Toespraken\ Gehoorzaam het goddelijke gebod in volkomen vertrouwen
Gehoorzaam het goddelijke gebod in volkomen vertrouwen
Goddelijke
toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba
op 19
oktober 2004 te Prasanthi Nilayam
Iedereen wordt met de consequenties van zijn eigen karma geconfronteerd.
Wie zorgt ervoor dat vleermuizen ondersteboven aan de boomtakken hangen?
Dat is hun lot. Zo kan ook geen mens aan de gevolgen van zijn karma
ontkomen.
(Telugu
dichtregels)
Studenten,
Karma (bestemming) heeft geen voeten, ogen of mond, maar de
mens kan er niet aan ontsnappen. Daarom zeiden de mensen in vroeger tijd al dat
de mens niet aan de gevolgen van zijn eigen daden ontkomt. Karma past zich niet
aan bij wat je leuk vindt of waar je niet van houdt. Iets gebeurt niet alleen
maar omdat je het graag wilt en iets wordt ook niet vermeden omdat je het niet
wilt hebben. Karma volgt zijn eigen koers. Je gedachten en verlangens maken dat
je de illusie hebt dat dingen gebeuren omdat jij ze wilt.
De wereld is vol mysteries en geheimenissen. Het is niets
anders dan een manifestatie van de vijf elementen. Naarmate de tijd verstrijkt
zijn er wel steeds veranderingen. Zo gaat het ook met het stoffelijk lichaam,
dat eveneens uit de vijf elementen is opgebouwd en aan veranderingen onderhevig
is. Alleen degene die erin woont is blijvend.
Belichamingen van liefde,
Het is voor niemand mogelijk om tegen de wil van God in te
gaan. Gods wegen gaan het menselijk verstand te boven. God kan dingen
tevoorschijn roepen die in werkelijkheid niet bestaan. Zo kan ook iets dat het
oog ziet, door Gods wil in een flits verdwijnen.
Hoe kan iemand zulke geheimzinnige voorvallen begrijpen? Het
is voor niemand mogelijk om het stoffelijk lichaam voor altijd te beschermen.
Zo lang het nodig is, blijft het. Als het zijn doel heeft gediend, zal het
vergaan. Niemand heeft enige controle over het sterven. Dat staat al bij de
geboorte vast. De vertrekdatum is al op het lichaam geschreven als het ter
wereld komt. Het is voor een mens onmogelijk om de manier waarop het universum
functioneert, te begrijpen. Iedereen heeft unieke ervaringen. Waarom hangt een
vleermuis ondersteboven aan een boomtak? Niemand kan dit verschijnsel
verklaren. Wie is er verantwoordelijk voor zulke wonderen en mysteries die we
op de wereld waarnemen?
Wat iedereen doen moet, waar en hoe, het is allemaal
voorbestemd. Daar heeft een mens geen zeggenschap over. Alles gebeurt in
overeenstemming met de goddelijke wil en zijn gebod. Het is de primaire plicht
van de mens om het goddelijke bevel stipt op te volgen. Alles in deze wereld,
zichtbaar of onzichtbaar, gebeurt in overeenstemming met de goddelijke wil. Je
hoeft geen aandacht te besteden aan wat anderen zeggen als het gaat om het
gehoorzamen aan Gods gebod. Je moet het goddelijke gebod naar de letter en de
geest gehoorzamen, zonder daar zelf ook maar iets aan toe te voegen. Helaas
doet niemand tegenwoordig zijn best om de geheimen van Gods schepping te
doorgronden. Geleerden slaan zich op de borst en zeggen dat zij de mysteries
van de schepping hebben ontrafeld, maar zij hebben geen echte ervaring met de
werkelijkheid achter de verschijnselen. Elke activiteit die in het universum
plaatsvindt is een wonder. Als je er echt goed naar kijkt dan zul je merken dat
de ongeziene hand van God aan het werk is.
Belichamingen van liefde,
Men dient het goddelijke gebod in volkomen vertrouwen en
zonder tegensputteren te gehoorzamen. Markandeya werd geboren als gevolg van
een bijzondere gunst die Easwara aan zijn ouders verleende. Easwara vroeg de
ouders of zij een deugdzame zoon wilden die maar kort zou leven of een minder
deugdzame zoon die oud zou worden. Zijn ouders kozen voor een deugdzame zoon.
