Toespraken\ Wie ben je? Ik ben Ik
Wie ben je? Ik ben Ik
Goddelijke
toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba
op 20
oktober 2004, avatardag, te Prasanthi Nilayam
Vrede bestaat bijna niet meer
Waarheid is schaars geworden
Het menselijk denken ligt aan beide ten grondslag
Hoort, o, dappere zonen van Bharat!
Belichamingen van liefde,
Een Bharatyia ben je niet alleen als je in Bharat (India)
bent geboren. De cultuur van Bharat is als je moeder. Het land Bharat je vader.
Een Bharatyia is iemand die vertrouwen heeft in en leeft onder de zorg van deze
ouders. Er zijn al heel wat edele zielen in Bharat geboren. Het gevolg daarvan
was de geweldige cultuur van dit land, dat een voorbeeld is geweest voor
anderen. Sri Sankaracharya is zo’n grootse persoonlijkheid die de cultuur van
Bharat in alle uithoeken van het land verspreid heeft en eeuwige roem heeft
vergaard. Adi Sankara onderwees de filosofie van Advaita. Drie eeuwen na hem
kwam Sri Ramanujacharya, die het Visishtadvaita filosofische stelsel
verkondigde, dat de nadruk legt op bhakti (toewijding) en prapatthi (overgave
aan God). Twee eeuwen na Sri Ramanujacharya, verscheen Sri Madhwacharya op het
wereldtoneel en propageerde het dvaita filosofische stelsel, dat de nadruk
legde op het pad van toewijding. Dit stelsel had van verscheidene filosofische
stelsels wel iets. Het basisprincipe van alle drie de stromingen is echter
precies hetzelfde, namelijk atma tattwa (het atmische principe).
De advaita (niet dualistische) filosofie van Sri
Ramanujacharya vooronderstelt dat de jiva (ziel) en Brahman van elkaar
verschillen. Sri Madhwacharya zette uiteen dat er feitelijk drie concepten
zijn, namelijk dehatma bava (lichaamsbewustzijn), jivatma bhava (de
geïndividualiseerde vorm van God) en Paramatma bhava (de geuniversaliseerde ziel
of het Hoger Zelf). Niemand hoeft een bepaalde school aan te hangen of de
andere belachelijk te maken. De kwestie van het aanhangen van een bepaalde
stroming hangt af van hoe een individueel mens denkt. Sankarachya vond dat
hoewel het weefsel kan verschillen, de draad waarvan het weefsel gemaakt is,
altijd hetzelfde is. “Het weefsel is gemaakt van een aantal draden die
aaneengeweven zijn.” Men dient het basisprincipe van de drie scholen, namelijk
advaita, visishtadvaita en dvaita, te kennen.
Sieraden zijn
er vele, maar goud is één
Koeien
kunnen vele kleuren hebben, maar ze geven allemaal melk
Levende
wezens zijn er talloze, maar er is één Bewoner
Nationaliteiten
zijn er vele, maar de mensheid is één.
Adi Sankara is slechts 32 jaar oud geworden. Hoewel de
filosofieën zoals die door Sri Sankaracharya, Sri Ramanujacharya en Sri
Madhwacharya werden verbreid, onder verschillende namen bekend stonden,
namelijk advaita, visishtadvaita en dvaita, was de grondslag van alle drie atma
tattwa. Hetzelfde is het geval bij het voorbeeld van goud dat de basis van
sieraden is, die allerlei verschillende namen en vormen kunnen hebben. Omdat er
mensen waren die zich niet realiseerden dat de drie stromen dezelfde grondslag
hadden, ontstonden er misvattingen in de wereld met betrekking tot Bharat.
Om de werkelijkheid uiteen te zetten over de waarheid Ekatma sarva bhutantaratma (één Atma
woont in alles wat leeft) gaf Adi Sankara enige voorbeelden. Hij pakte een
sieraad en wees er op dat goud het metaal was waarvan het was gemaakt; hij had
het dus over het basisprincipe. Hetzelfde principe is op een andere manier
uiteengezet door Sri Ramanujacharya, die benadrukte dat hoewel goud de basis
van het sieraad is, nu een gouden ketting genoemd wordt omdat het die vorm had
aangenomen. Sri Sankarachya haalde bij zijn toelichting op de advaita filosofie
het vedische gezegde aan: Ekameva
adviteeyam Brahma (God is één, er is geen tweede).
Sri Ramanujacharya echter, was het hier niet helemaal mee
eens. Hij zei: hoe kan er een prathibimba (afbeelding) zijn zonder een bimba
(object). Hij legde de eenheid van het object en de afbeelding op zijn manier
uit, en hij noemde dat visishtadvaita (afgezwakt non-dualisme).
