Toespraken\ Ontwikkel educare en wees verenigd
Ontwikkel educare en wees verenigd
Goddelijke toespraak door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba
Belichamingen van liefde,
Ik heb niets toe te voegen aan wat er is gezegd door Michael Goldstein en de voorzitter voor heel India van de SSS Seva Organisaties, de heer Srinivasan. Educatie is geen onderwerp waarover iedereen maar zijn zegje moet doen. Vandaag de dag is onderwijs meer op de buitenwereld gericht en wereldlijk. Er zijn tegenwoordig miljoenen mensen in India die een seculiere opleiding hebben genoten. Hoe heeft de samenleving van die mensen geprofiteerd? Iedereen is op zichzelf gericht en houdt zich niet bezig met het publieke belang en het algemeen welzijn. Men vraagt zich niet af hoe het met de samenleving staat en in wat voor toestand deze verkeert, of wat voor moeilijkheden de mensen allemaal meemaken. Als zij in het openbaar spreken houden zij weliswaar lange redes over het helpen van de armen, maar als het op handelen aankomt, zijn ze nergens te bekennen. Iedereen weet in wat voor toestand de wereld vandaag de dag verkeert. Waar je ook kijkt zie je verdriet en lijden. Vrede en geluk vind je nergens.
Elk land beweert vooruitgang te boeken en op diverse gebieden goed te presteren. Dat zijn loze beweringen omdat men nergens vrede en geluk vindt. Als we naar de waarheid op zoek gaan, verkeert elk land in moeilijkheden en in één of andere crisis. Geen regering doet een serieuze poging om inzicht te krijgen in de moeilijkheden waarmee arme mensen geconfronteerd worden. Het is heel moeilijk om te bepalen wie arm is en wie niet. In zekere zin zijn ze allemaal arm. Welke mensen kun je rijk noemen? Dat zijn zij die in praktijk brengen wat zij zeggen. Men zegt: ‘Manasyekam vachasyekam karmanyekam mahathmanam’. Dit betekent dat degenen wier gedachten, woorden en daden volledig met elkaar overeenstemmen, Mahathama’s (grote zielen) zijn. Zulke mensen zijn heel zeldzaam. Feitelijk brengen Rusland en Amerika, die als grootmachten worden beschouwd, grote schade toe aan de armere landen. En ze hebben niet eens spijt van hun fouten. Zij beseffen niet hoe de mensen van de onderontwikkelde landen en ontwikkelingslanden lijden. De mensen in Irak bijvoorbeeld, hebben onnoemelijk leed ondergaan. Maar niemand verdiepte zich daarin. Het lijdt geen twijfel dat er in elk land rijke en arme mensen zijn. Vreemd genoeg zijn het de rijkeren voor wie gezorgd wordt en die hulp krijgen. Niemand komt de echt arme mensen te hulp. Daarom moeten eerst en vooral de armen en verdrukten beschermd worden.
Elke devotee dient liefde en meeleven tot ontwikkeling te brengen. Men zegt: ‘Thyagenaike amruthathwamanasuh’ (slechts door opoffering verkrijgt men onsterfelijkheid). Alleen iemand met een opofferingsgezinde instelling kan gelukzaligheid ervaren. Mensen met de egocentrische instelling van ‘ik’ en ‘van mij’ kunnen nooit gelukkig zijn in het leven. Waar het ‘ik’ zo’n grote plaats inneemt komt ego om de hoek. Mensen die denken in termen van ‘van mij’ en ‘mijn volk’ cultiveren gehechtheid. Men moet nooit voeding geven aan het idee: ‘als het mijn land maar goed gaat’. Men dient een bredere blik te ontwikkelen en bidden: ‘Loka samastha sukhino bhavantu’ (Moge de hele wereld gelukkig zijn!)
Mensen die er bekrompen ideeën over ‘ik’ en ‘van mij’ op na houden, ondergaan een heleboel narigheid. Dat komt door het seculiere onderwijs dat zij hebben gehad. Wereldse scholing gaat niet verder dan het eigen belang. Wij moeten iedereen liefhebben en iedereen dienen. Tegenwoordig zijn de rijken de eigenschappen ‘papa bheeti’ en ‘daiva preeti’ (afschuw van zonde en liefde voor God) kwijtgeraakt. Als je deze twee eigenschappen aankweekt, dan kun je alles in het leven bereiken.
