Toespraken\ God helpt die zichzelf helpen
God helpt die zichzelf helpen
Goddelijke toespraak, gehouden door Bhagavan Sathya Sai Baba
Belichamingen van liefde,
De mens wordt geboren door handeling en gaat uiteindelijk in handeling op.
Handelingen zijn de bron van plezier en verdriet.
Waarlijk, handeling is God voor de mens.
(Telugu gedicht)
De jeugd moet de goddelijke weg bewandelen
Het is voor een mens niet nodig om naar God op zoek te gaan. God is in iedereen aanwezig. Krishna zei het in de Bhagavad Gita zo: Mamaivamsho jivaloke jivabhuta sanathana. (Het eeuwige atma in alle wezens maakt deel uit van Mijn Wezen). ‘Allen zijn een aspect van mijn goddelijkheid’, zei hij. Waar zou je dan naar God moeten zoeken als hij in je en bij je is? Wat voor werk je ook doet, beschouw het als het werk van God. God heeft de mens gezegend met een lichaam, verstand, intellect en denkvermogen (chitta). Jongeren zijn begiftigd met een gezond lichaam, een sterke geest en een scherp intellect dat tot diepe gedachten in staat is, maar zij maken er verkeerd gebruik van. In plaats van aan God te denken en een juist gebruik van hun lichaam te maken, misbruiken zij hun zintuigen. Dat is een grote fout. Op jullie leeftijd moet je de lichamelijke, geestelijke en intellectuele vermogens die je hebt, op de juiste manier gebruiken. Wat wordt er onder ‘de juiste manier’ verstaan? Het betekent: je op de gewijde weg bevinden.
Alleen het feit dat we ogen gekregen hebben, is nog geen reden om naar alles te kijken. Probeer alles te zien wat goed is. Probeer je oren niet open te zetten voor de kritiek van anderen, of allerlei andere onnodige dingen. Het luisteren naar het gemopper van anderen en het kijken naar allerlei dingen die niet deugen, is een zonde. Door naar het kwade te kijken, trekken wij het alleen maar naar ons toe. Proberen wij met onze oren goede woorden te horen, of luisteren we naar slechte praatjes?
Surdas was blind, maar hij bezong voortdurend de naam van Krishna. Krishna schonk hem darshan en een vervuld leven. Waarom heeft God je een tong gegeven? Is dat om alles maar te proeven wat los en vast zit, of om over anderen te kletsen? Nee, je tong is bedoeld om de glorie van God te bezingen. Sranavam (luisteren), kirtanam (zingen), Vishnusmaranam (contemplatie opVishnu), padasevanam (zijn lotusvoeten dienen), vandanam (heilwensen), archanam (vereren), dasyam (dienstbaarheid), sneham (vriendschap), atmanivedanam (overgave). Door het in praktijk brengen hiervan kan een mens besef van God verkrijgen.
Beschouw iedereen als kind van God
Bezing de naam van God. Laat anderen het ook horen; dat is verheffend voor hen. Wij doen aan kirtan (het zingen van gewijde liederen). Waarom doen we dat? Is het om van de melodie (raga) te genieten? Nee, we doen het om van onze roga (ziekte) af te komen. ‘Rama, red me!’ Dit kun je reciteren als een dichtregel, maar het geeft ons veel meer vreugde als we het in een lied zingen. Als we met heel ons hart de naam Rama zingen is dat genoeg. De naam Krishna is ook heel krachtig en verheven. Veel mensen beschrijven en bezingen Krishna’s lof op diverse manieren. Maar wat wij zouden moeten doen is niet alleen maar de naam Rama, Krishna of Sai bezingen, maar iedereen die in moeilijkheden verkeert, helpen door te zeggen: ‘Ach, beste man, mevrouw, wat kan ik voor u doen? Hebt u honger? Hier is iets te eten.’
