gaat in waarheid op.

Is er één plek in de kosmos waar waarheid niet bestaat?

Haal je deze zuivere en vlekkeloze waarheid voor de geest.

(Telugu gedicht)

 

Verlies je het geloof, dan verlies je God

 

Iedereen verlangt naar vrede en geluk. Niemand wil verdriet en moeilijkheden. In zijn toespraak zei Popat dat allen de belichamingen van God zijn. God is één, er is geen tweede entiteit. De gedachte dat er een tweede is, is onwaarheid. Een tweede entiteit bestaat gewoonweg niet.

 

Allen zijn één

Van nietige mieren, muskieten en vogels tot machtige olifanten, elk wezen is de manifestatie van God. Zelfs bomen, heuvels en bergen zijn manifestaties van God. Als dat zo is, hoe kan er dan een tweede entiteit zijn? Een tweede entiteit is alleen maar jouw illusie en verbeeldingskracht. Je hebt haar zelf geschapen. Denk eens vanwaar je lichaam is gekomen. Dan zeg je dat het uit je ouders is ontstaan. Nee, nee. Je bent niet afkomstig van je ouders. Je bent afkomstig van jezelf. Er is slechts één entiteit. Waar moet die tweede bestaan?

Maar de mensen geloven tegenwoordig in verscheidenheid en niet in eenheid. Wat betekent eenheid? Niet de samenvoeging van velen; het is de bewustwording van eenheid. Als er overal om je heen spiegels zijn, zie je jouw vele gestalten. Allemaal zijn ze jouw verschillende gestalten. Maar dit is niet de waarheid. Degene die de vraag stelt en degene die het antwoord geeft zijn beide een en dezelfde. Allen zijn één. God is in de vorm van een mens (Daivam manusha rupena). Dezelfde persoon verschijnt in vele vormen. Je vergist je door te stellen dat deze vormen van elkaar verschillen.

Als ik in de microfoon spreek, kunnen jullie mijn stem beluisteren. Er is slechts één spreker, maar dezelfde stem wordt door vele oren gehoord. Ik ben de enige werkelijkheid in alle wezens (Ekoham sarva bhutanam). Waarheid is één, maar de wijze geeft er vele namen aan (Ekam sath viprah bahudha vadanti).

Er is slechts één zon aan de hemel, maar we zien hem in vele rivieren, waterbassins en vaten weerspiegeld. Eén zon is er, maar overal waar water is zie je de weerspiegeling ervan. Giet water op een bord, dan kun je zelfs daarin de zon weerspiegeld zien. Betekent het dat de zon daar in het water is? Nee, nee. Het is slechts de weerspiegeling van de zon. Op dezelfde wijze is atma slechts één. Het denken, het intellect, de onderbewuste geest en het ego zijn als afzonderlijke vaten. Dus goddelijkheid is één.

 

God kan in een zuiver hart gezien worden

Alles is God. Als je er anders over denkt is dat slechts jouw illusie (maya). Wanneer daarboven de zon schijnt, kun je de weerspiegeling ervan in alle waterbassins zien. Zelfs als het water vies is zie je nog de weerschijn. Maar als het water erg vervuild is kun je de weerspiegeling natuurlijk niet meer zien. Op dezelfde wijze kun je in je hart, als dat rein en helder is, de directe manifestatie van God zien. Maar je hart is onzuiver. Maak je hart door en door schoon, dan kun je God zeer goed zien.

God woont in iedereen; van een pasgeboren baby tot volwassenen en oude mensen, in iedereen is Hij aanwezig. Een baby’tje groeit op en wordt tenslotte oud. De baby, de vrouw en de bejaarde dame zijn dezelfde persoon. Als gevolg van hun denken zien de mensen vele verschillende vormen. Maar God heeft geen verschillende vormen; in feite heeft Hij geen vorm. Hij heeft wel vele namen. Ook al heeft Hij vele namen, ze corresponderen allemaal met de vele reflecties van dezelfde goddelijkheid. De weerspiegeling van de zon kun je zowel in stromend water als in stilstaand water zien. In stromend water lijkt de weerspiegeling heen en weer te gaan, maar in kalm water is ook de weerspiegeling kalm. Je denkende geest ontwikkelt gehechtheid aan de wereld vanwege je begoocheling (maja). Alles in deze wereld is slechts een projectie van maya.

