Toespraken\ Een ieders geluk is mijn geluk

Een ieders geluk is mijn geluk

Goddelijke toespraak door Bhagavan Sathya Sai Baba
ter gelegenheid van Ugadi
op 20 maart 2007 (ochtend) in de Kulwant hal, Prasanthi Nilayam te Puttaparthi

Belichamingen van liefde,

Er zijn in de Telugu almanak 60 jaren met de volgende namen: Prabhava, Vibhava, Shukla, Pramodhutha, Prajotpatthi, Angirasa, Srimukha, Bhava, Yuva, Dhathu, Easwara, Bahudanya, Pramadhi, Vikrama, etc. ….Deze cyclus culmineert in het 60e jaar, Akshaya. Dit lichaam heeft tot dusver twee Akshaya jaren meegemaakt. Dit jaar, Sarvajit, is van groot belang om tot het besef te komen van de aangeboren goddelijkheid van een mens.

Een mens heeft verschillende verlangens en aspiraties. Het jaar Sarvajit vervult de wensen die waarachtig zijn. Het jaar zal op moreel, lichamelijk, dharmisch, spiritueel en wetenschappelijk gebied belangrijke vooruitgang laten zien. Een wens die op waarachtigheid berust, zal altijd in vervulling gaan. Men moet echter met standvastig vertrouwen aan waarheid vasthouden. Sarvajit zal op alle mogelijke manieren overwinning brengen. Het is van alle afgelopen 60 jaren het belangrijkste. ‘Jit’ betekent victorie, zege, overwinning. Sarvajit betekent overwinning op alle gebieden van het menselijk bestaan. Als iemand vooruit wil in het leven, dan moet hij in dit Sarvajit jaar waarachtige wensen hebben. Ik heb nooit iemand gezien die dergelijke waarachtige wensen koesterde en wiens leven faalde. Daarom spoor ik jullie aan om waarachtige wensen en aspiraties te ontwikkelen en een leven van geluk en gelukzaligheid te leiden in dit Sarvajit jaar.

De godin Parvati is verantwoordelijk voor dit Sarvajit jaar. Zij heeft een aantal jaren met grote ernst spirituele activiteiten ontplooid, waarbij ze van voedsel en slaap afzag, omdat ze de ambitie had met Shiva in het huwelijk te treden. Shiva was hier zeer tevreden mee en verscheen voor haar. Hij informeerde: ‘Voor wie heb je dat allemaal gedaan?’ Zij antwoordde: ‘Heer, ik heb het gedaan om uw genade te verwerven.’ Daarop deelde Shiva haar mee: ‘Je wens wordt vandaag vervuld. Je kunt nu met mij meegaan.’ Voordat Parvati zich bij Easwara kon voegen, probeerden verscheidene goddelijke vrouwen haar het huwelijk met de Heer uit het hoofd te praten, en uitten hun kritiek als volgt:

O, Gowri, jij bent nog heel jong
En Sambasiva is oud
Hij heeft verwarde haren
En draagt een tijgervel.
Hij rijdt op een stier
En is voortdurend onderweg.
Hij versiert zich met slangen
Hoe kon je verliefd op hem worden?
Wist je dit alles niet?
Hij heeft geen eigen huis
En slaapt op de plaats van de lijkverbrandingen.
(Telugu gedicht)

Zij vroegen: ‘Waarom wil je met zo’n oude man trouwen, die bedelt op straat?’ Parvati antwoordde: ‘Jullie weten er niets van en zien alleen zijn uiterlijke vorm. Jullie doen geen enkele poging om tot besef te komen van het Atma tattwa in hem. Mijn aspiraties richten zich op de goddelijkheid in hem. Goddelijkheid is eeuwig en onveranderlijk.’ Easwara aanvaardde Parvati als zijn gemalin en zij was in ieder opzicht gelukkig. De dag waarop de godin Parvati haar wens vervuld kreeg en alle moeilijkheden overwonnen had, wordt gevierd als de nieuwjaarsdag van Sarvajit. En deze naam is aan het nieuwe jaar door Parvati zelf gegeven!