Je dient zo iemand voedsel en hulp te bieden in de mate waarin je daartoe in staat bent. Er zijn nogal wat kinderen die op straat rondlopen omdat beide ouders werken. Zij staan aan allerlei ongelukken en gevaren bloot. Wij zouden zulke kinderen hulp moeten bieden en hen beschermen. Er zijn mensen die bij ongelukken gewond raken; die moeten voor behandeling naar het ziekenhuis worden gebracht of op andere manieren worden geholpen. Wees hoffelijk voor de armen en help hen. Stel hulp en behandeling ter beschikking aan mensen die dat nodig hebben. Verleen hand- en spandiensten aan mensen die niet zelfstandig kunnen functioneren.
Als we anderen vertellen wat seva (onzelfzuchtige dienstverlening) is nadat we in ons eigen leven hebben aangetoond wat het inhoudt, dan zullen zij er ontvankelijker voor zijn. Dan zullen de mensen denken: wij kunnen nog wat van die kinderen leren, dus we moeten in actie komen om hen te helpen. Wij dienen kinderen vriendelijk aan te spreken. Als we ze roepen, moet dat op een liefdevolle manier zijn, in de trant van: ‘Kom eens hier, lief kind’. Wij moeten vermijden om een kind te roepen met woorden als: ‘Zeg, kom jij eens hier!’ op zo’n barse toon. Spreek liefdevol, aardig, zonder hen te kwetsen. Kijk niet boos naar hen. Wij moeten van onze liefde voor hen laten blijken als wij tot hen spreken. Liefde is een geweldige kracht. Roep daarom iedereen op liefdevolle wijze, bijvoorbeeld zo: ‘Kom even hier bij me zitten en vertel me eens, heb je financiële problemen, gezondheidsproblemen?’ Na van zijn problemen goed nota te hebben genomen en ze begrepen te hebben, tracht dan te doen wat nodig is om hem te helpen. Er zijn jongeren die eenzaam zijn, omdat ze geen vader hebben, of geen moeder, geen familie of vrienden. Onze houding dient dan broederlijke genegenheid uit te stralen. Wij moeten ze bemoedigen door te zeggen: ‘Ik wil best als een broer voor je zijn, hoor.’ Of: ‘Heb je geen ouders/geen jonger zusje? Dan wil ik dat voor je zijn.’ Als we op deze intieme, liefdevolle manier met hen spreken, dan geeft dat moed en steun. Jullie zijn waarlijk allen kinderen van één moeder. Die moeder is God. Houd je aan de stelregel: ‘Broederschap van de mensen en het vaderschap van God’. Omdat iedereen een kind van God is, moet je ook iedereen als je broeder en zuster beschouwen; je hoeft echter niet je bezittingen met hen te delen. Wie je ook ontmoet, spreek op een prettige manier met hen en heb hen lief met heel je hart.
God is de belichaming van liefde. Hij beschermt de hele mensheid door zijn liefde. Als er maar liefde in ons is, dan is dat voldoende. Dan worden we allemaal één. Wij moeten geen afstand tot elkaar scheppen door ons gedrag en de manier waarop we spreken. Laat iedereen met liefde tot je kring toe, dan zul je de nabijheid van God ervaren. Als je anderen met liefde beziet, dan beziet God jou ook met liefde. In welke situatie je je ook bevindt, toon nooit woede, afgunst, schijnheiligheid of protserigheid. Behandel anderen niet boos of hatelijk. Door jouw liefdevolle benadering te ervaren, zal dit ook anderen daartoe inspireren. Als we anderen echter boos bejegenen, zullen zij dat terugdoen. Als er een bedelaar voor je deur staat die om voedsel vraagt en zegt: Bhavati, bhiksham dehi (Moeder, heeft u een aalmoes voor me alstublieft?), vraag hem dan op liefdevolle wijze om even te wachten. Ga naar binnen, haal iets te eten en bied hem dat aan. Maak hem gelukkig.
