Toespraken\Ken jezelf. Dan zul je alles kennen.

Ken jezelf. Dan zul je alles kennen.

 

Goddelijke toespraak door Bhagavan Sathya Sai Baba

op Nieuwjaarsdag, 1 januari 2009, Prasanthi Nilayam te Puttaparthi

 

De zon komt sereen en vredig op.

De dagen zijn korter geworden en er staat een koel briesje.

De velden staan er mooi bij: vol en goudgeel.

Zonnebloemen slingeren zich als snoeren langs de rivieroevers.

De boeren zijn vrolijk en zingen.

Het heerlijke feest van Sankranti is aangebroken in de maand Pushya

En onze schuren zijn vol vers geoogste granen en peulvruchten.

                                                                                                                (Telugu vers)

 

Dit is de tijd van het Sankranti feest. Het is een groots feest. Het is de dag waarop de boeren hun oogst binnenbrengen, die uit allerlei granen en peulvruchten voor het huishouden bestaat. De boeren, die uit alle macht gewerkt hebben om de oogst binnen te halen, zijn nu even vrij en hebben de tijd om van heerlijk voedsel te genieten en thuis uit te rusten. Zij brengen deze vrije tijd met hun familie en vrienden door. Zij vieren de overvloedige oogst met plezier en vrolijkheid. Zij nodigen hun kersverse schoonzoons uit en geven ze nieuwe kleren ten geschenke. Er is grote vreugde alom.

Er is een volksliedje in Telugu dat een goed beeld geeft van dit feest op het platteland:

Omdat Sankranti het feest der feesten is,

Pasgetrouwde bruidegom, bezoek het huis van je schoonfamilie.

Kom, breng wat tijd met plezier en vrolijkheid met je schoonfamilie door.

Alle bewoners van het huis en de buren zullen je eren met liefde en affectie.

 

In vroeger dagen waren de transportmiddelen niet wat ze nu zijn. De schoonzoons moesten de hele weg te voet afleggen om hun schoonfamilie te bezoeken. Hoogstens hadden ze een ossenwagen. Het hele dorp keek dan naar hun komst uit en bedolf hen onder vriendelijkheid. De maaltijd was een waar feest. De beste schotels stonden voor de geëerde gasten op tafel en het was allemaal met grote liefde bereid.

Het Sankranti feest is tevens een gelegenheid om ossen te versieren en ze langs de huizen in het dorp te voeren. De ossen worden geprezen en ze krijgen lekker eten voorgezet om uitdrukking te geven aan hun dankbaarheid voor het harde werk dat zij op de velden hebben verricht. Zelfs de koeien die het gezin bezit, delen in de feestvreugde.

Er wordt een symbolisch huwelijk voltrokken tussen een stier en een koe, die voor de gelegenheid Rama en Sita worden genoemd. De koe, Sita, wordt dan gevraagd: ‘Rama is zwart. Vind je hem aardig?’ Sita schudt haar kop van ‘nee’. Daarop wordt haar geadviseerd. ‘Zeg alsjeblieft geen nee. Rama is fantastisch. Hij is knap en respectabel!’ Daarop schudt Sita haar kop van ‘ja’, ten teken van instemming.

Bij deze gelegenheid nodigt een oudere broer die dit fraaie schouwspel aanziet, zijn jongere broer uit om naar deze symbolische trouwpartij te komen kijken en geschenken aan ‘het paar’ aan te bieden.

O, mijn beste broer, hier komt de Gangireddudasu.

Kom, laten we naar hem gaan kijken.

Hij draagt een zilveren medaillon en ceintuur/

Hij draagt een versierde staf en heeft speciale merktekens op zijn voorhoofd.

Hij voert de rijk versierde koe en stier met zich mee en voltrekt hun huwelijk.

Laten we naar de huwelijksceremonie gaan kijken en onze geschenken aanbieden.

(Telugu volksliedje)

 

Het Sankranti feest wordt dus op het platteland met veel religieus vuur en vrolijkheid gevierd.