De namen van de jaren die hierop volgen zijn Sarvadhari, Virodhi, Vikruthi …, Nala, Pingala, Kaalayukthi, Siddharthi, Roudri, Durmathi, Dundubhi, Rudhirodgari, Raktashi, Krodhana en Akshaya. Alleen als je door al deze jaren heen bent gegaan kun je Akshaya bereiken. De godin Parvati kon zich pas weer bij de goddelijkheid voegen die Akshaya (onverwoestbaarheid) is, door haar geweldige spirituele inspanningen en na heel veel afzien. Goddelijkheid incarneert altijd alleen in het Akshaya jaar. Dit lichaam is in het Akshaya jaar geboren tijdens Brahmamuhurtha (het gezegende moment dat de zon opkomt) om 6.00 uur. Alleen als we de diepere betekenis begrijpen zullen we het goede en het kwade van elk aspect kunnen onderscheiden.

Parvati is de godin die de hele wereld van water voorziet. Dat was een geschenk van Easwara aan haar. Ganga is een andere vorm van de godin Parvati. Daarom wordt de rivier de Ganga (Ganges) vereerd als Gangadevi. Enige jaren geleden heb ik het Oost Godavari district in Andhra Pradesh bezocht. Ik moest per auto reizen om in Chennai (Madras) te komen. Er is een plaats in de buurt van Chennai die Red Hills heet. Daar is een gigantisch reservoir gebouwd voor de opslag van water. Men vertelde mij dat de hele stad Chennai van dat drinkwater gebruik maakt. Maar er stond op dat moment geen water meer in en hoe kan dan de stad worden voorzien? Er waren natuurlijk wel een paar plekjes in het reservoir waar zich wat regenwater verzameld had en ik zag er kinderen die van dat vervuilde water dronken. Mij werd verteld dat hetzelfde water ook als drinkwater wordt gebruikt en om eten te koken. Enkele devotees reisden met mij mee in de auto en zij vroegen: ‘Swami, wanneer zal dit reservoir weer vol zijn?’

Er is voor alles een tijd, een handeling, een reden en taakstelling, die allemaal samen moeten komen. Ik had deze aspecten op het oog toen ik zei: ‘Ik zal Chennai de volgende tien jaar niet bezoeken. Pas als er weer een voorziening is voor zowel drinkwater als voor irrigatie van het land, en de inwoners van Chennai schoon water kunnen drinken, zal ik Chennai weer willen bezoeken.’ Tien jaren gingen voorbij. Ik kwam mijn belofte na en de hele stad Chennai heeft schoon drinkwater, dat ook voor de bevloeiing van het land wordt gebruikt. Daarom heb ik in januari van dit jaar weer een bezoek gebracht aan Chennai.

De Britten, die over dit land heersten voordat het onafhankelijk werd, hebben 200 jaar lang in Chennai gewoond. In die tijd waren er geen behoorlijke wegen of auto’s. Men ging toen te paard naar verafgelegen plaatsen en de bergen in om naar waterbronnen te zoeken. Niettemin hebben zij, voordat zij het land verlieten, het drinkwaterprobleem niet kunnen oplossen. Toen er een acuut watergebrek was, konden de rijken water uit tankwagens van privé-eigenaren van waterputten kopen. Maar de armen, wat moesten die? Zij hebben geen geld om water te kopen. Op een dag was ik in Teynampet, een stadsdeel in Chennai. Daar waren vele mensen bijeen die me over het nijpende gebrek aan drinkwater vertelden. Er waren ook kinderen bij, want die dag was de lagere school wegens een feestdag gesloten. Ze kwamen om me heen staan en zeiden: ‘Swami, we hebben drinkwater nodig.’ Ik zei tegen hen: ‘Ik verzeker je, dat krijgen jullie. Ik zal voor aanvoer en zuivering vanuit de rivier de Krishna zorgen.’ Ik heb mijn belofte gestand gedaan.