 

Hiranyakasipu vroeg zijn zoon Prahlada: ‘Waar is God? Je zingt aldoor Narayana, Narayana. Waar is Narayana?’ Prahlada antwoordde: ‘De mens zelf is Narayana. Waar je ook kijkt, je ziet alleen Narayana. Hij is in mij, hij is in u, hij is in alle anderen.’

Hiranyakasipu vroeg: ‘Is hij ook daar in die pilaar aanwezig?’

Jazeker is hij daar’, antwoordde Prahlada.

Hiranyakasipu greep een knots en beukte daarmee tegen de pilaar. Onmiddellijk zag hij Vishnu tevoorschijn komen. Dus waar je ook kijkt, daar is God. Maar mensen als Hiranyakasipu geloven niet in God.

 

Ontwikkel het inzicht om eenheid te zien

Ook al is er totale eenheid in de schepping, wij bekijken het vanuit het standpunt van verscheidenheid. We zeggen: ‘Hij is mijn vader, zij is mijn moeder, zij is mijn oudere zus, zij is mijn jongere zus.’ We gaan relaties aan op basis van vormen. Waar komen die relaties vandaan? Niets kan bestaan buiten het principe van eenheid.

Hier is een voorbeeld. Een hond liep een kamer met spiegels binnen en zag vele honden in al die spiegels. Hij schrok toen hij zoveel honden in de kamer zag en voelde zich bedreigd. Om aan de situatie te ontkomen sprong hij bovenop een spiegel, in de veronderstelling dat zijn eigen spiegelbeeld daarin een andere hond was. Toen hij sprong zag hij dat de hond in de spiegel ook opsprong. Bij het gebeuren brak de spiegel. Toen merkte hij dat er geen andere hond aanwezig was en hij vluchtte de kamer uit. Hij voelde zich erg opgelucht dat hij zichzelf van zoveel andere honden had bevrijd. Maar waar waren al die honden? Het was zijn eigen spiegelbeeld dat hij weerkaatst zag in de vele spiegels.

Hetzelfde is het geval met de huidige mens. Wie alle andere vormen ziet als de eigen reflectie in de spiegel van de wereld, die zal het principe van eenheid beseffen. Er zijn immers geen afzonderlijke entiteiten zoals vader, moeder, broers en zussen. Maar als gevolg van zijn begoocheling ontwikkelt men wereldse relaties en zegt: ‘Zij is mijn zus, hij is mijn broer, hij is mijn vader, zij is mijn moeder.’ Het betreft hier alleen fysieke relaties en geen relaties op basis van je goddelijke werkelijkheid. Probeer te begrijpen dat hetzelfde atma in allen aanwezig is. Maar je onderhoudt wereldse relaties en vergeet het principe van het atma.

Je zegt: ‘Zij is mijn vrouw’, maar vóór het huwelijk waren zij en jij afzonderlijk. Pas na het huwelijk spreek je van ‘mijn vrouw’. Hoe heb je deze relatie van man en vrouw gekregen? Die is alleen toe te schrijven aan je begoocheling. Tengevolge van begoocheling begaat men veel vergissingen en pleegt men allerlei onwenselijke handelingen.

Waar je ook kijkt daar is God en God is een. Mensen zeggen: ‘Hij is Rama, Hij is Krishna, Hij is Shiva, Hij is Vishnu.’ Wat betekent dat? Betekent het dat Vishnu, Shiva, Rama en Krishna aparte entiteiten zijn? Deze zijn de verschillende namen van dezelfde God. God verschijnt voor jou in een specifieke vorm die gebaseerd is op jouw eigen voorstelling van God. Als je mediteert op de vorm van Krishna, zoals uitgebeeld door kunstenaars als Ravi Varma, zal God zich voor jou in de vorm van Krishna openbaren. Op dezelfde wijze zal God in de vorm van Rama voor je verschijnen. Maar God is noch Rama noch Krishna. Jíj bent Rama en Krishna. De vormen van Rama en Krishna zijn niets anders dan jouw eigen reflecties. Wanneer je zegt: ‘Ik wil Rama’, openbaart God zich voor jou in de vorm van Rama. Evenzo wanneer je zegt: ‘Ik wil Krishna’, verschijnt Hij voor jou in de vorm van Krishna. Al deze vormen zijn niets anders dan je eigen reflecties.

