Toespraken\ Wijd je leven aan dienst aan de samenleving
Wijd je leven aan dienst aan de
samenleving
Goddelijke
toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba
tijdens de
78ste verjaardagviering op 23 november 2004, te Prasanthi Nilayam
Al het onderwijs dat je hebt genoten,
je gezaghebbende positie in de wereld,
al je liefdadigheid en dienstbaarheid
hebben weinig waarde zonder de vier waarden
sathya, dharma, prema en santhi
(waarheid, rechtschapenheid, liefde en vrede)
(Telugu dichtregel)
Belichamingen van liefde,
Jullie zijn allemaal het doel vergeten waarvoor jullie op
deze wereld gekomen zijn. Waar je ook bent, je moet je drie vragen stellen. Dat
zijn: Waar zijn we vandaan gekomen? Waar zijn we nu? Wat is het doel waarvoor
we hier gekomen zijn?
Stel dat je een brief op de post doet. Dan moet er zowel een
adres als een afzender op staan. Als je dat niet doet, waar gaat die envelop
dan naar toe? Naar de afdeling Onbestelbare Stukken. Vergelijk dat met jouw
bestaan op de wereld: als je niet weet niet waar je vandaan komt en waar je
naartoe gaat. Je kunt je voorstellen wat er met zo iemand gebeurt. Je moet
daarom voor jezelf een antwoord vinden op minstens één van de drie vragen.
Anders dient dit leven nergens toe.
Ik zal je een kort verhaaltje vertellen. De zakenlieden in
de delta van het oostelijke en westelijke Godavari district in Andhra Pradesh
steken de rivier per boot over. Op een keer was een zakenman per boot op reis.
Behalve de schipper en hijzelf was er niemand aan boord. Meestal vinden de
mensen het wel leuk om onderweg een praatje te maken omdat dit de reis minder
saai maakt. Dus om de tocht te veraangenamen begon hij een gesprek met de
schipper. Hij vroeg hem: “Heeft u misschien een krant?” Daarop antwoordde deze:
“Meneer, ik kan niet lezen of schrijven, dus een krant heb ik niet.” De reactie
van de zakenman was: “Wat jammer! Als je niet kunt lezen en schrijven, dan
stroomt een kwart van je leven zomaar met de Ganges weg.” De schipper vond het
zelf ook ontzettend jammer en hij zei maar niets meer. Na een paar minuten
vroeg de zakenman: “Bent u op de hoogte van de huidige goud- en zilverprijzen
in Bombay?” De schipper antwoordde: “Meneer, ik ben niet bekend met de
goudmarkt, dus van de prijzen in Bombay weet ik niets af.” Waarop de zakenman
zei: “Als je van de goudhandel niets afweet, stroomt je halve leven met het
Gangeswater weg.”
Toen de zakenman het polshorloge van de schipper zag,
informeerde hij hoe laat het was. Hoewel de arme schipper een polshorloge
droeg, kon hij geen klok kijken. De zakenman informeerde weer: “Maar waarom
draagt u dan een horloge?” De schipper antwoordde: “Ach, ik kan dan wel geen
klok kijken, maar het staat het toch goed om een horloge te dragen. Iedereen
heeft er tegenwoordig eentje. Daarom dus.” Het commentaar van de zakenman
hierop was: “Als je, hoewel je een horloge hebt, niet kunt zeggen hoe laat het
is, dan gaat driekwart van je leven met het Gangeswater mee.”
Ondertussen was er een storm opgestoken die de golven in de
rivier hoog opzweepte. Het bootje werd hard heen en weer geslingerd en het werd
een erg onrustige tocht. De schipper vroeg toen aan de zakenman: “Meneer, kunt
u zwemmen?” waarop de zakenman riep: “Helaas, zwemmen kan ik niet.” Nu was het
de beurt aan de schipper om commentaar te leveren. “Dan stroomt dadelijk uw
hele leven met het Gangeswater weg.”