Sankranti en Shivarathri zijn feesten die bedoeld zijn om na te denken en zich de aangeboren goddelijkheid te realiseren.

De mensen zeggen heel gemakkelijk ‘Idi naa dehamu’ (dit is mijn lichaam). Maar mensen die goed met het Sanskriet bekend zijn, interpreteren de uitdrukking ‘naa dehamu’ (mijn lichaam) anders. Zij zouden het zo uitleggen: ‘na’ betekent ‘niet’, gebaseerd op de letterlijke betekenis en concluderen dat ‘naa dehamu’ betekent: ‘ik ben het lichaam niet’. Op eenzelfde manier kan de Telugu uitdrukking ‘naa manasu’ (mijn gedachten) worden geïnterpreteerd als ‘Ik ben niet het denken’. Hetzelfde is het geval met buddhi (het intellect).

De kern van al deze uitdrukkingen is: ik ben niet het lichaam, ik ben niet mijn gedachten, ik ben niet het intellect, enzovoort. Dezelfde logica volgend zou men een toestand van volmaakte gelijkmoedigheid moeten handhaven, onaangedaan door pijn of plezier, terwijl men zichzelf steeds voorhoudt dat ‘dit verdriet, deze moeilijkheden evenals dit plezier en geluk niet van mij zijn. Ik ben boven deze dualiteiten verheven.’

‘Het is mijn lichaam’ betekent: ‘ik verschil van het lichaam’. Als je jezelf als apart van je lichaam beschouwt, waarom zou je dan pijn voelen die ervan afkomstig is? De situatie is echter, dat je niet in staat bent de pijn te verdragen die door het lichaam veroorzaakt wordt. Dus je blijft slechts op het niveau van een mens. Je bent niet in staat aan de illusie van lichaamsgehechtheid te ontsnappen. Zolang je aan het lichaam gehecht bent zullen dit verdriet, deze moeilijkheden en pijn je achtervolgen. Ze zijn van eigen maaksel.

Als je boos wordt, waar komt die boosheid dan vandaan? Alleen van jóu. Met afgunst is het net zo: het ontstaat alleen maar in je eigen gedachten. Zo is elk van deze slechte eigenschappen het gevolg van je eigen gedachten. Dus als je je gedachten de baas bent, kun je alles in het leven bereiken.

 

Het denken, het intellect en de chittha (het onderbewuste) zijn de weerspiegelingen van het atma. Het denken is niet stabiel, maar is een verzameling gedachten en verlangens. Men zegt: ‘Manayeva manushyanam Karanam bandha mokshyah’- de menselijke geest is de wortel van gebondenheid of bevrijding. Daarom dient men zijn gedachten goed onder controle te houden door grenzen aan wensen te stellen.

Zowel lichaam als geest ondergaan voortdurend veranderingen. Binnenin is er echter een entiteit die onveranderlijk is en dat is het atma. Dat heeft geen vorm, maar wel een naam - het atma, of het Zelf.

Voor atma zegt men ook wel Aham. Houd in dit verband uit elkaar dat Aham ‘ahamkara’ is (het ego), dat met het lichaam samenhangt. God heeft geen naam en geen vorm en men noemt hem Brahman. Als God zijn ware aard zou onthullen, zou hij zeggen: ‘Aham Brahmasmi’ (Ik ben Brahman). Het zelfde Brahma Tattva - het principe van Brahma - doordringt alle wezens als Atma Tattva, het atma principe.

Wij spreken over die en die als: mijn vrouw, zus en zo als mijn zoon, die en die zijn mijn schoondochters, enzovoort. Dat zijn allemaal illusoire en lichamelijke relaties. Wij zijn die zelf aangegaan en ze zijn niet van God gegeven. Evenmin geeft God je plezier of pijn. Dat is allemaal niet meer dan je eigen maaksel en is ontstaan door de gehechtheid aan je lichaam. Slechts zolang je aan het fysieke lichaam gehecht bent, ervaar je pijn. Als dit fysieke lichaam eenmaal aan de vlammen is toevertrouwd, gaat dat allemaal niet met je mee.