De Britten beloofden om de rivieren de Ganges, Godavari en Krishna met elkaar te verbinden, maar ze hebben er niets aan gedaan. Het Godavari water gaat verloren omdat de rivier in zee uitmondt. Dat geldt natuurlijk niet voor de rivier de Krishna. Zelfs nu is er overvloedige watertoevoer vanuit de Krishna. Er worden verscheidene dammen en reservoirs bij de Krishna gebouwd. Wij moesten miljoenen roepies uittrekken om de stad Chennai van drink- en irrigatiewater te voorzien. De inwoners van Chennai zijn er heel gelukkig mee dat ze nu schoon water tot hun beschikking hebben. Tijdens mijn recente bezoek aan de stad ben ik wederom naar Teynampet gegaan. De mensen daar vertolkten hun gevoelens aldus: ‘Swami, wij kunnen nu zuiver, verfrissend, zoet water drinken! Hoe kunnen wij onze dankbaarheid aan u tot uitdrukking brengen? Woorden schieten tekort om aan te geven hoe dankbaar we u zijn.’

God kan alles, kan elke ‘onmogelijke’ taak tot een goed einde brengen. Maar er zijn dwazen die zich dit niet realiseren. Jullie moeten het die dwazen maar goed uitleggen. Ze hebben wel enorme rijkdommen vergaard, maar een bedelaar iets geven, dat doen ze niet. Ik heb tegen die mensen gezegd: ‘Je hoeft niet van de liefdadigheid van anderen afhankelijk te zijn. God Zelf, die de schepper is, kan je alles geven. Bid dus tot hem om wat je nodig hebt, wat het ook moge zijn.’ Zij hielden daar een bijeenkomst om mij te begroeten en om mij hun dankbaarheid te betuigen voor het geschenk: schoon water. Ik zei tegen hen: ‘Drink dit zuivere, heerlijke water en wees gelukkig. Dat is voldoende. Iets anders heb ik niet nodig.’ Nu komt het water in ieder huisgezin en zelfs in kleine hutjes, omdat er pijpleidingen zijn aangelegd. Alle mensen drinken het water nu en ik moet je zeggen dat mijn hart van zoet water vervuld is! Ieders geluk is mijn geluk. Dat is de diepere betekenis van het gebed ‘Lokah samasthah sukhino bhavanthu’ (Mogen alle mensen in de wereld gelukkig zijn!). Bid dit gebed ook.

Ons volgende project was de levering van drinkwater in de hooglanden van Oost en West Godavari in Andhra Pradesh. Dr. Bhaskara Rao is momenteel hier. Ze hebben allemaal heel hard aan de uitvoering van dit project gewerkt. Het is moeilijk om het water van de laag gelegen gebieden naar het hoogland te transporteren. Het is moeizaam werk, en duur. Ik heb die mensen de verzekering gegeven: ‘Doen jullie maar gewoon je werk en ik zal voor al het andere zorgen.’ Ik heb Ramakrishna, voormalig vice voorzitter van M/s Larsen & Toubro Company, en Kondal Rao, voormalig hoofdingenieur en overheidsfunctionarissen van Andhra Pradesh de voortgang van het werk laten controleren. Zij waren verbaasd om vast te stellen dat het werk heel snel vorderde. Ze riepen uit: ‘O, wat wordt dat water naar enorme hoogten getransporteerd. Gewoon wonderbaarlijk! Woorden schieten tekort. Je moet het zien om het te geloven. De mensen die daar in de heuvels wonen, leiden geen leven zoals anderen; zij gaan niet het dal in om de mensen die daar wonen te ontmoeten, omdat ze bang voor hen zijn! Ze waren verbluft over het enorm omvangrijke waterproject en zeiden: ‘Swami, wij wonen hier in de heuvels en de Godavari stroomt daar beneden op de vlakten onder ons, maar tot vandaag hadden we nog nooit een druppel Godavari water gedronken.’ Die mensen zijn nu heel gelukkig met zoet water, dat gezuiverd en wel uit de kraan komt, via de pijpleidingen die tot in de huizen zijn aangelegd. Verscheidene van die mensen, vooral vrouwen, hebben het hele eind te voet naar Prasanthi Nilayam afgelegd om te kijken hoe het er hier uitziet en om mij te zien. Ze hebben met de devotees hier gesproken en zeiden tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch fortuinlijk! Wij ook, natuurlijk. Ooit, op een dag, zullen wij ook aan de lotusvoeten van Swami zitten.’