Nog een voorbeeld dat in dit verband werd gegeven is dat van
suikerrietsap. Het sap wordt onttrokken aan verschillende soorten suikerriet en
er worden allerlei soorten zoetigheid van gemaakt. Hoewel er één sap is, heeft
het nu verschillende vormen aangenomen. Terwijl Sri Sankarachya de nadruk legde
op het zoete sap en het suikerriet, stond Sri Ramanujacharya langer stil bij de
verschillende vormen die het sap had aangenomen.
Zo zijn er sinds de tijden van de drie grote archaryas tot
op vandaag argumenten en tegenarumenten geweest. Maar de studenten van nu zien
niets in deze drie filosofische stromingen. Ze vegen ze als ‘fictie’ van tafel.
Suiker dat uit suikerriet gemaakt wordt is het hoofdbestanddeel van allerlei
zoetigheden. Suiker is zoet. Zo is Brahman de bron en de voeding van het hele
universum. Waar je ook kijkt, je vindt de manifestatie van het goddelijke
(Brahman) in talloze vormen. De vormen zijn veranderlijk en gaan voorbij.
Alleen Brahman is het eeuwige, onveranderlijke principe. Daarom zei Sri
Sankarachya Brahma sathyam jagat mithuya
(Brahman alleen is werkelijk, de wereld is illusoir). Alle drie de grote
acharyas, namelijk Sri Sankarachya, Sri Ramanujacharya en Sri Madhwacharya
verbreidden hetzelfde principe, en wel atma
tattwa.
De Upanishaden verklaren dat het gehele universum van
hetzelfde atmische principe is doordrongen. Deze waarheid is vervat in de
upanishadische uitspraken Ekatma sarva
bhutantaratma (één Atma verblijft in alle wezens), Easwarah sarva bhutanam (God is de Bewoner van alle wezens) en Isavasyam idam sarvam (het gehele
universum is van God doordrongen). De regen, het water dat de rivier instroomt
en het zand in de rivier dat het water draagt, het is alles één en niet meer
dan één. Alles is Brahman. Omdat elk voorwerp in het universum Brahman is, valt
daar ook niets buiten. Dit principe van Brahman wordt in het Engels ‘divine’
genoemd. Maar onwetende en cynische mensen maken er ‘deep wine’ (koppige wijn)
van, om daarmee aan te duiden dat het naar hun mening allemaal maar
‘zweverigheid’ veroorzaakt.
Zo’n totaal verkeerde uitleg terzijde latend, moeten we
beseffen dat de zoetheid die aan goddelijkheid ten grondslag ligt, één is. Deze
eenheid is in de grootse cultuur van Bharat sinds aloude tijden verbreid.
Beschouw, in overeenstemming hiermee, iedereen, of het nu een mier is, een dier
of een mens, als waarlijk Brahman. Sommige mensen betwijfelen of men in dit
verband een dier en een mens wel in één adem kan noemen. Ja, voor zover het het
atmische principe betreft, wel. Het gedragspatroon van een dier is echter
anders dan van een mens. Als we over dit aspect spreken, dan kunnen we
concluderen dat ze verschillend zijn, maar de basis, jiva tattwa, is één en hetzelfde. Op grond van deze jiva tattwa kun je tussen levende wezens
geen onderscheid maken. Dus: Sarvam
Brahmamayam jagat (het gehele universum is van Brahman doordrongen).
Deze waarheid kan met een eenvoudig voorbeeld worden
toegelicht. Bijvoorbeeld: dit weefsel is wit en dat weefsel is saffraankleurig.
Hoewel de kleuren verschillen, zijn het allebei weefsels. De kleuren van de
weefsels kunnen verschillen, en het gebruik ervan ook, maar het weefsel is
hetzelfde. Het weefsel is de basis. Men moet de eenheid van de basis zien. Als
je dat doet, verdwijnen alle verschillen meteen. Helaas hechten we vandaag de
dag veel belang aan de namen en vormen, en we vergeten de basis en de bron van
alle namen en vormen. Als gevolg daarvan maken we een heleboel moeilijkheden en
verdriet mee.
Adi Sankara heeft het advaitische principe prachtig verwoord
in zijn beroemde bhaja Govindam gezang:
Bhaja Govindam, bhaja
Govindam
Govindam bhaja moodha mathe
Samprapthe sannihithe kale
Nahi nahi rakshati dukrun karane.
(O dwaze mens, bezing de naam van Govinda.