Zo werd Markandeya geboren. Hij was iemand die goed dacht, goed deed en zich
goed gedroeg. Easwara stelde de ouders ervan op de hoogte dat hij slechts
zestien jaar oud zou worden. Niettemin waren de ouders overgelukkig omdat zij
met een deugdzame zoon gezegend waren. De jaren gingen voorbij en Markandeya’s
zeventiende verjaardag naderde. Denkend aan wat Easwara had gezegd, waren zijn
ouders erg verdrietig. Zijn moeder huilde dikwijls als zij aan de naderende
dood van haar zoon dacht. Markandeya begreep de oorzaak van haar verdriet niet
en vroeg zich af waarom zijn moeder zo vaak huilde. Op een dag trof hij zijn
ouders in diep verdriet aan. Toen hij vroeg wat er was, vertelden ze hem dat
hij spoedig zou sterven omdat dit in overeenstemming met de goddelijke wil was,
en dat dit de oorzaak van hun verdriet was. Markandeya vond het jammer dat
Easwara’s wil niet eerder aan hem was geopenbaard, want hij had de kostbare
tijd die hem vergund was, verspild.
Hij wilde geen tijd meer verloren laten gaan. Hij nam vroeg
in de ochtend een bad, ging naar de tempel van Easwara en begon de heilige Siva Panchakshari mantra, Namah Sivaya, in alle oprechtheid en
toewijding te zingen. Hij ging helemaal op in zijn overpeinzing van Easwara.
Hij verwachtte geen beloning voor zijn gebeden. Hij beschouwde het als zijn
primaire plicht om zijn gedachten aan bespiegelingen over God te wijden. De
volgende dag zou de laatste dag van zijn aardse bestaan zijn. Daarom bleef hij
in de tempel. Omdat hij niet thuis was gekomen, gingen zijn ouders naar de
tempel en gingen bij de ingang zitten. Zij plengden tranen omdat zij aan het
naderende einde van Markandeya’s leven dachten.
Geheel volgens de wil van de Heer verliet Markandeya zijn
stoffelijk lichaam op het ogenblik dat hij 16 jaar lang op aarde was geweest.
Zijn ouders wisten niet waar zij het zoeken moesten van verdriet. Toen
Markandeya zijn stoffelijk omhulsel achterliet, bereikte zijn jiva (ziel) Heer
Siva in de goddelijke wereld. De Heer was zeer gelukkig met de oprechte
toewijding van Markandeya. Hij zei: “Markandeya, je hebt vandaag zestien jaren
op aarde geleefd. Je bent in een opgewekte stemming bij mij gekomen. Je hebt in
vol vertrouwen en gehoorzaamheid je hoofd voor mijn wil gebogen. Ik ben over je
toewijding zeer tevreden.” Terwijl Easwara dit tegen Markandeya zei, kwam
moeder Parvati erbij en zei: “O Heer, waarom stuurt u hem niet naar zijn ouders
terug? Hij heeft uw gebod stipt nageleefd.” Easwara wilde dat Parvati erbij was
en samen bliezen zij het lichaam van Markandeya weer leven in. De vreugde van
de ouders kende geen grenzen toen zij beweging in Markandeya’s lichaam
opmerkten. Hij stond op en zei: ”Lieve moeder en vader, Heer Easwara en moeder
Parvati hebben mij teruggebracht. Ik zal bij u blijven zo lang u wilt. Laten
wij edelmoedige gedachten hebben en goede daden gaan verrichten. Ik zal me goed
kwijten van mijn taken als uw zoon en u geluk geven.” Samen met zijn ouders
ging Markandeya naar huis.
De mensen in het dorp stonden er versteld van toen ze
hoorden dat Heer Easwara en moeder Parvati hem het leven op aarde hadden
teruggegeven. Markandeya vertelde de mensen in detail wat er in de goddelijke
wereld was gebeurd.
God reageert op de gebeden van toegewijden en schiet hen
alleen te hulp als zij zuiverheid in hun hart hebben. Iemand met een zuiver
hart kan zelfs een wilsbesluit van God wijzigen. Het verhaal van Markandeya
laat dit heel goed zien. Markandeya had geen wensen. Hij maakte een geheiligd
gebruik van de tijd die hem was geschonken. Het is de primaire plicht van
devotees om edelmoedigheid te cultiveren en geheiligde daden te verrichten.