Wij moeten dat eigenbelang van ons in bepaalde mate reduceren. Geleidelijk aan dient men zelfzucht op te geven. Wij moeten ten behoeve van de samenleving volledig gebruik maken van het onderwijs dat wij hebben genoten en van de energie waarover we beschikken. Als er geen armen mensen waren, zou je misschien niet eens te eten hebben, omdat zij het zijn die op het veld en in de fabrieken ploeteren om de gewassen en consumptiegoederen voor de samenleving te produceren. Terwijl de rijken van alle luxe dingen des levens genieten, werken de armen zich in het zweet. Ieder individu in een samenleving heeft zijn eigen rechten, het recht op leven, enzovoort. Daarom moeten wij ook voor de arme mensen zorgen en in hun basisbehoeften voorzien. Als wij van hun diensten gebruik maken, moeten wij wat voor hen terugdoen. Tegenwoordig zitten zij die een goede opleiding hebben genoten en degenen die de touwtjes in handen hebben, in enorme zelfzucht gevangen. En zij zijn niet de enigen die een slechte mentaliteit tentoonspreiden.
Tegenwoordig wil iedereen zijn eigen belangen dienen, ook al gaat het ten koste van anderen. Wie handelt er nog met een zuiver hart en de goede intentie om anderen te helpen? Van een mens wordt verwacht dat hij de eigenschappen sathya (waarheid), dharma (rechtschapenheid/goed gedrag) santhi (vrede), prema (liefde) en ahimsa (geweldloosheid) heeft. Heeft hij die totaal niet, dan is hij helemaal geen mens. Hoe kan iemand met demonische eigenschappen een mens genoemd worden? Daarom dient men allereerst menselijke waarden te cultiveren. Niemand mag genieten als zijn medemens ervoor moet lijden. Allen zijn Gods kinderen. Als je iemand narigheid bezorgt, komt het bij je terug. Leid daarom je leven met toewijding tot God en liefde voor alle mensen.
Allen dienen eenheid te betrachten. Waar eenheid is, daar zal zuiverheid zijn. Waar zuiverheid is, daar is goddelijkheid. Jullie allen moeten je leven leiden gebaseerd op deze drie aspecten: eenheid, zuiverheid en goddelijkheid. Wees niet blind voor de moeilijkheden en het lijden van anderen alsof het je niet aangaat. Behandel hun lijden als dat van jezelf. De ene God verblijft in de harten van alle mensen. ‘Easwara sarvabhuthanam’. God is net zo goed in mieren als in muggen aanwezig. Er dient mededogen in je hart te zijn. Maar dat is een zeldzame eigenschap geworden tegenwoordig, die uit de mode lijkt te zijn. Hoe kan er dan gelijkheid heersen in de samenleving? Betoon tenminste een klein beetje menselijkheid. Iemand die een dergelijke eigenschap heeft, wordt een mens met het hart op de juiste plaats.
Lust, boosheid, haat, afgunst, trots, enzovoort zijn dierlijke eigenschappen. De echte rijkdom van een mens zijn edele kwaliteiten als liefde, medeleven, rechtschapenheid, opofferingsgezindheid en waarheid. Alleen als een mens deze menselijke kwaliteiten bezit kan hij waarlijk als mens worden beschouwd. Helaas zijn de mensen vandaag de dag alleen uiterlijk mensen. Hun eigenschappen zijn dierlijk. Wat belangrijk is, is niet de uiterlijke verschijning, maar de eigenschappen.
Je weet nooit wanneer je met moeilijkheden te maken krijgt. Elke actie heeft zijn reactie, weerkaatsing/weerklank en weerspiegeling (karma). Als je anderen kwetst zal dat zeker een reactie opleveren. Alleen als je deze waarheid erkent en je dienovereenkomstig gedraagt, kun je waarlijk een mens genoemd worden. Met welke leerling of student van onze onderwijsinstellingen je ook spreekt, zelfs basisschoolleerlingen kunnen je de menselijke waarden duidelijk uitleggen. De menselijke waarden moeten daarom vanaf de vroegste jeugd worden ontwikkeld. De jongens en meisjes moeten er van jongs af aan mee opgroeien. Zelfs ouderen kunnen van zulke leerlingen iets opsteken.
Nu even over waarheid. Waar is waarheid vandaan gekomen? Het is niet aan de aarde ontsproten en evenmin uit de lucht komen vallen. De oorsprong ervan is niet in het noorden, zuiden, oosten of westen. Waarheid is stevig in ons hart verankerd. Als je naar binnen kijkt en je ontwikkelt dat, zul je daar zeker herkennen wat waarheid is. Waar waarheid is, daar is rechtschapenheid. Als waarheid en rechtschapenheid samenkomen, ontstaat er liefde in het hart. Van liefde komt vrede. Als vrede en liefde hand in hand gaan, regeert geweldloosheid. Wij moeten de onderlinge verwevenheid tussen de vijf menselijke waarden begrijpen. Deze hebben hun natuurlijke plaats binnenin ons.