De grammaticaregels
zullen je niet komen redden als je einde nadert.)
Als het einde nadert, kan niets je redden behalve de goddelijke
naam. Bezing daarom de goddelijke naam. Sri Sankarachya heeft de wereld hiertoe
aangespoord. Hij heeft de mensen wakker geschud en onderwezen.
Om het verdriet en de moeilijkheden waarmee de mens tijdens
zijn verblijf op deze objectieve wereld geconfronteerd wordt, en de noodzaak om
zijn toevlucht bij de goddelijke genade te zoeken, verder te verklaren,
componeerde Sri Sankarachya:
Punarapi jananam punarapi
maranam
Iha samsare bahu dustare
Kripayapare pahi murare.
(O Heer, ik zit gevangen in deze voortdurende cyclus van
geboorte en dood
en ervaar de
bezoeking van het verblijf in mijn moeders buik.
Het is moeilijk om
deze oceaan van werelds leven over te steken.
Breng me alstublieft
over deze oceaan en geef mij bevrijding.)
In deze context moet men analyseren wat het is dat
onderhevig is aan het steeds weer geboren worden en sterven. De deha (het
lichaam) ondergaat deze cyclus van geboorte en dood, maar het Atma is eeuwig.
Zo lang het Atma als de Bewoner in het lichaam blijft, is er bewustzijn in het
lichaam. Op het moment dat het Atma het lichaam verlaat, wordt het jada
(inert). Dit verschijnsel wordt ‘dood’ genoemd. De mens die deze waarheid niet
beseft, stelt zich bloot aan verdriet. Geboorte en dood gelden alleen voor de
uiterlijke vorm, niet voor het Atma. Even een verhaaltje in dit verband. Er was
eens een zoon van een filosoof, die de Veda’s bestudeerde. Tegen de tijd dat
hij zijn studie beëindigde was zijn moeder veertig jaar oud en zij verliet toen
haar stoffelijk omhulsel. De zoon was ondergedompeld in verdriet.
Toen riep zijn leermeester hem bij zich en probeerde hem
goede raad te geven. Hij zei: “Wie beschouw je als je moeder? Haar lichaam?
Nee, dat is je moeder niet. Je jammert over het dode lichaam dat je moeder
heeft achtergelaten. Waarover zou je moeten huilen? De chaitanya shakti (kracht van het bewustzijn) heeft het lichaam
verlaten. Het betekent dat chaitanya shakti je vader en moeder is, niet de
vormen en jouw gehechtheid aan die vormen. Het is ongetwijfeld waar dat er een
tijdlang een relatie bestaat met de fysieke vorm, maar daarna houdt het lichaam
op te bestaan. Als je deze waarheid beseft, zul je de nietigheid van de relatie
met het stoffelijk lichaam begrijpen.”
De objecten kunnen verschillen, maar de bron en de
onderhouder van de objecten is één. Dezelfde bron neemt verschillende namen en
vormen aan. Maak je niet afhankelijk van de namen en vormen, die aan
verandering onderhevig zijn. Deze eenvoudige waarheid, gebaseerd op de mooladhara tattwa is door verschillende
mensen op verschillende manieren uitgelegd alsof het een hoogdravende filosofie
betrof. Dit heeft tot op zekere hoogte ruimte gelaten voor misvattingen. De
basis van de advaita filosofie van Sri Sankarachya en de visishtadvaita
filosofie van Sri Ramanujacharya is één en hetzelfde.
Belichamingen van liefde, studenten,
Tegenwoordig nemen wij zo’n grote, nobele filosofie heel
licht op. Sri Sankarachya’s filosofie heeft grote diepte en verklaart de grote
waarheid in simpele en mooie poëzie. Welke toelichting er ook gegeven wordt,
het doet geen recht aan de eraan ten grondslag liggende filosofie. Sri
Sankarachya heeft ook een groots commentaar (bhashya) op de Bhagavad Gita
geschreven. Adi Sankara heeft in zijn commentaar op de Gita uitgelegd dat er
advaita in dvaita is en dvaita in advaita. Verder bevat de visishtadvaita zowel
advaita als dvaita begrippen. Alle drie de stromingen leiden daarom naar
hetzelfde doel, en de betekenis die ze gemeen hebben is Brahma sathyam jaganmithya (Brahman alleen is de waarheid en de
wereld is een begoocheling).