Markandeya bleef een chiranjeevi
(onsterfelijke), diende zijn ouders en maakte hen intens gelukkig. Bij een
normale gang van zaken kan Gods wil niet worden gewijzigd. Maar soms verandert
God zijn wilsbesluit in antwoord op de gebeden van een toegewijde die oprecht
is en zuiver van hart. De devotee heeft de macht om de wil van God te
veranderen. Toewijding betekent niet gewoon maar gebeden opzeggen; men dient
zuiverheid van hart te hebben.
Adi Sankara werd geboren in Kerala in de zevende eeuw na
Chr. Hij propageerde de kern van alle geschriften bij de mensen. Maar hij
verliet zijn lichaam al op tweeendertigjarige leeftijd. Ramanujacharya werd in
de elfde eeuw na Chr. geboren en hij propageerde de doeltreffendheid van de
goddelijke Naam. Dat was in de tijd dat toewijding aan God erg achteruit ging.
Door Ramanujacharya’s leringen gingen de mensen weer toewijding ontwikkelen en
een gevoel van overgave aan God. Madhwacharya werd in de dertiende eeuw geboren
en propageerde het principe van dvaitha (dualisme). Ook hij leerde dat de jiva
(individuele ziel) en deva (universele ziel) in de kern niet van elkaar verschillen.
Het onderliggende principe in de drie filosofische stelsels zoals gebracht door
Adi Sankara, Ramanujacharya en Madhwacharya is hoe dan ook precies hetzelfde.
Het zelfde Atma is in alle wezens aanwezig. Het wordt Easwaratwa
(goddelijkheid) genoemd. Goddelijke incarnaties zoals Rama en Krishna kunnen
worden herkend aan hun goddelijke vorm. Elke incarnatie heeft een bepaalde
uiterlijke vorm. Maar Easwaratwa heeft geen vorm. Het vertegenwoordigt het
waarheidsprincipe dat aanwezig is in alles wat leeft. Het is verantwoordelijk
voor srushti, sthiti en laya (scheppen, onderhouden en uiteenvallen.).
Easwaratwa, dat geen specifieke vorm heeft, wordt symbolisch
weergegeven in de vorm van een lingam. Die wordt meestal op een horizontale
voet neergezet, die panavatta wordt genoemd. Weet je hoe dat er uitziet? (Swami
materialiseert nu met een handbeweging een lingam met panavatta). Heer Easwara
spoorde Markandeya en zijn ouders aan om hun tijd te heiligen met aan God te
denken. Hij materialiseerde een lingam zoals deze en gaf die aan Markandeya’s
ouders. Zij heiligden hun leven door de lingam te vereren. De lingam is het
symbool van het atmische principe dat in allen aanwezig is. Niemand kan de
goddelijke macht en kracht begrijpen of inschatten. Het atmische principe verandert
nooit. Het kan elke vorm aannemen in overeenstemming met de gevoelens van
devotees.
De lingam is niet iets dat de mens heeft gemaakt om te
vereren. Het is de rechtstreekse manifestatie van goddelijkheid (sakshat-akara). Deze waarheid werd door
Markandeya en zijn vader Mrukanda goed begrepen; vandaar dat zij het goddelijke
in de vorm van de lingam vereerden.
Ieder levend wezen heeft drie aspecten in zich - sthula,
sukshma en karana (grof, subtiel en oorzakelijk). De fysieke vorm
vertegenwoordigt het grove aspect. Hetzelfde goddelijke principe is op alle
drie niveaus aanwezig. Zonder draad kan men geen weefsel maken. Zonder zilver,
geen (zilveren) dienblad. Zonder klei kan er geen pot worden gebakken. Net zo
min zou er zonder Brahma (goddelijkheid) een wereld bestaan. Zonder Schepper is
er geen schepping. De Schepper kan worden vergeleken met de draad en de
schepping met het weefsel. De Schepper is de belichaming van grove, subtiele en
oorzakelijke aspecten. Als je over God denkt, dan moeten je gedachten
transcenderen. Door alleen maar draadjes ontstaat er geen weefsel; ze moeten
wel geweven worden. Zo is het ook met de inspanning die je zelf pleegt en
goddelijke genade. Ze zijn allebei essentieel om het gewenste resultaat te
verkrijgen.