 

Verminder de last van je verlangens

In de wereld is sprake van verdriet en geluk. Als je een probleem hebt zeg je: ‘Helaas! Waarom heeft God mij dit probleem gegeven? Wat voor zonde heb ik begaan?’ Aan de andere kant, als je goed verdient en gelukkig bent, zeg je: ‘Ik heb geluk’. Je kunt niet spreken van geluk of pech. Wanneer je goede gedachten hebt, zul je goede resultaten hebben. Als je daarentegen slechte gedachten hebt, zul je slechte resultaten hebben. Goed en kwaad komen niet van buitenaf.

Alles is God. Als mensen een schorpioen zien, zijn ze bang dat deze hen zal bijten. Maar in feite is God ook in die schorpioen. Er is geen schepsel waarin God niet aanwezig is. Jij moet echter je begoocheling kwijtraken.

Mensen hebben teveel verlangens. Teveel verlangens zijn de oorzaak van begoocheling. Verminder daarom je verlangens. Hoe doe je dat? Alle verlangens spruiten voort uit het denken, dat zich willekeurig gedraagt. De denkende geest is de oorzaak van gebondenheid en bevrijding van de mens (manah eva manushyanam karanam bandhamokshayo). Span je in om het pad van bevrijding te volgen, dan zul je je niet meer laten misleiden.

Maar de mens zit vol verlangens, en de oorzaak van al die verlangens is het denken. Zorg daarom allereerst voor controle over je gedachten. Als je dat doet, zul je ook geen enkel verlangen meer hebben. Daarom wordt gezegd: Hoe minder bagage hoe meer gemak, waarmee de reis tot een genoegen wordt. Je behaagt God alleen als je de bagage van je verlangens vermindert. Meer verlangens worden tot een zware last in je leven; met minder bagage zul je gelukkiger worden.

 

Een ongehuwd iemand denkt: ‘Hoe weinig ik ook heb, ik red me wel. Ik maak me niet druk, zelfs niet als ik soms honger moet lijden.’ Maar als je getrouwd bent en kinderen hebt, ga je onder zoveel zorgen gebukt. Waar zijn vrouw en kinderen vandaan gekomen? Uit dezelfde bron vanwaar jij gekomen bent. Je vindt dat iemand je vrouw is omdat jij je aan haar gehecht hebt. Kun je elke vrouw je echtgenote noemen? Nee, nee. Wanneer je dat zegt, zullen ze je neerslaan. Zo kun je niet praten. De relatie van man en vrouw is slechts een relatie op het lichamelijke vlak. Zo’n fysieke relatie is de oorzaak van veel problemen.

Iemand met geld wordt een rijk man genoemd. Maar diezelfde persoon zal een bedelaar genoemd worden als hij zijn geld verliest. Wanneer je rijk bent word je als belangrijker (bigger) beschouwd; wanneer je arm bent word je als een bedelaar (beggar) behandeld. Dus is dezelfde persoon zowel bigger als beggar.

Ontwikkel gelijkmoedigheid, dan zal alles goed met je gaan. Zelfs als iemand je slaat, moet je denken: ‘De persoon die mij slaat is niemand anders dan God. God heeft mij geslagen omdat er een tekortkoming in mij is. Dit lichaam heeft een fout begaan, waarvoor het bestraft moet worden.’

Wat we ook doen, het zal bij ons terugkomen als reactie, reflectie en weerkaatsing. Alles wat we meemaken is het gevolg van onze eigen handelingen en niet door God gegeven. God geeft mensen niets behalve gelukzaligheid (ananda). Als je ananda ervaart, heb je geen kritiek op Hem die het jou heeft verschaft. Geluk en verdriet zijn beiden de reflectie van je eigen handelingen. Wanneer God jou liefheeft betekent het dat God zichzelf liefheeft.