Tegenwoordig zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en we
worden heen en weer geslingerd op de golven van deze wereld. Maar helaas doen
we niet ons best om erachter te komen waarom we hier zijn, wat we op deze
wereld moeten leren, waar we heen moeten. En als we dat dan weten, waarom we
daar heen zouden willen. Als we dat allemaal niet weten, gaat ons hele leven
met de Ganges mee. Daarom moeten we allereerst antwoorden zoeken op vragen als:
Waar zijn we vandaan gekomen? Wat zouden we moeten weten? En: waar gaan we
hierna naartoe? Als we het antwoord op minstens één van deze vragen niet weten,
dan heeft onze levensreis geen zin. Alleen als we de ‘afzender’, het ‘adres’ en
de ‘huidige verblijfplaats’ kennen, is ons leven vol betekenis en geheiligd.
Dr. Michael Goldstein (voorzitter van de Prasanthi Raad en
een toegewijdevan Swami) en zijn vrouw zijn vaak in Puttaparthi geweest. Toen
ik op een dag de school voor Hoger Onderwijs ging bezoeken, kwam hij naar me
toe en vroeg: “Swami, als u het goed vindt, ga ik met u mee naar de school.” Ik
zei dat het goed was als hij meeging. Toen we in de auto zaten, vroeg ik hem:
“Wat is uw programma?” Hij antwoordde: ”Swami, ik aanvaard later op de dag
vandaag de terugreis naar huis.” Daarop adviseerde ik hem om die dag niet te
vertrekken. Hij zei weer: “Swami, ik ga dan wel vandaag weg, maar morgen
vertrekt mijn vliegtuig vanuit Bombay pas”, waarop ik met beslistheid
antwoordde: “Praat er niet meer over. Als ik zeg: ‘niet gaan’, dan is dat
definitief. Goldstein kon niet weten dat zijn leven ernstig gevaar zou lopen
als hij die dag op reis zou gaan. Tenslotte zei ik tegen hem: “O.K., je kunt
gaan, als je wilt.” Hij ging naar zijn kamer en pakte zijn bagage in voor de
vlucht naar Bombay. Vervolgens stapte hij op het vliegtuig naar de Verenigde
Staten. Al spoedig nadat het vliegtuig vertrokken was, drong het tot de
passagiers door dat er kapers in het toestel aanwezig waren. De hele sfeer werd
enorm gespannen. Er stonden twee kapers bij de toegangsdeur en twee andere
liepen rond, waarbij zij geladen geweren op de passagiers richtten. Op dat
moment realiseerde Goldstein zich waarom Swami niet had gewild dat hij de
vlucht van die dag zou nemen. Goldstein kon niets uitrichten en bad tot Swami,
zijn enige toevlucht. Ook zijn vrouw was een devotee van Swami en zij begon
zachtjes Swami’s naam te reciteren: “Sai Ram, Sai Ram, Sai Ram.” Toen het
toestel hoogte won, begonnen de kapers op een aantal passagiers te schieten. De
mensen waren verstijfd van angst en wisten niet wat ze doen moesten. Toen de
kapers het vuur openden, lagen er overal lijken. Goldstein en zijn vrouw zaten
in het voorste gedeelte van het vliegtuig. De kapers schoten mensen om hen heen
neer en de Goldsteins dachten dat zij weldra aan de beurt zouden zijn.
Goldstein vertelde zijn vrouw toen: “Swami heeft me de raad gegeven om vandaag
niet op reis te gaan, maar ik heb daar niet goed naar geluisterd. Daarom zitten
we nu in deze situatie.”