Ten tijde van de oorlog om de bevrijding van Rangoon wist een moeder met haar zoon het oorlogsgebied te ontvluchten en Kolkata te bereiken. Zij hadden geen dak boven hun hoofd en niets te eten. De moeder ging van huis tot huis om te bedelen, gaf haar zoon het meeste voedsel en nam dan het beetje dat er over was. Als ze niet genoeg had opgehaald, gaf ze alles aan haar zoon en at zelf niets. Als gevolg daarvan werd ze met de dag zwakker. Op een dag kon haar zoon het niet langer aanzien en zei tegen haar: ‘Moeder, vanaf nu gaat u rusten en ik ga voedsel verzamelen voor ons beiden.’ Vanaf die dag ging hij van huis tot huis om te bedelen. Hij gaf het meeste aan zijn moeder en nam zelf het beetje dat er dan over was. Soms vertelde hij zijn moeder een leugentje, namelijk dat hij zijn deel al had opgegeten. Zo raakte ook hij erg verzwakt. De zoon had de kracht niet meer om voor zijn moeder te zorgen en zijn moeder kon ook niet meer voor hem zorgen.
Op een dag stond hij voor het huis van een officier en vroeg om aalmoezen. De officier zat in een stoel op de veranda op zijn gemak de krant te lezen. Hij kreeg medelijden met de jongen, ging naar binnen en bracht wat voedsel mee, dat hij op een weegbreeblad aanbood. Hij vroeg hem te gaan zitten en het ter plekke op te eten, maar de jongen zei dat hij het mee wilde nemen voor zijn moeder. De officier zei: ‘Je zei dat je honger had. Waarom eet je het dan niet hier op? Daarna kun je nog wat voor je moeder meenemen.’ Daarop antwoordde de jongen: ‘Meneer, al tijdenlang heeft het mijn moeder grote moeite gekost om mij van voedsel te voorzien. Haar gezondheid ging toen snel achteruit. Daarom moet ik haar eerst te eten gaan geven.’ Toen hij deze woorden sprak, voelde hij zich duizelig worden. Hij viel op de grond en blies zijn laatste adem uit terwijl hij zijn laatste woorden sprak: ‘Eerst mijn moeder, eerst mijn moeder...’ De officier vond dat ontzettend droevig. Hij verbaasde zich over de liefde die de jongen voor zijn moeder had. Hij ging haar zoeken en vond haar, liggend onder een boom. Hij wist niet goed hoe hij het tragische nieuws van het overlijden moest brengen. Met behulp van een bediende bracht hij het dode lichaam van haar zoon en legde het naast haar neer. Ze stond onmiddellijk op en riep: ‘O mijn kind, mijn lieve kind!’ Maar er kwam geen antwoord. Daarop zei de officier: ‘O moeder, uw zoon heeft zijn laatste adem uitgeblazen toen hij u voedsel wilde gaan brengen.’ Zij was ondergedompeld in verdriet en riep: ‘Ach, waarom zou ik nog eten nu ik mijn zoon verloren heb?’
Wereldse relaties zonder enige vorm van liefde zijn nutteloos
Een moeder zal altijd voorzover het haar mogelijk is trachten haar kinderen te eten te geven. De kinderen dienen dat ook voor de moeder te doen. God heeft ons als mens geboren doen worden om elkaar te voeden en te steunen. Waar zijn relaties als broers en zusters voor? Niet alleen maar om de erfenis te delen. Deze relaties zijn er om liefde te ontwikkelen en die met elkaar te delen. Echte relaties zijn die waarin liefde met elkaar gedeeld wordt. Wereldse relaties waar geen greintje liefde aan te pas komt zijn waardeloos. De sterken en machtigen moeten de zwakken en hulpelozen beschermen. Als je iemand ziet die in moeilijkheden verkeert, betoon hem dan vriendelijkheid en troost hem. Dat is echte compassie. Deze compassie is rechtschapen, liefdevol. Als wij onze liefde uitbreiden, kunnen we de hele wereld geluk brengen. Breng daarom liefde tot ontwikkeling. Als je iemand ontmoet die arm is, of ziek, of in moeilijkheden, geef hem dan de hulp waarover je beschikt. Als je zulke mensen helpt, zal God zijn liefde over je uitstorten. God is in ieder mens aanwezig in de vorm van liefde. Wij moeten die liefde niet verspillen of misbruiken. Tegenwoordig hebben we liefde voor van alles! Maar door van ongewenste dingen te houden, begeven wij ons op de verkeerde weg en zal het ons niet goed vergaan.