 

Het atma, het Zelf - het zijn verschillende namen voor hetzelfde atmische principe. De vereenzelviging met het lichaam geschiedt door het individu, hetgeen ahamkara (ego) tot gevolg heeft. Dat is de reden waarom Jezus de wereld leerde het kleine ik te kruisigen, opdat je één kunt worden met God.

Je eigen Zelf (atma) geeft van binnenuit richting aan al je activiteiten. Dit Zelf kent geboorte noch dood, evenmin als Brahman geboorte of dood kent. Het is eeuwig, waar en onveranderlijk. Wij zouden ons aan dat eeuwigdurende principe moeten hechten, niet aan voortdurend veranderende en voorbijgaande dingen.

Als je met een meisje trouwt, noem je haar je vrouw. Wie was zij vóór die tijd? Wie was jij? Er was geen relatie tussen jullie. Slechts door het huwelijk werd je haar man en zij je vrouw en ontstond er een huwelijksband. Die relatie is door jou aangegaan. God heeft met deze wereldlijke relaties niets van doen. Toch is Hij de eeuwige getuige van alles wat er in de wereld gebeurt.

 

Dhyana - meditatie, japa, het voortdurende herhalen van Gods naam - of yoga zijn van geen nut meer als het Atma Tattva is gerealiseerd. Ook niet de negen vormen van toewijding zoals sravanam - luisteren, kirtanam - zingen, Vishnusmararam - het overpeinzen van Vishnu, Padasevanam - het dienen van zijn lotusvoeten, vandanam - eerbetoon, archanam - verering, dasyam - dienstbaarheid, sakhyam - vriendschap, en Atmanivedanam - zelfovergave, het zijn allemaal verschillende vormen van sadhana [spirituele discipline], die we zelf op ons hebben genomen. Ze zijn niet door God gegeven.

Hoeveel asceten in de wereld leggen zich serieus op ascese toe? Hoeveel mensen houden zich constant met japa [herhalen van Gods namen] bezig? Brengen al deze spirituele oefeningen allemaal moksha (bevrijding) met zich mee? Nee! Men moet daarom voortdurend het Atma Tattva in gedachten houden. Als iemand je dan vraagt wie je bent, zou je moeten kunnen antwoorden ‘Ik ben God’ met al het geloof en vertrouwen dat je hebt. De Atmaswarupa in alle mensen is één en hetzelfde. Het is eeuwig en onveranderlijk.

 

Ik heb al verschillende malen over Alexander de Grote verteld. Hoewel hij grote delen van de wereld veroverd had, kon hij zelfs niet het kleinste dingetje meenemen. Hij moest deze wereld met lege handen verlaten. Om dat te demonstreren gaf hij zijn ministers de opdracht om zijn dode lichaam in een optocht door de straten van de hoofdstad te dragen, waarbij zijn opgeheven handen zichtbaar waren. Toen de ministers benieuwd waren naar de reden van dit vreemde verzoek van de keizer, antwoordde Alexander: ‘Ik heb diverse landen veroverd en grote rijkdommen vergaard. Ik voer het bevel over een groot leger. Niettemin zal niets of niemand met mij mee gaan op het moment dat ik mijn sterfelijke lichaam verlaat. Ik ga met lege handen. Deze waarheid moeten alle mensen zien.’

Wij kunnen heel veel rijkdom vergaren, het op de bank zetten of tegen rente uitlenen. Toch kunnen we nog geen handje aarde meenemen als we ons lichaam verlaten. Niets van deze wereld gaat er met ons mee. Wij worstelen er onnodig mee en denken steeds allerlei plannen uit. Niettegenstaande dat alles moeten we het uit handen geven en loslaten. Het lichaam is als een luchtbelletje op het water. De menselijke geest is als een dolle aap. Als je die dolle aap volgt, raak je in moeilijkheden. Als je in het lichaam gelooft, weet je niet wanneer dit luchtbelletje, dat het lichaam is, uiteen spat. Niets is blijvend. Slechts het atma (het Zelf) is eeuwig en onsterfelijk. Dat is God.