En op die manier hebben we vele dorpen van schoon drinkwater voorzien en iedereen is er ontzettend gelukkig mee. Ze hebben in plaatselijk dialect liedjes geschreven, waarin ze hun dankbaarheid tegenover Swami tot uitdrukking brachten. Het refrein van hun liedjes was: ‘Het water dat wij drinken hebben we van Sai Baba gekregen. We moeten er niets van verspillen, geen druppel. Kom, laten we dat water drinken en gezond blijven.’ Ze hebben er een mooie melodie bij gecomponeerd en zongen het dansend in een groep. Dus deze dorpelingen zijn er heel gelukkig mee dat hun waterprobleem blijvend door Swami is opgelost. Zij vullen vaten met dat heerlijke water en dragen die naar de plek waar ze het nodig hebben door middel van een kavadi (juk). Het is prachtig om te zien. Feitelijk kan men heel wat leren van de dorpen en de steden, van die onschuldige, blije mensen. Zij ervaren een onbeschrijflijk geluk en grote voldoening in hun leven.

Gisteren kwamen Ramakrishna en Kondal Rao bij me en vertelden me: ‘Swami, u moet die mensen op het platteland echt gaan opzoeken. Ze bidden er allemaal om en zien heel erg naar uw komst uit.’ Ik antwoordde dat ik ze zeker zal bezoeken. In de zeer nabije toekomst zal ik naar Rajahmundry gaan. Maar daarvandaan kun je die dorpjes niet met de auto bereiken. Daar kun je alleen te voet komen. De dorpelingen die me al eerder hadden willen overhalen, zeiden: ‘We willen Swami’s lichaam niet belasten. We zullen proberen om u, zonder dat u hoeft te lopen, naar de plaatsen te brengen waar wij wonen. Als het nodig is dragen we u op onze schouders.’ Je merkt dat deze mensen er veel aan gelegen is om Swami in hun dorpjes te ontvangen.

Op deze heilige dag van de Ugadi viering lanceren wij een nieuw plan voor het tot ontwikkeling brengen van het platteland onder de naam ‘Village works’ (Dorpenwerk). Het is noodzakelijk dat elk huis in elk dorp wordt schoongehouden. De huizen moeten zowel van binnen als van buiten schoon en netjes worden. De kinderen in deze huizen moeten ook zodanig worden verzorgd dat zij schoon en gezond zijn. Wij stellen voor om met dit project successievelijk alle dorpen aan de beurt te laten komen. Natuurlijk zal dit gigantische bedragen gaan vergen, maar we aarzelen niet om er de nodige fondsen voor ter beschikking te stellen. Geld komt en gaat, maar de hulp die we verlenen en het goede werk dat we doen, dat blijft. Daarom moeten we meteen met dit ontwikkelingsproject voor het platteland beginnen. Wij lanceren dit project vandaag, op deze heilige Ugadi-dag. Ouderen zowel als kinderen, armen en rijken, allen dienen samen te werken om dit project tot een succes te maken. Het is seva, en dat is samenbindend. Zowel kleine als grotere dorpen moeten meedoen en in een geest van eenheid samenwerken. Wij zijn er zeker van dat dit heel spoedig gerealiseerd zal worden. Het is onze wens dat bij de volgende Ugadi alle dorpen in modeldorpen zijn omgevormd. Jullie allen, de kinderen incluis, zullen aan dit ‘dorpenwerk’ meedoen. Je moet het als Daiva seva (dienst aan God) beschouwen. Dienst aan de mens is dienst aan God.