Ondertussen had één van de kapers het echtpaar in het
vizier. Mevrouw Goldstein had echter alsmaar Swami’s naam herhaald en dacht
nergens anders aan. Swami’s naam deed wonderen en zij werd gespaard. Vervolgens
stond Goldstein op en ging bij de deur van het toestel staan. De kapers zagen
hem niet, hoewel hij toch bepaald fors van postuur is. Zo werd zijn leven door
Swami’s genade gespaard. Ze zijn nog lang als gijzelaars aan boord van het
vliegtuig gehouden, zonder voedsel, water en slaap. Ze waren er erg
gedeprimeerd van. Mevrouw Goldstein is zeer aan Swami toegewijd. Meestal hebben
vrouwen meer toewijding dan mannen. Niet dat mannen geen toewijding hebben,
maar ze laten het naar buiten toe minder blijken. Goldstein’s vrouw adviseerde
hem: “Maak je geen zorgen, denk aan Swami.” Toen begonnen de kapers nog meer
mannen, vrouwen en kinderen genadeloos dood te schieten. De Goldsteins echter,
baden voortdurend in stilte tot Swami: “Sai Ram, Sai Ram, Sai Ram” en deden hun
ogen dicht. Ondertussen was de munitie in de geweren van de kapers opgeraakt.
De kapers zijn uiteindelijk door de politie ingerekend. De Goldsteins werden
vrijgelaten en aan boord gebracht van een ander vliegtuig met bestemming de
Verenigde Staten. De beproeving die ze mee hadden moeten maken, bleef hen
echter achtervolgen. Na een paar dagen werden ze door de politie over het
voorval ondervraagd. Goldstein kreeg enige compensatie aangeboden, maar hij
wilde het niet hebben. Twee, drie maanden later kwam Goldstein weer naar
Puttaparthi en verkreeg Swami’s darshan. Na wat hij had meegemaakt besefte hij
nu dat hij onder geen enkele omstandigheid iets te vrezen had als hij namasmarana deed (Gods naam aanroepen).
Na Swami’s darshan herwon hij zijn kalmte. Van toen af aan liet hij het altijd
aan de wil van de Heer over als Swami ernaar informeerde wanneer hij dacht
terug te reizen. Hij besefte dat het beter was om dat aan Swami over te laten.
Van toen af aan kreeg Goldstein een onwankelbaar vertrouwen in wat Swami zegt
en heeft hij hem met kracht gesteund.
De mensen beseffen tegenwoordig niet waar zij vandaan zijn
gekomen en waarheen ze op weg zijn. Pas als mensen dergelijke ervaringen achter
de rug hebben, realiseren zij zich de kracht van geloof en vertrouwen. Zij zijn
op de wereld gekomen en brengen hun tijd hier door. Als iemand vraagt hoe zij
hun tijd hier besteden, dan antwoorden ze dat ze op de wereld zijn gekomen om
lekker te eten en te slapen. Men dient echter te begrijpen dat een mens niet op
deze wereld is gekomen om alleen maar te eten en te drinken. Adi Sankara heeft
hetzelfde gezegd in zijn beroemde Bhaja
Govindam lied:
Bhaja Govindam, bhaja Govindam
Govindam bhaja moodha mathe
Samprapthe sannihithe kale
Nahi nahi rakshati dukrun karane
(O dwaas, bezing de naam van Govinda.
De grammaticaregels zullen je niet te hulp komen als je
einde nadert.)
Als aan mensen wordt gevraagd waarom ze als mens geboren
zijn, zullen de meesten antwoorden dat het voor khana (voedsel) was, voor peena
(drinken), voor sona (slaap) en marna (dood). Dit is een totaal verkeerde
opvatting. Er zijn verschillende dingen die men in het leven moet bereiken. Het
doel van een geboorte als mens is niet: eten, drinken en vrolijk zijn; zelfs
niet het volgen van onderwijs. Het doel van een geboorte als mens is iets
totaal anders, en de mensen zijn het vergeten. Je moet je leven vervullen en je
geboorte heiligen. Het lichaam komt, groeit en sterft en het zal tenslotte
uiteenvallen. Voordat het lichaam sterft moet een mens het doel vervullen
waarvoor hij op de wereld gekomen is.
Belichamingen van liefde,
Op de levensreis zal er tegenspoed zijn en beproevingen. Men
dient de kracht te vinden om die dapper tegemoet te treden. Dat is de kracht
van spiritualiteit. Men moet zijn zelfvertrouwen niet verliezen en het niet
opgeven. Op deze bhavasagara
(levenszee) zullen er natuurlijk wel eens woeste golven zijn die je boot heftig
op en neer laten zwalken.