Ik, het Zelf, God, het zijn allemaal verschillende namen waarmee het goddelijke wordt aangeduid. Het atma dat men ‘Ik’noemt, trekt verschillende namen en vormen aan.

 

God is geïncarneerd als Rama, Krishna, enzovoort. Rama onderging allerlei moeilijkheden en legde grote idealen aan de dag. Krishna demonstreerde diverse lila’s (sporten, spelen) en trok heel veel mensen naar zich toe. Uiteindelijk verliet hij zijn stoffelijk lichaam. De fysieke lichamen van de avatars ondergaan veranderingen, maar het goddelijke atma in hen blijft hetzelfde. Het atma is alomtegenwoordig.

Om echter Atma jnana (atmische wijsheid) te verkrijgen, moet je voornemen zuiver zijn. Je dient voortdurend het goddelijke atma in gedachten te houden. Je gedachten en daden kunnen veranderen. De methoden van je japa, tapa en yoga kunnen wijzigen, maar goddelijkheid ondergaat geen verandering. Daarom wordt goddelijkheid beschreven als nirgunam, niranjanam, sanathana niketanam, nitya, shuddha buddha, mukta, nirmala swarupinam (zonder eigenschappen, zuiver, uiteindelijke verblijfplaats, eeuwig, onbezoedeld, verlicht, vrij en belichaming van geheiligdheid).

De mensen bidden: ‘O God, schenk mij uw goddelijke darshan’. Zelfs als Hij u een blik op God schenkt, is het slechts voor een ogenblik. Het komt en gaat in een flits. In feite is God zeer aanwezig in je eigen hart. Hij hoort al je gebeden. Hij beantwoordt je gebeden.

Zelfs wanneer je fysieke lichaam ophoudt te bestaan, blijft het atma. Dat atma (het Zelf) is eeuwig. Het neemt verschillende vormen aan. Wij nemen allerlei objecten in dit universum waar, zoals de sterren, de zon, de maan, enzovoort. Hoewel ze statisch lijken, ondergaan ook zij veranderingen. Alleen goddelijkheid, dat de basis van dit alles is, blijft onveranderlijk en eeuwig.

 

Men dient altijd zuiverheid te bewaren. Dit land Bharat [India] heeft naam en faam verdiend vanwege zijn zuiverheid van karakter. Dit land heeft vele edele vrouwen voortgebracht, zoals Savitri, die haar dode echtgenoot weer tot leven riep, Chandramati, die met de kracht der waarheid een brand bluste, Sita, die haar eerbaarheid bewees door ongedeerd uit een hevig vuur tevoorschijn te komen, en Damayanti, die een kwaadaardige jager tot as reduceerde met de kracht van haar ingetogenheid. Dit land van vroomheid en edelmoedigheid heeft overvloed en voorspoed bereikt en werd de leraar van alle naties ter wereld vanwege zulke ingetogen vrouwen.

Een goed karakter is werkelijk essentieel, niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen! Alleen als mensen karakter bezitten kun je ze eerbare mannen en vrouwen noemen. Vandaag de dag zien wij dat jongens en meisjes erg close met elkaar zijn en zich als gehuwden gedragen. Hoe lang? Voor slechts korte tijd. Daarna verandert de situatie. Als ze eenmaal getrouwd zijn gaat de jongen de ene kant op en het meisje de andere kant. Alleen goddelijkheid verandert in het geheel niet.

Het is de gewoonte om diamanten ringen uit te wisselen als een jongen en een meisje trouwen. De diamanten ring, een vergankelijk voorwerp, staat symbool voor goddelijkheid, die onveranderlijk is en voor de mensen te allen tijde toegankelijk is.

Wij dienen ons karakter als een diamant te bewaren. Zelfs in het buitenland worden bij een huwelijkssluiting diamanten ringen uitgewisseld, omdat het ook daar de gewoonte is. Er zit dus een betekenis achter elke gewoonte en traditie, niet alleen in India, maar ook in andere landen.