Sukshma
sarira (het subtiele lichaam) is de bron van waaruit onze woorden
en daden ontspringen. Onze studenten zingen de Veda’s elke dag. Elke mantra
wordt aan een bepaalde vorm van goddelijkheid toegeschreven. Het is
noodzakelijk om alle mantra’s te kennen. Als men zijn gedachten wil zuiveren en
zijn ware Zelf wil begrijpen, dan moet men de Veda’s als basis nemen. Daar ze
deze waarheid niet kunnen bevatten, gedragen veel studenten zich als dieven als
ze de Vedische mantra’s gaan zingen. Iemand die iets verkeerds doet en veinst
het niet te weten is een dief. Zo kan ook iemand die de Veda’s kan zingen, maar
het niet uit volle borst en van ganser harte doet, een dief genoemd worden.
Alle studenten kunnen de Veda’s zingen, maar sommigen doen niet mee. Zij maken
geen goed gebruik van wat ze hebben geleerd. Alles wat ze hebben geleerd,
houden ze voor zichzelf. Ik observeer de studenten als zij de Veda’s zingen.
Als ze de mantra’s hebben geleerd, dan wordt er van hen verwacht dat zij ze
zingen, maar sommigen laten zich niet horen. Men zou kunnen zeggen dat zij hun
toevlucht nemen tot vidya choratwam en
daiva droham (diefstal van kennis en
verraad van God). Op die manier worden goed opgeleide mensen verraders. Alleen
zij die met heel hun hart zingen wat ze hebben geleerd, komen in aanmerking
voor sakshatkara (Godsbesef).
Als de studenten de mantra’s zingen, doen de vrouwen, die
aan de andere kant zitten, mee. Zij hebben alle recht om de Veda’s te zingen.
Zij voelen zich geïnspireerd om mee te zingen als ze het de studenten zien en
horen doen. Er zijn hier ook veel kleine kinderen aanwezig. Van wie hebben zij
de Veda’s geleerd? Zij luisteren met aandacht als de oudere leerlingen en de
studenten de mantra’s zingen, en ze leren ze op die manier uit hun hoofd. Er
zijn echter ook goed opgeleide mensen die vlakbij de Veda zingende jongens
zitten, maar die hun lippen stijf op elkaar houden. Ik observeer hen. Wat heeft
het voor nut om bij een Veda groep te zitten als zij geen pogingen doen om ze
te leren en mee te zingen? Dat zijn nog grotere dieven. Zij luisteren naar
Vedisch gezang, maar doen er niet aan mee. Men dient te luisteren en ook de
mantra’s mee te zingen teneinde goddelijkheid te ervaren.
De Veda’s zijn niets anders dan de vorm van God. Er zijn
vele mantra’s om de pancha bhutas
(vijf elementen) te verzoenen. De vijf elementen zijn niets minder dan onze
levensadem. Zij houden ons leven in stand. De wereld zelf is een manifestatie
van de vijf elementen. Maar de mensen vergeten om hun dankbaarheid voor de vijf
elementen tot uitdrukking te brengen. Dat is een zonde! Wij vullen onze geest
met onnodige informatie en zo komen wij er niet toe om de vijf elementen
respect te betonen. Iedereen zou de Veda’s moeten leren; dat is nodig. Denk
erover na en zing ze van ganser harte mee. Het heeft geen zin om de Veda’s
alleen maar te leren als je ze niet zingt. Er zijn mensen die de mantra’s
zingen als ze hier zitten, maar als ze weggaan vergeten zij ze. Je kunt overal
naartoe gaan, maar zing de mantra’s dan toch tenminste in je hoofd. Word nooit
een vidya drohi (iemand die geen
recht doet aan de kennis die hij heeft verzameld). Een vidya drohi wordt ook daiva
drohi en zal uiteindelijk de kans mislopen om de ontvanger van Gods genade
te worden.
Zonder het te weten kunnen studenten fouten maken. Maar als
zij zich hun fout eenmaal realiseren, dan moeten ze het niet opnieuw doen.