God heeft geen eigenschappen. God heeft niet van die slechte hoedanigheden als woede, haat, jaloezie en huichelarij en die krijg jij ook niet van God. Die heb je allemaal zelf ontwikkeld. Daarom moet je je begoocheling kwijtraken. Als je je onnodig zorgen maakt en denkt: ‘Dit heb ik niet, dat heb ik niet’, dan misleid je jezelf. Verminder je verlangens, dan hoef je niet meer zoveel bagage te dragen. Pas dan kun je gelukkig zijn.

 

Ken het principe van Atma

Als je God werkelijk liefhebt, houd Hem dan altijd in gedachten. Als je voorliefde hebt voor Rama, denk dan aan Rama. Evenzo als Krishna je verkozen godheid is, houd je hem in gedachten. Maar besef altijd dat Rama en Krishna niet buiten je zijn; Rama is in je hart, Krishna is in je hart. Welke vorm je ook als Rama beschouwt, overpeins die vorm met gesloten ogen. Dan zul je die vorm beslist voor de geest halen. Uiteindelijk zul je gaan beseffen: ‘Door mijn begoocheling beschouwde ik Rama en Krishna als afgescheiden van mij. In feite ben ík Rama, ben ík Krishna.’

Wanneer je over Rama nadenkt, zie je die vorm als een weerspiegeling van je gedachten. Evenzo, als je aan Krishna denkt, zie je de vorm van Krishna. Je denkt dat Rama en Krishna van jou verschillen door je begoocheling. Wie heeft Rama gezien? Wie heeft Krishna gezien? Kunstenaars als Ravi Varma schilderden de beeltenissen van Rama en Krishna op grond van de beschrijvingen die in de heilige schriften staan. Het zijn maar afbeeldingen, ze geven de waarheid niet weer.

Iedereen kan God aanroepen bij de naam van zijn keuze, zoals Rama, Krishna, Govinda enzovoort, en een bepaalde naam en vorm overpeinzen. Daar bestaat geen twijfel over. Ik vraag jullie niet om deze gewoonte op te geven. Maar wees er vast van overtuigd: ‘Ik ben God. Mijn atma is God.’ Atma heeft geen vorm, alleen een naam. Atma schijnt in iedereen, net als de zon. Het kan alleen in een hart dat zuiver is worden waargenomen; in een onzuiver hart kun je het niet zien.

Er zijn vele avatars gekomen om deze waarheid bekend te maken. Goddelijke incarnaties komen niet voor hun eigen belang, maar om de kennis van waarheid aan iedereen door te geven. Volg hun leringen, dan wordt het principe van het atma je duidelijk.

 

De vedanta verkondigt dat het atma de enige werkelijkheid is. Golven ontstaan uit water. Er kunnen geen golven zijn als er geen water is. Op dezelfde wijze kan er geen vorm zijn zonder het atma. Overpeins het atma en zing de mantra ‘Om namo Narayanaya, Om namo Narayanaya, Om namo Narayanaya’. Ben je niet in staat de hele mantra te zingen, dan is het voldoende als je ‘Om’ reciteert, omdat alles in Om aanwezig is. Het woord Om verwijst naar de oerklank (pranava). De upanishaden noemen het atma.

De Taittiriya Upanishad gaat uitgebreid in op het principe van het atma. De Ramayana, de Bhagavata en de Mahabharata openbaren dezelfde waarheid door de verhalen van de avatars. Alles is in jou; buiten je is er niets. De hele schepping is één. Laat je begoocheling varen en probeer de waarheid achter namen en vormen te begrijpen.

Naam en vorm zijn niet te scheiden. Jullie zingen ‘Sai Ram, Sai Ram, Sai Ram.’ De naam Sai Ram is aan mij gegeven; ik ben niet met deze naam geboren. Evenzo werden de namen Rama en Krishna door hun ouders aan hen gegeven. Zij werden niet met deze namen geboren. Zei Rama toen hij kwam: ‘Ik ben Rama’? Nee, hij was de zoon van Dasaratha en kreeg de naam Rama.

Wat betekent het woord Dasaratha? Het betekent de wagen van het menselijk lichaam met zijn tien zintuigen. Leer je zintuigen beheersen. Wanneer je totale controle over je zintuigen hebt, is er verder niets meer nodig. Je vergeet dan zelfs jezelf, je vergeet je fysieke lichaam.