 

Zoals ik al zei, zeg je ‘dit is mijn lichaam’(naa dehama). Hier slaat ‘naa’ in Telugu op het Zelf. Maar in het Sanskriet betekent ‘naa’: nee. Het betekent dus: ik ben het lichaam niet. Zo zie je dat er een heleboel betekenis achter een uitdrukking kan schuilen.

God wordt beschreven als ‘Sahasra seersha Purushah sahasraksha sahasra paad’. (Het Kosmische Wezen heeft duizenden hoofden, ogen en voeten.) Jij hebt slechts één hoofd, terwijl God duizenden hoofden heeft. Wat betekent dit? Alle hoofden in de gehele schepping zijn van Hem!

Net zo is het niet juist om te zeggen dat Swami duizend volle manen heeft gezien (Sahasra Chandra darshan). Ik heb er niet duizenden, maar vele miljoenen gezien. Zoals de Veda zegt: ‘Chandrama manaso jathah’ (de maan is de regerende god van ons denken.) Elk van jullie heeft een ‘mind’(denkvermogen). Ik heb de minds van miljoenen mensen overal ter wereld gezien.

Enkele minuten geleden zongen de jongens ‘Neeku maaku unnadi oke bandhamu, Ade prema bandhamu’. Het is de band van liefde die ons met u verbindt. Zorg ervoor dat deze band van liefde altijd bestaat.

 

Aan de buitenkant kunnen wij diverse eigenschappen aan de dag leggen, maar er zijn slechts vijf innerlijke gedachten of waarden: sathya (waarheid), dharma (rechtschapenheid, juist gedrag), santhi (vrede), prema (liefde) en ahimsa (geweldloosheid). Dit zijn aangeboren eigenschappen, niet van buitenaf opgelegd. Ze zijn ook nergens te koop. Ze staan in de kern van ons wezen gegrift. Het is onze plicht om deze eigenschappen te tonen en ze in ons dagelijks leven aan de dag te leggen. Dat is ‘educare’. Educatie daarentegen, slaat op het verkrijgen van kennis ten aanzien van de stoffelijke en seculiere wereld.

Waarheid is eeuwig. Die moet zich van binnenuit manifesteren. Hetzelfde is het geval met dharma. Men zegt: ‘Dharmamoolam idam jagath’. Feitelijk is het: ‘Sathyamoolam idam jagath’. Waarheid is rechtschapenheid. Alle andere waarden zijn vervat in en en afkomstig van waarheid.

Liefde is ook een eigenschap die alle mensen is aangeboren. Liefde moet naar buiten toe blijken en met iedereen worden gedeeld. Waar liefde is, kan haat niet bestaan. Liefde transformeert zich in geweldloosheid. Iemand die van liefde vervuld is kan geen deelhebben aan welke vorm van geweld ook. Waar geen liefde is, doen mensen elkaar kwaad.

Uit waarheid komt rechtschapenheid voort. Als deze twee eigenschappen samengaan, komt er vrede uit voort. Vrede blijkt uit kalm en rustig gedrag. Iemand die in die toestand verkeert, zegt: ‘ik ben vredig’. Veel mensen zullen, op de vraag waar hun sadhana toe dient, antwoorden: ‘om een vredig gemoed te bereiken’. Maar wat is vrede? (peace) In de buitenwereld zijn er alleen maar brokstukken (pieces).

 

Een moeder houdt van haar kind. Zij zal haar kind onder geen enkele omstandigheid in de steek laten, ook niet als het moeilijk is. Dat doet liefde. Wil geweldloosheid de overhand in de wereld krijgen, dan moet iedereen de eigenschap liefde cultiveren.

Het is niet voldoende om jezelf lief te hebben. Je dient ook je naasten lief te hebben. Je moet het gevoel tot ontwikkeling brengen dat iedereen bij je hoort en dat hetzelfde atma in alle mensen woont.