Welke mantra’s je vandaag ook hoort, je moet ze morgen kunnen zingen. Als alle
mensen samen en in volmaakte harmonie de mantra’s zingen, dan zal Brahman zich
voor je ogen manifesteren. Onze aloude wijzen en zieners zeiden: “Vedahametham Purusham Mahantham Adityavarnam
Thamasa Parasthath”. (Ik heb met mijn geestesoog het Opperwezen gezien dat
straalt met de schittering van een miljard zonnen en die boven de thamas - de
duisternis van onwetendheid - verheven is.)
De klank van de Veda’s is zeer heilig. Deze wordt vereerd
als sabda brahmamayi, characharamayi,
jyotirmayi, vangmayi, nityanandamayi, paratparamayi, mayamayiand sreemayi (belichaming
van geluid, beweging en onbeweeglijkheid, licht, spraak, eeuwig geluk,
volmaaktheid, begoocheling en overvloed.) Het is noodzakelijk dat iedereen de
Veda’s leert. Als dat niet mogelijk is, dan dient men toch op z’n minst de Naam
van God te zingen. Welke Vedische mantra’s je ook leert, je moet ze wel kunnen
zingen zoals het hoort, anders hoef je ze niet te leren! Ik heb veel jongens
gezien die de Veda’s hier leren, maar als ze in Bangalore zijn, zijn ze ze
alweer vergeten. Zij kunnen niet eens één of twee mantra’s zingen om de ouderen
die daar op bezoek zijn, een genoegen te doen. Het gaat niet om publiciteit,
maar om het voordeel dat je er zelf van hebt: het geluk dat je de Veda’s kunt
zingen. De drie aspecten, namelijk karma,
upasana en jnana (werk,
aanbidding en wijsheid) kun je vergelijken met zingen, toepassen in de praktijk
en geluk ervaren. Je moet vijnanamaya
kosha (de wijsheidslaag) overstijgen en binnengaan in de anandamaya kosha (gelukslaag). Karma
leidt tot upasana, en dat leidt weer tot jnana (wijsheid). Als je jnana bereikt
hebt, zul je vrede een geluk ervaren. Alles hangt van karma af. Zing de
mantra’s niet op een mechanische manier, alleen maar omdat de anderen ook
zingen. Neem ze in je op, maak ze je eigen. Waarom eet je voedsel? Is dat om
het in de maag te bewaren? Nee. Het voedsel dat je hebt gegeten moet worden
verteerd en de essentie ervan moet naar alle lichaamsdelen worden vervoerd. Op
dezelfde manier moet je Vedische kennis begrijpen en in je opnemen en daar
kracht aan ontlenen. Dat moet tot uiting komen in je gedachten, woorden en
daden. Je zou deel moeten hebben aan de verbreiding van de Veda’s en je vreugde
met anderen delen. De mensen zeggen dat God allesdoordringend is. Hij is overal
in de vorm van de vijf elementen aanwezig. Elk element geeft een vorm van
goddelijkheid weer. Alle vijf elementen tezamen vormen de vorm van het Atma.
Als je je dit realiseert, zul je goddelijk geluk ervaren.
Belichamingen van liefde, studenten,
Wat je hier ook geleerd moge hebben, deel het met anderen.
Het is niet voldoende als je het alleen maar met anderen deelt, je dient je
kennis ook in de praktijk te gebruiken en daar nut van te hebben. Thuis maken
we allerlei lekkere dingen klaar en zetten die aan de gasten voor. Is het niet
nodig dat wij er ook wat van opeten? Zo moeten we ook de Vedische kennis die we
hebben opgedaan, in ons opnemen en die met anderen delen. Alle soorten kennis
hebben hun wortels in de Veda’s. Daarom wordt de Veda sarva vijnana sampatti (de schatkist van kennis) genoemd. Maar
helaas maken wij geen goed gebruik van de schatten die zich daarin bevinden.
Deel je kennis voor zover je die zelf bezit, met anderen. Vergeet nooit wat je
hebt geleerd. Als je echt je best doet, zul je sakshatkara zeker kunnen bereiken. Hoe heeft Markandeya sakshatkara bereikt? Hij herhaalde de panchakshari mantra en ging daar
helemaal in op. Het gevolg was dat Heer Easwara voor hem verscheen en zijn
genade over hem uitstortte. Degenen onder jullie die God willen zien zouden de
Vedische wijsheid in zich moeten opnemen die je hebt opgedaan, en die met
anderen delen.
Bron: webpublicatie Sri Sathya Sai Books and
Publications Trust, Prasanthi Nilayam.
Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.