Een mens is waarlijk God. Dat is de reden waarom God in menselijke vorm wordt afgebeeld. Als God zijn ware identiteit zou onthullen, zou hij zeggen: ‘Ik ben Brahman’. Hij zou niet zeggen: ik ben zo en zo. Alle namen van individuele mensen zijn door de ouders aan het lichaam gegeven. Ze zijn niet door God gegeven. God geeft maar één ding, en dat is het atma. Dat is ‘Mamatma sarvabhuthantharatma’ (het goddelijke Zelf doordringt alle wezens). Kijk eens naar de mieren. Zij lopen vaak in rijen. Terwijl zij dat doen, groeten zij elkaar vrolijk. Als een koe een kalfje heeft gekregen, voegt zij zich niet bij de kudde en laat het kalf niet alleen. De koe herkent het roepen van het kalf, zelfs van een afstand. Het kalf roept: ‘Amba, amba’. En de moeder antwoordt. Zo is de relatie bij dieren en ook bij vogels.
In het Ramayana verhaal zag een jager twee vogels gezellig naast elkaar op een tak zitten. De jager vuurde een pijl af en doodde het mannetje. Het vrouwtje kon het niet verdragen van haar geliefde gescheiden te zijn en stierf spoedig daarna. De wijsgeer Valmiki, die dit tafereel had gadegeslagen, uitte zonder het te weten, een sloka. Het kwam spontaan uit zijn mond. Dat verdriet werd de inspiratie voor het grootse Ramayana epos. De vogels en andere dieren hebben dus ook liefde voor elkaar. Hoe kan een mens dan zo’n edele eigenschap, liefde, kwijtraken? Er zijn tegenwoordig heel wat dingen die een mens van vogels, huisdieren en wilde dieren kan leren. Maar om zulke lessen bekommert de mens zich helemaal niet. Ik heb sinds tientallen jaren heel wat goede dingen onderwezen, maar wordt er geluisterd? Zelfs als je luistert, breng je ze niet in de praktijk.
Als iemand lelijke dingen tegen je zegt, geeft het je een droevig gevoel. Weet je dan niet dat hij zich precies zo voelt als jij lelijke dingen tegen hem zegt? Lof of kritiek, behandel ze als een onderdeel van het goddelijke spel. Als je gelijkmoedigheid ontwikkelt, zal het je goed gaan in het leven. Tegenwoordig streven zelfs mensen die al rijk zijn, naar nog meer geld. Maar tonen zij hetzelfde enthousiasme voor God? De mensen zijn hun zelfvertrouwen helemaal kwijt. ‘Waar is het atma? Wat is het atma?’ De mensen stellen honderd-en-een vragen. Zij begrijpen helemaal niet dat het atma waar zij naar vragen, in hen aanwezig is, dat zij dat zijn.
De mensen zeggen: ‘Dit is mijn zakdoek’. Dat betekent dat ‘ik’ en ‘zakdoek’ verschillend zijn. Zo zeg je ook: ‘mijn lichaam’. Je verschilt dus van je lichaam. Wat is dat ‘mijn’? Je zegt: ‘Dit is van mij’. Maar wie ben jij? Je kent de waarheid over jezelf niet. Als je jezelf kent, ken je alles. Als je jezelf niet kent, kun je anderen niet kennen. Ga dus maar eens rustig in een hoekje zitten en stel vragen over wat je ‘Zelf’ eigenlijk is. Dat is echte dhyana (meditatie). Meditatie hoeft geen mijmerende gedachten over God in te houden. Ken jezelf, dat is het eerste. God is in jou, met jou, om je heen, boven je en onder je. Jij bent God. Als iemand informeert: ‘Wie ben je?’zou je antwoord moeten luiden: ‘Ik ben God’ en niet: "Ik ben zo en zo’. Wat zul je je gelukkig voelen als je jezelf als goddelijk beschouwt. Zelfs degenen die naar je antwoord luisteren zullen gelukkig zijn.