Een voorbeeld. Er staat slechts één maan aan de hemel, maar diezelfde maan wordt in talloze wateren weerspiegeld. In wel duizend verschillende. Maar kun je daarom zeggen dat er duizend manen zijn? Nee. Zo zijn er geen aparte zonnen in verschillende landen als India, Amerika en Japan. Slechts één zon verlicht de gehele wereld.

Echter, de tijd waarop de zon in verschillende delen van de wereld opkomt verschilt wel. Het is nu 6 uur ’s avonds voor ons, terwijl het 6.00 uur ’s ochtends is in Amerika. In Japan is het 12.00 uur ’s middags. Op basis van de tijdsverschillen kun je niet zeggen dat er meer dan één zon aan de hemel staat. Slechts één zon verlicht de gehele wereld.

Zo is er één God die de inwoner is in verschillende mensen. Iedereen vereert Hem op zijn eigen manier en heeft een eigen naam en vorm aan Hem toegekend.

 

Er zijn veel mensen geweest die de geboorteplaats van Rama van mij wilden horen. In de afgelopen jaren is er een aantal mensen geweest die vroegen: ‘Alstublieft, Swami, vertel ons waar Rama precies is geboren.’ Dan zeg ik tegen hen: ‘Rama is bij zijn moeder Kausalya geboren.’

Zoek je naar jezelf in de buitenwereld? Nee. Je ware natuur wordt alleen in jou gevonden. Jij bent jij. Het is nutteloos om naar God te zoeken en te vragen: ‘Waar kan ik God vinden?’ God is alomtegenwoordig.

Sarvatah Panipadam Tat Sarvathokshi Siromukham, Sarvatah Sruthimalloke Sarvamavruthya Tishthati.

Met handen, voeten, ogen, hoofd, mond en oren doordringt hij alles. Hij doordringt het gehele universum. Het heeft dus geen zin om te vragen: ‘Waar is God?’ Tracht eerst jezelf te leren kennen. Dan ken je alles. Helaas willen mensen tegenwoordig alles over de buitenwereld weten, zonder eerst zichzelf te hebben leren kennen. Dat heeft geen nut. ‘Ken jezelf! Dan ken je alles.’ Herinner jezelf eraan: ‘Ik ben de belichaming van het goddelijk atma. Het atma woont in mij.’

 

Vaak zeggen mensen: ‘Dit is mijn …, dit is mijn …’, maar wie is dat mij/ik? Op wie slaat dat? Het gevoel van ‘van mij’ is maya (illusie). Maar mensen doen geen moeite om dit te begrijpen.

Omdat je een individu bent, zeg je ‘mijn …’, maar God is niet tot een bepaalde naam en vorm beperkt. Hij is de grondslag van ‘Ik’, dat alles doordringt. Er worden verschillende namen en vormen aan Hem toegeschreven, maar Hij is Eén en niet meer dan Eén!

‘Ekam sat viprah bahudha vadanthi’ (waarheid is één, maar de wijzen hebben er allerlei benamingen voor). Verschillende uitdrukkingen als ‘Ik’, ‘Ik ben God’, ‘Ik ben Brahman’, ‘Ik ben Vishnu’, enzovoort, slaan allemaal op God. Helaas verdelen mensen tegenwoordig het Ondeelbare. Beschouw al het goddelijke als één.

Maak geen verschil tussen de mensen. Zeg niet: deze man is mijn broer, dat is mijn schoonzoon, enzovoort. Allen zijn broeders en zusters. Als je alle mensen als je broeders en zusters beschouwt, waar is dan het gevoel van verschil tussen de mensen? Het is dit gevoel van eenheid onder de mensen dat spiritualiteit je leert.

De mensen zeggen dat zij Godsbesef krijgen door het doen van japa, dhyana en andere dergelijke sadhana’s (spirituele disciplines); wanneer en waar dan? Hoe? Ze zijn zelfs niet in staat om degene die vlak voor hen staat te zien als ze hun ogen dichtdoen. Hoe kunnen ze God dan tijdens hun meditatie zien?