Punarapi jananam punarapi maranam
Punarapi janani jathare sayanam
Iha samsare bahu dustare
Kripayapare
pahi murare
(O Heer, ik zit gevangen in deze cyclus van geboorte en
dood. Steeds maar weer maak ik de bezoeking van het verblijf in de moederschoot
mee. Het is heel moeilijk om deze oceaan van het aardse leven over te steken.
Neem me alstublieft mee over deze oceaan en schenk mij bevrijding.)
Het doel van een geboorte als mens is om niet steeds weer
uit de moederschoot geboren te worden, een doelloos leven te leiden en daarna
deze wereld te verlaten. Er is een specifiek doel waarvoor iemand op deze
wereld wordt geboren. Daarom moet men zich dat doel realiseren en zijn leven
heiligen. Onze opleiding, ons werk en het geld dat we verdienen, het moet
allemaal zinnig zijn. De leerlingen en studenten van tegenwoordig volgen
onderwijs om later hun brood te kunnen verdienen. Zij behalen diploma’s met als
enig doel: geld verdienen. Wat er is zo geweldig aan de moeite die men doet om
zijn buikje te vullen? Zelfs honden en vossen vullen hun maag. Misschien hebben
jullie in een circus wel eens gezien dat zelfs apen kunstjes hebben geleerd.
Jullie, die als mensen zijn geboren, moeten je niet als honden, vossen en apen
gedragen. Als je dat doet, wat is dan het nut van je opleiding? De opleiding
die je geniet moet op de juiste wijze worden gebruikt. Alleen dan krijgt die
betekenis en ontleent je persoonlijkheid er kracht aan. Het doel van je leven
is niet alleen maar scholing, opleiding en diploma’s. Natuurlijk mag je
studeren, maar het is niet voldoende als je slechts studeert voor het behalen
van diploma’s.
Kun je alle mensen die kunnen lezen en schrijven, ontwikkeld noemen?
Kan iemand
ontwikkeld worden genoemd, alleen maar omdat hij diploma’s heeft behaald?
Kun je het
wel ‘ontwikkeling’ noemen als het geen deugden met zich brengt?
(Telugu
gedicht)
Alleen als je onderwijs voor het leven en voor levensonderhoud
als doel voor ogen houdt, zal je ontwikkeling betekenis hebben. Daarom moet
ieder mens het doel van het leven goed voor ogen houden. Welk nut heeft het als
je triomfantelijk denkt: “Ik heb toch maar mooi verschillende diploma’s
behaald.” Met je opleiding moet je juiste dingen doen. Alleen een mens heeft de
mogelijkheid zich het doel van zijn leven te realiseren. Als iemand heel
tevreden denkt: “Ik ben geboren, ik ben een ontwikkeld mens, ik heb geld
verdiend, ik heb voldoende op de bank staan, ik heb mijn kinderen kunnen laten
studeren en hen zelfs voor verdere studies naar het buitenland gestuurd”, dan
is dat niet het enige doel van het leven. Je moet nooit vergeten met welke
bedoeling je op deze wereld bent geboren. Helaas zijn jullie tegenwoordig de
bedoeling van jullie leven vergeten en houden jullie je met nutteloze dingen
bezig. Zo lang je leeft, dien je vrede te ervaren, tot je laatste ademtocht.
Werkelijk en eeuwig geluk, dat moet je bereiken.
Mahatma Gandhi ging naar Londen en werd met de titel
Bar-at-law geëerd. Hij wenste zijn leven vervuld te zien door zijn opleiding te
gebruiken bij dienstbaarheid aan de samenleving.