De hele wereld bevat ontelbare namen en vormen. Men moet
zich door deze namen en vormen niet in de war laten brengen. Pas als je de
namen en vormen even opzij zet en de bron die er de basis van is, erkent, is
het mogelijk deze waarheid te erkennen. En die bron is Tattwamasi (dat zijt gij). Dat is Prajnanam Brahma (constant geïntegreerd bewustzijn is Brahman). Dat
bewustzijn is Ayam Atma Brahma (dit
Zelf is Brahman). Als je de uitspraak Tattwamasi
analyseert, zal het je tot het bewustzijn brengen van “Ik ben Dat” en “Dat ben
Ik”. Als je je dit realiseert, zul je merken dat het principe ‘Ik’ de basis is
van alles in het universum als het principe van eenheid. We moeten dat
‘Ik’-principe, dat universeel is, erkennen. Het leidt nergens toe om over deze
kwestie argumenten en tegenargumenten te berde te brengen en het is zonde van
de tijd. Het enige aspect dat je je moet realiseren is “Ik ben Brahma”. Als
iemand je vraagt wie je bent, zou het juiste antwoord moeten luiden: “Ik ben
Ik”, “Ik ben het woord, Ik ben de vorm en Ik ben de naam”. Dit “Ik”
symboliseert en verklaart alles. Als iemand vraagt wie je bent, antwoord dan
niet door je naam te zeggen. De naam is die welke aan het lichaam is gegeven.
Jij bent het lichaam niet. Antwoord dus met “Ik ben Ik”. Iedereen zou ernaar
moeten streven om die toestand van eenheid te bereiken.
De vedantische begrippen leiden tot eindeloze argumenten en
tegenargumenten. Doe daar niet aan mee. Wees je altijd bewust van “Ik ben Ik”.
Dit ‘Ik’-principe gaat namen en vormen te boven. Het vertegenwoordigt Brahma tattwa, dat één is; er is geen
tweede.
Als iemand informeert naar wie je bent, antwoord je: “Ik ben
Ik”. Ook als jij informeert wie iemand anders is, zou zijn antwoord moeten luiden:
“Ik ben Ik”. Dus allemaal zijn we “Ik ben Ik”. Alleen als je denkt “ik ben niet
Ik” ontstaan er allerlei vragen.
Geliefde studenten,
Je moet eindelijk het vaste besluit nemen “Ik ben Ik”.
Vereenzelvig je niet met het lichaam en zeg niet: “ik ben een kind”, “ik ben
een jonge man”, “ik ben een oude man”, enz. Deze verschillen hebben met de
leeftijdsfactor te maken. Wat is de fase die volgt op ouderdom? Niemand weet
het. Maar het ‘Ik’-principe bestaat in het kind, de jongere en de bejaarde. Dit
is het fundamentele en onveranderlijke principe. Daarom, als iemand vraagt wie
je bent, antwoord dan: “Ik ben Ik”. Als ze dat niet begrijpen, maak je er niet
druk om. Houd aan je principe vast. Pas als je zo’n vaste overtuiging
ontwikkelt, kun je in het leven alles bereiken. De filosofische ideeën kunnen
op talloze manieren worden uitgelegd. Ze bevatten verschillende betekenissen.
Op 20 oktober 1940 legde ik voor het eerst een verklaring af
die mijn ware identiteit onthulde.
Deze luidde:
Stel onze aardse relatie terzijde
Geef je pogingen op om me te beperken
Wereldse gehechtheden kunnen me niet langer binden
Niemand, hoe geweldig hij ook moge zijn, kan mij bevatten. (Telugu
gedicht)
Sinds ik deze verklaring op 20 oktober had opgesteld, vieren
de mensen deze dag op grootse wijze. Wij moeten niet te veel belang aan data
hechten en ze als verjaardag, Avatarverklaringsdag, enz. vieren. Op een dag
nodigde Rukmini, de gemalin van Heer Krishna, hem op haar paleis uit en zei:
“Swami, ik ben jarig vandaag. Kom bij me dineren.” Sathyabhama, een andere
gemalin van Krishna die erbij was en het hoorde, was boos. Ze zei: “Je bent nu
wel jarig vandaag, maar dit is ook de dag dat ik het huis van mijn schoonouders
betrad. Krishna heeft op deze dag de bruiloftsknoop om mijn hals geknoopt.
Daarom zou hij op deze dag alleen mijn huis moeten bezoeken.” Zo eindigde de
dag als een dag van ruzie tussen de twee gemalinnen. Heer Krishna echter, had
zich voorgenomen beide woningen te bezoeken. Hij maakt geen verschil tussen de
twee. Zo moet men het principe van eenheid in goddelijkheid leren zien.
Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and
Publications Trust, Prasanthi Nilayam.
Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.