 

Al deze sadhana’s zijn bedoeld om de gedachten onder controle te houden. De menselijke geest is heel onstabiel. Hij wordt door van alles beïnvloed. Hoe kun je dan zo’n onstabiele geest onder controle houden? Dat is onmogelijk. De geest kan slechts op één manier worden beheerst: door God voortdurend in gedachten te houden.

Wij zien vaak dat mensen de namen en vormen van God voor hun contemplatie veranderen. De ene dag is het Rama, de volgende Krishna, en weer een andere dag is het Venkateswara, enzovoort. Gedachtebeheersing krijg je daar niet door. Als je de voorkeur geeft aan Rama, houd die naam en vorm dan vast tot je je laatste adem uitblaast. Dan zul je zeker de sakshathkara (visie) van Rama hebben.

Schilders als Ravi Varma hebben Rama in een bepaalde vorm afgebeeld, maar Rama en Krishna zijn niet tot een dergelijke vorm beperkt. In feite heeft God geen bepaalde vorm. Hij neemt, ter wille van de toegewijden, op een bepaalde tijd een bepaalde vorm aan. Daarna verdwijnt die vorm.

Er zijn diverse afbeeldingen en schilderijen van God in een bepaalde vorm te koop. Ze zijn gemaakt door schilders als Ravi Varma, maar heeft Ravi Varma werkelijk ooit Rama of Krishna gezien? Nee. Hij heeft alleen verhalen over hen gehoord en hun portretten op basis van zijn voorstellingsvermogen geschilderd. Deze afbeeldingen herinneren je aan God. Ravi Varma noch iemand anders heeft God werkelijk gezien.

 

Jij bent God, echt waar! Denk niet dat God ergens op een verre plaats verblijft. Jijzelf bent God. Ontwikkel dat vertrouwen. Echter, als je jezelf als God beschouwt, moet je goddelijke eigenschappen ontwikkelen. Dan alleen ben je gerechtigd jezelf als God te beschouwen.

Omdat niemand ooit de aard van God op deze manier had uiteengezet, zijn mensen tot dogma’s vervallen. God is aanwezig in ieder mens, ja ieder levend wezen. Er is geen plekje waar God niet aanwezig is. Waar je ook kijkt, God is er. Je hoeft helemaal niet hierheen te komen om God te zien. Hij is net zo goed aanwezig op de plek waar jij woont. Door ontbrekend besef van deze waarheid geven de mensen veel geld aan pelgrimstochten uit. Dat is niet wat er van hen wordt verwacht.

Ontwikkel de eigenschap ‘liefde’ in je en deel die met allen. Dan kunnen alle mensen op de wereld één worden. Allen zijn één, wees hetzelfde tegenover iedereen. Ontwikkel op die manier een liefhebbende aard. Als je naar huis gaat, sluit dan je ogen en denk aan God. Je zult Hem beslist in je eigen hart vinden. Als je je ogen opent en de buitenwereld ziet, zie je allen zonder onderscheid.

Waarom denk je dat je ogen hebt gekregen? Alleen om God te zien. Als je met een lichamelijke klacht naar de dokter gaat, worden er foto’s gemaakt van je hart, lever, nieren, e.d. en zo zal de kwaal waaraan je lijdt worden vastgesteld. Spiritualiteit is als een röntgenfoto: het laat je ware aard zien.

Vestig de vorm van God in je hart en houd Hem steeds in gedachten. Verander die vorm niet. Je zult zeker Godsbesef krijgen. Je hoeft Hem nergens anders te zoeken. Als je Swami wilt zien, installeer Swami dan op het altaar van je hart. Je kunt Swami daar beslist visualiseren. Als je een gevoel van eenheid met hem tot ontwikkeling brengt, zal alles zich voor je ten goede keren. Dat is wat je vandaag moet beseffen.

 

Feesten komen en gaan. Zondag, maandag, dinsdag, zo gaat het maar door. De zaterdag gaat in de zondag over, maar God zal nimmer veranderen. Hij is eeuwig. Besef dat feit.

 

Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.

©Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.