Daarom werd hij, na terugkeer, lid van het Indiase Nationale
Congres. Hij heeft zijn hele leven opgeofferd voor het bereiken van
onafhankelijkheid van het land. Hij is toen begonnen met het dragen van niet
meer dan een eenvoudige dhoti en een
lap stof om zijn bovenlichaam te bedekken. Bij de vrijheidsstrijd vielen hem
allerlei moeilijkheden in de Noord-Indiase deelstaten ten deel. In Lucknow werd
hij door de politie met een lathis
(stok) geslagen. Ondanks het ondergaan van zoveel moeilijkheden en fysieke
mishandeling door de politie gaf hij zijn voornemen echter niet op om
onafhankelijkheid voor het land te bereiken. Hij deed juridisch werk, maar
zelfs toen verliep zijn leven niet gladjes. Hij werd namens het Indiase Nationale
Congres lid van de Onafhankelijkheidsbeweging en onderging ernstige
mishandeling door de Britten. Toch gaf hij de moed niet op. Zijn vrouw,
Kasturba, was een edelmoedige vrouw. Zij diende haar man altijd met grote
toewijding, zelfs toen hij in de gevangenis zat. Tegelijkertijd hield ze zich
ook bezig met dienstbetoon aan het land. Alleen haar geest van dienstbaarheid
heeft haar steeds beschermd. In de tijd dat ze zich met de
Onafhankelijkheidsbeweging bezighielden kwam het wel voor dat de echtelieden
noodgedwongen van elkaar gescheiden leefden. Maar Kasturba troostte zich met de
gedachte dat het, wat er ook gebeurde, slechts voor haar bestwil was. Dus
mensen die anderen met een edelmoedig hart dienen, zien altijd alleen maar
goeds. Eindelijk verkreeg het land zijn onafhankelijkheid en Jawaharlal Nehru
werd de eerste minister-president.
Subhash Chandra Bose was ook zo’n groot leider in de
onafhankelijkheidsstrijd die een goed hart had en zeer vaderlandslievend was.
Alleen door de inspanningen van zulke opofferingsgezinde mensen kon het land
zijn onafhankelijkheid verkrijgen. Louter swatantrya
(onafhankelijkheid) is echter niet onze enige wens. We moeten swarajya bereiken. Dat is geweldig. Swatantrya is een tijdelijk
verschijnsel; het betekent: vrij van buitenlandse overheersing. Swarajya heeft met het hart te maken en
wordt door het hart bereikt.
Geliefde studenten,
Je moet bereid zijn zelfs je leven voor je land te geven.
Jij bent het lichaam niet. Het lichaam is slechts een instrument en een middel
om iets hogers en edelmoedigers te bereiken. Het lichaam moet dienen om deze
doelen te bereiken. Het lichaam is als een kledingstuk dat we aan hebben. Op
zekere dag zal dat kledingstuk oud en versleten zijn. Maar tot die tijd dient
het lichaam goed te worden onderhouden. Slechts door offers kan men Yoga
bereiken. Dat is wat de Veda verkondigt: “Na
karmana na prajaya dhanena thyagenaike amrutatthwamanasu” (onsterfelijkheid
wordt niet bereikt door wat men doet, door nageslacht of door rijkdom; het
wordt slechts door offers bereikt.) We zijn als mensen geboren en we moeten ons
leven wijden aan de dienst aan God en God nooit vergeten. Als je dat doet, zul
je van fysieke kwalen geen hinder ondervinden.
Er is een voorbeeldje dat ik jullie graag wil vertellen.
Toen ik een poosje geleden in Bangalore was, heeft dit lichaam een val in de
badkamer meegemaakt. Er waren twee studenten, Satyajit en Achintya, die mij
waar nodig bijstonden. Zij hebben mij heel goed gediend. Ik zei tegen de
artsen: “Ik heb geen lichaamsgehechtheid. U mag een operatie op dit lichaam
uitvoeren, maar ik heb daar niets mee te maken. Ik ben het lichaam niet. Zolang
het lichaam er is, moet ik mijn werk doen.” De dokters wilden een zwachtel
aanbrengen, maar daar stemde ik niet in toe. Ze adviseerden me een operatie te
ondergaan, opdat de fractuur in mijn heup snel zou herstellen. Ik heb toen dit
lichaam in handen van de dokters overgegeven en hen laten doen wat zij nodig
achtten. Ik ben daarna blijven lopen en dat doe ik nog. Ik heb geen pijn en lijd
niet. Veel devotees zijn bang dat ik met grote moeite loop en misschien wel
hevige pijn lijd. Ik wil nog eens duidelijk stellen dat ik geen pijn heb en
niet lijd. Tot de dag van vandaag heb ik totaal geen pijn gehad. Als je aldus
je dehabhimana opoffert, kun je alles
in het leven bereiken. Wat ik ook doe, ik vertel hetzelfde. Men moet doen wat
men zegt en zeggen wat men doet. Dat wordt er bedoeld met:
Manasyekam
vachasyekam karmanyekam mahatmanam
Manasyanyath
vachasyanyath karmanyanyath duratmanam
(Zij wier gedachten, woorden en daden volkomen met elkaar in
harmonie zijn, zijn edelmoedige mensen. Degenen bij wie deze harmonie
ontbreekt, deugen niet.)