Tegenwoordig zijn we nogal individueel ingesteld. Wij werken voor ons eigen, individuele belang. Die houding dient te veranderen. Wij moeten veranderen. Wij moeten eenheid en nationaal belang tot ontwikkeling brengen. Het hele land moet een eenheid vormen. Bij een bijeenkomst onlangs in Chennai waren diverse ministers en overheidsfunctionarissen aanwezig. Er waren heel veel mensen bij betrokken en al die mensen hadden een gemeenschappelijk belang op het oog. En op die manier moeten ook jullie een eenheid gaan vormen en aan dit ‘dorpenwerk’ deelnemen. Als allen samenwerken, kan de hele wereld tot een beter oord gemaakt worden om te leven. Ik ben altijd bij jullie, ik leid jullie op elk moment. Wat je ook nodig hebt, vraag het mij en ik zal erin voorzien. Zoals de rivieren allemaal uiteindelijk in zee uitkomen, zo bereikt elke seva, wat het ook is, alleen mij. Wees dus nergens bang voor. Waar zou je bang voor zijn als ik er ben? Aarzel niet, mij te vragen om wat je nodig hebt, wat het ook is. Ik zal het je zeker verschaffen. Dus bereid je voor om aan deze dienst deel te nemen, zowel mannen als vrouwen.

Gisteren is er een groep uit Mumbai in Prasanthi Nilayam gearriveerd. Het zijn zeer welgestelde mensen. Zij zeiden tegen mij: ‘Swami, wij stellen voor om in de naam van Swami in zee bij Mumbai een Dwaja Sthamba op te richten, een paar honderd voet hoog. Wij zouden er een vuurtorenlicht bovenop willen zetten, zodat iedereen het al van verre kan zien. Het krijgt de goddelijke naam ‘Sai Ram’ en gaat een paar honderdduizend roepies kosten. Als het project klaar is komen we naar Prasanthi Nilayam terug voor Swami’s darshan.’

Het lijdt geen twijfel dat de devotees van Mumbai veel seva doen. Heel goed allemaal. Maar de stad Mumbai is ontzettend vuil. Maak allereerst de stad vrij van verontreiniging. Er zijn daartoe in het verleden al wel pogingen gedaan, maar erg succesvol waren ze niet. Dat komt doordat de zee bij hoog water hoger ligt dan het drainagesysteem, en water stroomt, zoals jullie allemaal weten, altijd naar het laagste punt. Als het rioolwater niet wordt weggepompt, kan de stad niet schoon en mooi blijven. Ik weet zeker dat er een manier kan worden gevonden om dit probleem aan te pakken. Ik weet ook zeker dat de mensen in Mumbai deze taak met succes kunnen uitvoeren. Ik heb deze groep devotees dan ook in klare taal gezegd: ‘Als jullie dat werk tot een goed einde brengen, kom ik beslist.’

Het is mijn wens dat het hele land Bharat (India) mooi wordt gemaakt en dat de mensen een gelukkig en vredig leven leiden. Lokah samasthah sukhino bhavanthu (Mogen alle mensen op de wereld gelukkig zijn!). Swami’s geluk is gelegen in het geluk van allen. Ik heb niet iets bijzonders nodig. Jullie geluk is mijn geluk. Dus, wat voor werk je ook aanpakt, laat het zijn ten behoeve van vrede, welzijn en geluk van allen.