Onderwijs betekent niet eenvoudig: kennis tot je nemen. We leren veel uit studieboeken, maar mogelijk kunnen we de werkelijke betekenis niet doorgronden. Vraag je eerst en vooral af: wie ben ik? Dan krijg je het werkelijke antwoord. Ben je je gedachten? Of het verstand? Of chitta? Het ego? Het lichaam? Je bent niets van dat alles. Het lijdt geen twijfel dat je lichaam, denkvermogen, verstand, enzovoort allemaal geschenken van God zijn. Die moet je natuurlijk met het nodige respect behandelen en waarderen. Het is niet voldoende als je allerlei teksten leest en gelukkig en tevreden bent als je veel weet. Gisteren kwam er een jongen naar me toe en vertelde me: ‘Swami, ik heb het boek van Shirdi Sai Satcharithra uitgelezen’. Toen ik vroeg of hij het volledige boek had gelezen, antwoordde hij dat hij het boek woord voor woord had gelezen. Daarna vroeg ik: ‘Hoeveel leringen van Baba staan erin die je in praktijk brengt?’ Zijn antwoord was: ‘Geen één.’ Waar is dat lezen dan voor? Om bladzijden om te slaan? Nee, er zou een transformatie van het hart moeten plaatsvinden. Alleen dan wordt je parayana (het lezen van geheiligde teksten) geheiligd.
Devotees doen allerlei soorten sadhana (spirituele discipline/inspanningen). Maar in de ware betekenis is het geen sadhana. Als je de werkelijkheid wilt zien, moet je innerlijk schouwen. Als je je ogen opent en de buitenwereld ziet, zie je een aantal hoofden. Maar sluit nu eens je ogen en kijk naarbinnen. Dan zie je niets anders dan jezelf. Leer dus innerlijk kijken. Vraag je af: ‘Wie ben ik?’ Dan komt er onmiddellijk een antwoord van binnenuit: ‘Ik ben Ik’. Dat is het juiste antwoord. De mensen zeggen: ‘Ik ben die en die, ik ben een Amerikaan’, enz. Dat zijn niet de werkelijke antwoorden op de vraag: ‘Wie ben ik?’ Dat zijn allemaal uiterlijke namen om je in de uiterlijke wereld bekend te maken. Niet van werkelijk belang. Wat wel van belang is, is zelfonderzoek. Dan zul je je de waarheid realiseren.
Goldstein en Srinivasan die daarstraks hebben gesproken, hebben het onderwijs geroemd. Wat zij zeiden, sloeg op werelds onderwijs. Ik ben het daar niet mee eens. Het moet met jou te maken hebben. Dan alleen kan het denkbeeld van ‘Ik ben Ik’ worden beseft. Morgen zal ik antwoorden geven op de vragen die je je in het dagelijks leven stelt. Ik weet zeker dat jullie spoedig besef van goddelijkheid zullen krijgen. Het is niet mijn wens om over hedendaags onderwijs te spreken. Dat doen alle anderen. Het lezen van boeken en het zich eigen maken van wereldlijke kennis is niet zo geweldig. Dat is maar boekenkennis. Je moet kennis verkrijgen over je eigen Zelf (je innerlijke wezen). Dat is echte kennis, die onveranderlijk en eeuwig is. Waarheid is één; er zijn er geen twee. Waarheid is God. Rechtschapenheid is God. Vrede is God. Liefde is God. Besef dat. Liefde is God; leef in liefde. Als je een dergelijke onzelfzuchtige en goddelijke liefde ontwikkelt, kun je alles in het leven bereiken.
‘God is één. Het doel is één.’ Als je een vast vertrouwen in deze regel ontwikkelt, kun je alles begrijpen. Je ervaringen en genietingen in deze stoffelijke wereld zijn niet belangrijk. Ze zijn niet waarachtig. Achter deze voorbijgaande ervaringen zijn eeuwige waarden om te cultiveren; menselijke kwaliteiten om te worden ontwikkeld. Deze waarden en kwaliteiten moeten zich van binnenuit manifesteren; ze moeten niet van buitenaf komen. Dat is educare. Educare betekent het naar buiten brengen van de latente kwaliteiten en waarden vanuit het diepste van ons innerlijk. De boeken die je leest hebben betrekking op educatie. Maar dit is educare. Wat er vandaag de dag nodig is, is educare. Als de mensen educare tot ontwikkeling brengen, zullen zij eenheid beleven.
Neem van mij aan - in ongeveer 25 tot 30 jaar tijd zal de hele wereld één zijn. Er zal slechts één kaste zijn, één religie en één God. Wat nodig is, is die eenheid. Tegenwoordig zijn er allerlei verschillen tussen de mensen op basis van kaste, geloof, religie, taal, land, enz. Die verschillen moeten verdwijnen en er dient eenheid te zijn. In de Veda’s wordt op deze eenheid de nadruk gelegd in de verklaring ‘Ekam sath viprah bahudha vadanthi’ (Waarheid is één, maar de geleerden geven er op verschillende manieren uitdrukking aan.) Dat is de werkelijke wereld die ons voor ogen staat.
Ik heb vandaag uitvoerig en lang gesproken. Morgen zal ik al jullie vragen op mijn gemak beantwoorden.
Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.