De denkende geest heeft de controle over het lichaam en de zintuigen. Zij zijn tijdelijk. Ook het verstand is aan vernietiging onderworpen. We hebben het over ‘verstand’; waar is het verstand? Wat is de vorm van het verstand? Het heeft geen vorm. Het is een illusie. Doe op deze manier onderzoek en word je bewust dat God één is. Dit is de enige waarheid. Al het andere is illusie. In een bioscoop zie je veel taferelen op het doek. Je ziet de huwelijksvoltrekking van Sita en Rama, de ontvoering van Sita door Ravana en veel vrienden van Rama die aan de oorlog deelnemen. Maar dat zijn allemaal slechts filmbeelden die in werkelijkheid niet plaatsvinden.

 

Er is geen sprake van veel mensen; allen zijn één. Het werkelijk-zijn is eenheid (ekam sat). Wanneer je in waarheid (sathya) leeft, zal daar goed gedrag (dharma) uit voortkomen. Wanneer sathya en dharma samenkomen, zal vrede (shanti) het gevolg zijn. Waar vrede is, is gelukzaligheid. Wanneer negatieve en positieve ladingen samenkomen wordt licht geproduceerd.

Liefde komt voort uit vrede. Iemand die geen vrede heeft kan geen liefde hebben. Wanneer liefde in ons tot uitdrukking komt, zien we iedereen als onszelf. Allen zijn onze eigen vormen. Allen zijn één. Behandel iedereen gelijk. Doe je best om deze waarheid te realiseren.

 

De wind waait de dorre blaadjes weg, maar niet de groene blaadjes. Die blijven aan de takken zitten. Laat je menselijkheid niet als een dor blad zijn, dat door de wind wordt weggeblazen. Alles is een goddelijk mysterie.

 

De geschiedenis van Rama is verbazingwekkend,

Zij loutert de levens van mensen in alle drie werelden,

Zij is als de sikkel die het kruipend gewas van wereldse gebondenheid wegmaait,

Zij is als een goede vriend die jou in tijd van nood te hulp schiet,

zij is als een schuilplaats voor de wijzen en zieners die ascese beoefenen in het woud.

(Telugu gedicht)

 

Ontwikkel standvastige toewijding

Sta niet toe dat je geest wordt als een hond, die misleid wordt door zijn eigen spiegelbeeld. De hond leeft in de waan dat zijn spiegelbeelden in de vele spiegels evenzoveel honden zijn. Die vele honden zijn er niet. Je denkt misschien: een hond is een hond, maar God is ook in hem. Zelfs een hond kan niet leven zonder vibratie. Wat is die vibratie? Vibratie hoort bij het leven. Dankzij dit levensbeginsel kan de hond eten en rondlopen.

Maak geen onderscheid zoals: ‘Hij is een buitenstaander, hij is een rijk man, hij is een bedelaar.’ Allen zijn één; zie de eenheid in allen. Slechts dan zal je toewijding trouw en waarachtig zijn; anders blijft ze steeds op en neer gaan.

Veel mensen beschouwen zichzelf als toegewijden. Zolang ze geloof in God hebben, blijft hun toewijding standvastig. Als hun toewijding onzeker wordt, wordt ook hun denken onzeker. Echt geloof weifelt niet, onder welke situatie ook. Wat er ook gebeurt, je toewijding mag niet wankelen, zelfs niet als je in elkaar geslagen wordt. Dat is standvastige, onwankelbare en zuivere toewijding. Ontwikkel zo’n trouwe en onbaatzuchtige toewijding.

Ook de leer van Jezus zegt hetzelfde. God is één. Om Hem te bereiken moet je je individuele ego doorsnijden. Dit is wat het kruis symboliseert.

Geef je geloof nooit op, blijf er stevig aan vasthouden. Dan zul je je ware identiteit vast en zeker bewust worden. De mens wordt geboren om menselijkheid te vestigen en niet om haar te vernietigen. Koester menselijke waarden van waarheid, juist gedrag, vrede, liefde en geweldloosheid. Als waarheid en juist gedrag samengaan, komen vrede en liefde daaruit voort. Liefde verenigt allen. Zul je je zoon in een woedeaanval doden? Nee, nee. Je zult hem een uitbrander geven, maar hem niet echt kwaad doen. Zo zul je ook, als je echte liefde hebt, iedereen als jezelf behandelen.