Meer dan wat ook is wat we tegenwoordig nodig hebben: water voor iedereen. Water is van levensbelang. Zonder voedsel kun je wel een paar dagen in leven blijven, maar zonder water kun je niet leven. In de toekomst zal er overvloedige regenval zijn. Niemand hoeft bang te zijn voor droogte. Sterker nog, ik ben in de wereld gekomen om zulke dingen te corrigeren. Ik zal jullie geluk brengen door het corrigeren en vergeven van jullie fouten. Jullie moeten allemaal in eenheid en liefde leven. Als wij over de pancha prana’s (de vijf levensadems) spreken, dan bedoelen we prana, apana, vyana, udana en samana. Wat ik echter met pancha prana’s bedoel is sathya (waarheid), dharma (rechtschapenheid, goed gedrag), shanti (vrede), prema (liefde) en ahimsa (geweldloosheid). Waar waarheid is, zal rechtschapenheid zijn. Waar rechtschapenheid is, zal vrede zijn. Waar vrede is, zal liefde zijn. Iemand die zowel waarheid als liefde betracht, krijgt al het andere vanzelf.

Heel spoedig zal de hele wereld een eenheid zijn. Studenten dienen ernaar te streven om dat ideaal te bereiken. Kinderen hebben heel goed ontwikkelde zintuigen. De lichamelijke, mentale en spirituele kracht is bij hen van een hoog niveau. Van die kracht moet je een juist gebruik maken. Ik verwacht dat je je zintuigen niet misbruikt. Alleen dan kun je de wereld enorm van dienst zijn. Het is niet voldoende om naar een tempel te gaan en daar de muren te witten. Dat is geen dienstverlening. Ieder huis moet schoon worden gehouden. In elk huis dat schoon gehouden wordt kun je op bezoek gaan.

In vroeger dagen plachten de Harijans (onaanraakbaren) apart te wonen in huizen die op een afstandje van Puttaparthi gelegen waren. Ik bezocht hun huizen ook. In die tijd was er een man, Nagappa geheten, wiens schoonzoon Ramulu onderwijs had genoten tot en met de achtste klas. Hij wist tot op zekere hoogte wel iets over Swami en diens goddelijkheid. Op een dag nodigde Ramulu mij bij hem thuis uit om het middagmaal te gebruiken. Ik vertelde dat aan Subbamma. Zij was het er helemaal niet mee eens en probeerde me ervan te weerhouden. Ze zei: ‘O, wat jammer, Swami! Gaat u naar de huizen van Harijans? Doet u dat toch niet, alstublieft.’ Ik stond erop om te gaan. Ik zei haar ook dat ze mee moest gaan. Subbamma behoorde tot de orthodoxe Brahmaanse gemeenschap. Toch besloot ze om mee te gaan en zei: ‘Als het voor Swami is, doe ik alles.’ Ik was de leider en zij volgde me. Ramulu liep vóór mij.

Tegen de tijd dat we bij zijn huis kwamen, was de hele buurt van een goddelijke geur vervuld. Ik informeerde bij de bewoners van het huis: ‘Waar hebben jullie die geur vandaan?’ Ramulu antwoordde: ‘Swami, wij hebben het niet ergens vandaan gehaald. Het komt alleen maar van u.’ Ik liep het huis binnen. Subbamma volgde mij gewillig. Zij was toen 62 jaar oud. Ik kreeg mijn rijst op een aluminium bord - roestvrij stalen borden waren er toen niet. Ook Subbamma kreeg haar rijst op een aluminium bord. In het begin had Subbamma nog sterk het Brahmaanse kastegevoel. Later heeft ze die houding op advies van Swami veranderd. Ze besloot: ‘Foei! Zulke gevoelens van superioriteit moet ik helemaal niet hebben.’ Zij voelde zich er gelukkig bij om de maaltijd in hun huis te gebruiken, samen met Swami.

Toen we naar het dorp terugkeerden nadat we bij Ramula hadden gegeten, had het hele dorp zich tegen ons gekeerd en joelde: ‘Subbamma is een Mala (harijan, onaanraakbare) geworden’. Er werd een decreet uitgevaardigd dat niemand in het dorp Subbamma mocht aanraken. Subbamma beantwoordde dit met de woorden: ‘Dat is precies wat ik wil: laat niemand mij aanraken. Het is genoeg als alleen Swami mij aanraakt. Ik heb geen kinderen en ik hoef geen relaties met familieleden te onderhouden. Ik hoef geen kinderen uit te huwelijken en dus ook hun schoonfamilie niet te ontvangen. Het is mij genoeg als Swami bij me is.’