Dat is de ware manavatva
(menselijke aard). Ik kan staan zo lang als ik wil, voor onbeperkte tijd,
hoewel de doktoren het me afraden. Ook nu heb ik al een hele poos gestaan, en
ik lijd er helemaal niet onder. Ik neem geen tabletje in, niets. Ik maak geen
gebruik van zwachtels. Het is Atmabhava
en Atmabhava alleen. Door mijn daden
stel ik mij ten voorbeeld.
Geliefde studenten,
Het lichaam kan aan allerlei pijnen worden blootgesteld,
maar het is vergankelijk als een luchtbel op het water. De geest is als een
dolle aap. Daarom moeten we het lichaam niet volgen en de geest ook niet. Wij
moeten onze antharatma (geweten)
volgen. Wij moeten Atmabhimana
ontwikkelen. Als Atmabhimana is
ontwikkeld, kan geen pijn ons deren. Uitsluitend om jullie over deze Atmabhimana te onderrichten onderga ik
deze moeilijkheden. Ik voel totaal geen pijn, werkelijk niet. Ik onderdruk die
niet. Feitelijk weet ik of voel ik niet wat pijn is. Wij moeten de
moeilijkheden moedig tegemoet treden. Slechts om jullie standvastigheid en moed
te leren, heb ik deze pijn op me genomen. Volgen jullie mijn ideaal. Hecht
nooit belang aan het lijden van het lichaam. Geef dehabhimana op en laat het lichaam aan goed werk deelnemen. Gebruik
het lichaam voor dienst aan God. Ons lichaam is een geschenk van God. Voor welk
doel heeft God ons dit lichaam gegeven? Alleen om het toe te wijden aan dienst
aan de Heer.
Belichamingen van liefde,
Het lichaam is je gegeven voor het verrichten van heilige karma’s (daden). Veel mensen vragen zich
af hoe het komt dat Swami zich niet moe voelt, gezien wat hij allemaal
lichamelijk doormaakt. Vooral vrouwen hebben tekenen van verzwakking snel in de
gaten. Ik wil eenieder ervan verzekeren dat mijn lichaamsgewicht op peil blijft
en dat mijn algemene gezondheidstoestand goed blijft. Ik ben niet aangekomen
noch verzwakt. Ik kan snel lopen, maar ik zie er van af, alleen om de dokters tevreden
te stellen. De dokters benadrukken steeds dat ik langzaam moet lopen. Zij geven
me de raad: “Swami, loopt u alstublieft niet snel en houd altijd twee studenten
in de buurt om u te helpen.” Alleen om hen een plezier te doen en tevreden te
stellen houd ik deze twee studenten bij me in de buurt, en dat vinden ze geen
enkel bezwaar. Beide jongens, Arun en Prusty, houden zich daarnaast trouwens
ook gewoon met hun dagelijks werk bezig. Als ik Prusty roep, komt hij
onmiddellijk aangerend. Ik vraag hem bijvoorbeeld om een glas water, en drink
dat dan op. Zo letten deze jongens er steeds op of ik iets nodig heb. Zij
dienen mij met grote toewijding en liefde. Ik bezorg niemand last.
Belichamingen van liefde,
Vandaag vieren jullie Swami’s verjaardag. Eigenlijk is het
het lichaam dat een geboortedatum heeft. Dit lichaam is al ruim 78 jaar oud.