 

Verdraagzaamheid is de ware schoonheid in dit heilige land Bharat.

Van alle rituelen is trouw aan de waarheid de meest verheven discipline.

Zoet als nectar in dit land is de grote liefde die men voor de moeder voelt.

(Telugu gedicht)

 

Koester zulke heilige gevoelens voor alle vrouwen. Alleen wanneer je met een vrouw trouwt noem je haar je echtgenote. Beschouw alle andere vrouwen als je moeders en zusters. Zo zijn ook alle mannen als je broeders. God is één. Hij is de enige purusha (mannelijk) [letterlijk: God, ziel, eeuwig geestelijk principe]. Niemand behalve Hij is mannelijk.

Eens kwamen de herderinnetjes (gopi’s) naar het huis van Krishna om hem te ontmoeten. Toen ze het huis wilden binnengaan, hield de bewaker ze tegen omdat, zo zei hij, de toegang voor vrouwen verboden was. De gopi’s vroegen hem: ‘Maar waarom bent u er dan wel?’ Hij antwoordde: ‘Ik ben een man.’ De gopi’s zeiden: U kunt uzelf toch geen man noemen alleen omdat u mannenkleding draagt? De vijf elementen en de vijf levensprincipes in u en ons zijn dezelfde. Het verschil tussen ons is louter dat u mannenkleding draagt en wij vrouwenkleding dragen. Dezelfde goddelijkheid is in u en ons aanwezig. In feite is alleen Krishna de purusha; alle anderen zijn vrouwelijk.’

 

God liefhebben is het belangrijkste doel van het bestaan

Tegenwoordig komen deze gelijkgestemdheid en eenheid in deze wereld niet meer voor. Door gebrek aan eenheid zijn we niet in staat het goddelijke te zien. Als gevolg daarvan is er steeds meer haat. De wereld van vandaag is in de greep van meningsverschillen en ruzies door gebrek aan liefde. Men is nu zelfs zijn menselijkheid vergeten.

Besef vóór alles dat jullie in wezen goddelijk zijn. Wanneer je zegt: ‘Ik ben die en die en Hij is God’, dan ervaar je dualiteit. Wanneer er twee entiteiten zijn, zal de derde ook verschijnen, en dat is de geest met alle gedachten. Die zal je totale ondergang veroorzaken.

De echtgenoot dient als echtgenoot en de echtgenote als echtgenote beschouwd te worden. Zij behoren elk hun plichten te vervullen. Het Engelse woord duty verwijst naar een specifieke plicht/taak. De plicht van een mens is niet alleen om een of ander werk te verrichten. Plicht betekent dat je onbaatzuchtig werkt (nishkama karma).

Een egoïstisch (selfish) persoon is erger dan een vis (fish). Fish is beter dan selfish. Laat daarom egoïsme nooit de kop opsteken. Je kunt het hoger Zelf alleen verwezenlijken wanneer je egoïsme opgeeft. Als je een slaaf van je zintuigen wordt zul je altijd egoïstisch blijven. Geef daarom egoïsme op. Help iedereen.

 

Zoals ik op de feestdag van Rama zei, is God één. Ogenschijnlijk is de wereld vol diversiteit. Maar in feite is de mens God zelf. Versterk je geloof in deze waarheid. Breng je geloof in geen geval aan het wankelen. Verlies je je geloof, dan verlies je God. Wat er ook met je gebeurt, wordt nooit egoïstisch. Wanneer je jezelf op deze wijze gedraagt, zul je je goddelijkheid bewust worden. Dan zul je niet meer in de waan verkeren dat Rama, Krishna, Ishvara en Vishnu van elkaar verschillen.

Namen als Rama en Krishna zijn door ons gegeven. In feite worden alle namen door ons gegeven. Iedereen is uit God geboren. God is één, niet twee. Doe je best om vanaf vandaag alle verschillen uit de weg te ruimen. Wanneer je God liefhebt, aanbid Hem dan en tracht Hem te bereiken. Hierom gaat het werkelijk, dit is het hoofddoel van je leven.

 

©Vertaald door de St. Sri Sathya Sai Baba - Nederland.

Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.