Er zijn mensen die veel liefde voor mensen buiten de familie tentoonspreiden, maar niet voor hun eigen vader en moeder. Eerst en vooral dienen we van onze ouders te houden en daarna van anderen. Maar we moeten onze liefde niet tot onze vrienden en familie beperken. Wij dienen iedereen lief te hebben. Alleen dan zal God zijn liefde over ons uitstorten. Als we iemand in moeilijkheden aantreffen of gewond op de weg zien, dan mogen we daar niet onverschillig aan voorbij gaan. Ook al zijn we gehaast ergens naar onderweg, we moeten toch trachten hen te helpen. Dan zal God zich aan ons openbaren en ons met zijn energie vervullen. Niemand ter wereld kan ons méér liefde geven dan God. Wij zingen bhajans en doen aan belangeloze dienstverlening, alleen om de liefde van God te verkrijgen. Gods liefde vervult ons met energie. Het is God die ons die kracht geeft. Houd daarom van God en houd van alle mensen - de kinderen van God. Er zijn kinderen die hun beide ouders verliezen. Doe wat je kunt om ze op te beuren, dan wordt je incarnatie als mens de moeite waard. Er is geen grotere zonde dan als je iemand in moeilijkheden ziet en je gaat er achteloos aan voorbij. Als jij de volgende dag in moeilijkheden verkeert, zullen je vrienden jou ook laten zitten. Heb daarom anderen lief en ontvang hun liefde. Goedheid en vriendelijkheid zijn een heel belangrijk onderdeel van dharma (rechtschapenheid, goed gedrag).
Bij het doen van goed werk komt het geven van voedsel
aan mensen die honger hebben op de eerste plaats
Er zijn geen grotere goden dan ouders
Er is geen groter dharma dan mededogen
Er is geen groter goed dan het gezelschap van goede mensen
Er is geen grotere vijand dan woede.
(Telugu gedicht)
Onder geen enkele omstandigheid moeten we toelaten dat woede ons de baas wordt. Wij dienen onze ouders te gehoorzamen. Wij moeten zelfs hen liefhebben die een hekel aan ons hebben. Men dient zelfs zijn leven op te offeren voor goddelijke liefde. Het leven van een mens wordt alleen maar de moeite waard als er liefde is.
Ontwikkel liefde en ervaar eenheid met God
Leden van de Seva Dal,
Zorg er op de eerste plaats voor dat je hart vervuld is van liefde. Wie je ook ontmoet, spreek liefdevol met hem/haar. Trek je het lot aan van allen die in moeilijkheden verkeren. Dan zal God zijn liefde over je uitstorten. Hoe zou je de liefde van God kunnen ontvangen als je je medemens niet liefhebt? Als je Gods liefde wilt verdienen, dan dien je eerst en vooral de liefde van je medemensen te verdienen. God zal je helpen als jij anderen helpt. Help immer, schaad nimmer. Breng mensen nooit in moeilijkheden. Heb iedereen lief. Leid je leven met een goed hart. Je hart moet smelten van liefde en overlopen van liefde.
Daarom zijn jullie belichamingen van liefde. Ontwikkel steeds meer liefde. Dat is een aspect van goddelijkheid. Dit bedoelde Krishna toen hij zei dat alle wezens slechts een aspect van zijn goddelijkheid zijn. Geliefden, jullie verschillen niet van mij. Ik ben in jullie en jullie zijn in mij. Zoals ik van jullie houd, zo zouden jullie ook van eenieder moeten houden. Dan zullen jouw liefde en mijn liefde zich met elkaar verbinden en één zijn. Als je liefde bij liefde voegt, neemt het gigantisch toe. Grootsheid kun je alleen bereiken als je liefde in je hart ontwikkelt. Dat is de dienst die je hebt te verlenen. Alleen als je liefde tot ontwikkeling brengt word je Gods liefde en genade waardig.
Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.
Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.