In die tijd was het Subbamma’s gewoonte om eten te koken voor iedere devotee die Swami in Puttaparthi bezocht. Door haar gastvrijheid lachte het geluk haar toe en zij haalde altijd een rijke oogst van haar veldjes binnen, zo’n 2 à 3 keer per jaar zelfs. Omdat ze die zware rijstzakken niet naar huis kon vervoeren, werden ze in een speciale opslagplaats leeggestort. Zo heiligde Subbamma haar leven in dienstbaarheid aan Swami. Op een dag informeerde ik bij haar wat ze van mij nodig had. Ze antwoordde: ‘Swami, ik verlang nergens naar, maar voor het moment dat ik dit stoffelijk omhulsel verlaat zou ik graag willen dat u met uw goddelijke handen een paar druppels heilig water in mijn mond druppelt. Dat is genoeg.’ Ik verzekerde haar dat haar wens zou worden vervuld.

Op een keer kwam ik per auto van Chennai naar Bukkapatnam terug. Subbamma was de nacht ervóór gestorven en haar familieleden troffen voorbereidingen om het dode lichaam van haar huis naar de verbrandingsplaats in Bukkapatnam te brengen. Zodra ze mij zagen, renden ze op me af en vertelden me: ‘Subbamma is gisteravond gestorven.’ Ik antwoordde: ‘Dat is slechts een illusie, Subbamma is niet gestorven. Ze zal haar lichaam niet verlaten voordat ze mijn darshan heeft gehad.’ Dit gezegd hebbende, keerde ik mijn auto en reed naar haar huis. Subbamma’s moeder leefde toen nog. Met een hart vol pijn vertelde ze me: ‘Swami, ze dacht steeds aan u en was voortdurend uw naam aan het ‘chanten’ - tot gisteravond. Ze vroeg aan iedereen: ‘Is Swami gekomen?’

Het lichaam van Subbamma was met een doek bedekt. Ik deed die opzij en riep haar: ‘Subbamma, Subbamma!’ Tot ieders verrassing opende zij haar ogen.

Als God zijn woord geeft, dan vergeet hij dat onder geen enkele omstandigheid. Ik zei tegen haar: ‘Je wilde toch dat ik een paar druppeltjes water in je mond zou gieten als je laatste ogenblikken gekomen zouden zijn? Welnu, hier is een beetje water.’ Dit zeggende, doopte ik een tulasi (basilicum) blad in een glas water en liet een paar druppels van het geheiligde water in haar mond vallen. Subbamma slikte het door, hield mijn beide handen stevig vast en legde ze eerbiedig op haar oogleden. Ze vertrok met de woorden: ‘Swami, ik heb op u gewacht om mijn stoffelijk lichaam te verlaten. U hebt mijn laatste wens vervuld, zoals beloofd. Sta mij nu toe om te gaan. Ik ga nu.’ Ik gaf haar toestemming en zij ging in mij op.

Ik heb een huizenproject opgezet ter nagedachtenis aan Subbamma en het haar naam gegeven. Subbamma was een grote ziel. Zij had de gewoonte om naar boven op het terras van haar huis te gaan en af en toe met Easwaramma te praten. Ze vertelde haar dan: ‘Easwaramma, jij hebt Swami gebaard en ik heb vaak voor hem gezorgd. Daarom ben jij Devakidevi en ik ben Yasyoda.’ Easwaramma zei dan: ‘Subbamma, jij hebt honderden devotees van Swami voedsel en onderdak verschaft in je huis. Verdien jij de vrucht van die seva niet? Beslist wel.’ Voordat Subbamma haar stoffelijk lichaam verliet, kwam ze op een dag bij Easwaramma en zei tegen haar: ‘Ik maak het niet lang meer. Zorg goed voor Sathya.’ Ze moesten allebei huilen. De volgende dag overleed Subbamma.