Maar zie ik er uit als een 78 jaar oude man? Nee. Niet alleen nu, maar ook als
ik 80 of 90 jaar oud zal zijn, zal ik er net zo uit zien als nu. Ik zal nooit
van iemand afhankelijk zijn. Mijn ogen en gebit zijn in perfecte conditie.
Gewoonlijk is iemand van 78 jaar zijn tanden kwijt, krijgt last van staar en
zijn huid is rimpelig, maar ik heb helemaal geen rimpels. Die zal ik ook niet
krijgen. Eigenlijk word ik niet bejaard. Zo’n moed en zelfvertrouwen moeten
jullie ook cultiveren. Je zult je beslist goed voelen. Niet alleen ik, jullie
allen zouden in goede gezondheid moeten verkeren. Maar jullie bederven je
gezondheid. Jullie gebruiken je lichamelijke kracht op zo vele manieren
verkeerd. Als je je lichaam op de juiste manier gebruikt, kun je het met
Swami’s genade een heel eind brengen. Je kunt heel veel mensen van dienst zijn
in een gezond lichaam en met een gezonde geest. Daartoe moet je je lichaam
gezond houden om anderen te dienen, niet om er mee te pronken. Ook voor mij
geldt dat ik dit lichaam nodig heb om anderen te dienen. Bij mijn dienst aan de
mensheid ben ik tot alles bereid, zelfs mijn leven wil ik ervoor opofferen. Zo
moeten jullie ook altijd klaarstaan om anderen te dienen. Heb nooit ten
onrechte het idee dat het lichaam zo vreselijk belangrijk is, maar verkwist je
lichamelijke kracht ook niet. Maak een goed gebruik van je fysieke lichaam.
Zorg ook dat je mentaal sterk blijft. Studeer goed en heilig je leven door dienstbaarheid
aan de mensheid. Wees altijd bereid om elke situatie in het leven moedig onder
ogen te zien. Dat is de ware natuur van de mens. Waneer je diensten ook nodig
zijn, ga er direct op in en zeg: “Ik sta klaar.” Ontwikkel een dergelijke moed
en vertrouwen en stel dat ideaal ten voorbeeld aan de wereld.
Dit
lichaam is een vat vol ongerechtigheid en vatbaar voor ziekten;
het is van
tijd tot tijd aan veranderingen onderhevig.
Het kan de
oceaan van samsara niet oversteken.
Het is
niets anders dan wat beenderen.
O geest,
laat je niet misleiden door het idee dat het lichaam blijvend is.
Zoek in
plaats daarvan je toevlucht bij de lotusvoeten.
(Telugu
gedicht)
Zoek je heil bij de lotusvoeten van de Heer. Hecht geen
belang aan kwalen of ongemak aan het fysieke lichaam. Dien je land zoveel als
je kunt. Maak van elke gelegenheid, hoe gering ook, gebruik om het land en de
samenleving te dienen. Zelfs een klein beetje hulp aan een oude vrouw die je
ergens mocht tegenkomen is dienstbaarheid. Denk nooit: “Wat heb ik eraan om
deze vrouw te helpen?” Er schuilt grote verdienste in zelfs een zeer geringe
dienstverlening. Ga daarom door met dienen. Er is geen grotere sadhana dan dienst aan medemensen. Seva bina nirvan nahi (er is geen
verlossing zonder dienstbaarheid.) En mocht je ongemak ondervinden terwijl je
anderen dient, dan moet je daar niet om geven.
Ik ben niet van plan om mijn verjaardag op grote schaal te
vieren. Mijn enige bedoeling is dat het lichaam in een behoorlijke conditie
wordt gehouden en dat door middel van het lichaam anderen worden gediend. Je
moet altijd bereid zijn je leven aan dienst aan de samenleving te wijden. Dat
is ware dienstbaarheid.
(Swami besloot zijn toespraak met de bhajan “Hari bhajan
bina sukha santhi nahin...”)
Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and
Publications Trust, Prasanthi Nilayam.
Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.