De naam van Subbamma’s man was Rarayana Rao. Hij zat altijd bij de Tulasi Brindavan voor zijn huis. Toen hij het verkeerde pad op ging componeerde ik enkele liedjes en leerde die aan een paar kinderen. Die zongen ze voor zijn huis om hem weer op het goede pad te brengen. De kinderen liepen heen en weer voor zijn huis langs terwijl ze die liedjes zongen. Eén ervan luidt als volgt:

Ga niet om met vrouwen met een slecht karakter
Want dat zal je slecht bekomen.
De mensen van je kaste laten je niet meer in hun huis toe
Je familie zal je negeren als ze je zien
Ze zullen je met knuppels slaan
Als ze je samen met zulke vrouwen zien.
(Telugu rijmpje)

Terwijl de kinderen dit liedje zingend heen en weer liepen, voelde hij zich erg opgelaten. Hij riep de kinderen binnen en vroeg: ‘Van wie hebben jullie dit liedje geleerd?’ De kinderen antwoordden: ‘Van Raju, meneer.’ Hij dacht bij zichzelf: ‘Ja, dat is waar, wie anders weet zo goed wat ik doe?’ Van toen af aan keerde hij die verkeerde gedachten en gewoonten de rug toe. In die dagen werd er vaak een karrenvracht mango’s bij hem thuis bezorgd en die deelde hij liefdevol aan de kinderen uit.

Het was ook de tijd dat de eerste polshorloges verschenen. Als er iemand in het dorp een polshorloge droeg kreeg hij meteen aanzien. Ook droegen de heren toen vaak een klein, smal snorretje, dat was in de mode. Met deze ‘blufmode’ in mijn achterhoofd componeerde ik een liedje en leerde dat de schoolkinderen, zodat ze het op straat konden zingen. Het ging zo:

Mensen dragen een glinsterend wit ding aan hun arm
En daar zit dan een leren bandje aan vast.
Wat is dat nu weer voor mode,
Ach, wat voor mode is dit?
Het zijn geen leuke verschijningen.
Wat voor mode is dat nu?
Een dun snorretje wordt getrimd en geschoren
Er blijven maar een paar haren onder de neus zitten
Wat voor mode is dat nu?
Ach, wat voor mode is dit?
(Telugu liedje)

Zo maakte ik liedjes en liet ze de kinderen in het dorp zingen om mensen aan het denken te zetten over dergelijke rages; om hen tot edeler gedachten te brengen. Door middel van zulke methoden zette ik bij iedereen in de dorpen, van jong tot oud, een transformatie in gang.

Vanaf vandaag moeten jullie allemaal het tot je taak rekenen om een transformatie in de dorpen tot stand te brengen. Dat betekent niet dat de dorpen tot stadjes of steden moeten worden getransformeerd. Van dergelijke transformaties houd ik eigenlijk niet. Eerst en vooral dienen de dorpen te worden schoongemaakt. Steden ruiken vies; het is er vuil. De mensen die er wonen dragen een nette broek, overhemd en das, maar de gevoelens die zij koesteren zijn helemaal niet goed. Je moet goede gevoelens en gedachten cultiveren, passend bij de nette kleren die je draagt. Bovenal, tracht een transformatie bij jezelf tot stand te brengen en werk daarna aan een verandering in de buitenwereld.

Gisteren hebben drie jongens een mooie Burra katha over Easwaramma gezongen. Dat hebben ze erg goed gedaan en het gaf een prachtige beschrijving van Subbamma, waar ik heel gelukkig mee was. Het was een uniek verhaal, een verhaal zoals tot dusverre niemand heeft geschreven.

(De drie jongens en de trainer, de heer Krishna Bhaskar (die het script heeft geschreven) werden na deze toespraak door Swami gezegend met nieuwe kleren en zij mochten met hem op de foto.)

Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.
Vertaald door de St. Sri Sathya Sai Baba - Nederland.