Toespraken\ Easwarammadag 2004 toespraak
Easwarammadag
toespraak
Goddelijke
toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba op 6 mei 2004 te
Prasanthi Nilayam
"Als
een mens uit zijn moeders buik tevoorschijn komt heeft hij geen bloemenslinger
om zijn halsje hangen, noch parels of goud, een halssnoer met topazen, robijnen
of andere kostbare edelstenen. Er is echter wel een andersoortige ketting om
zijn nekje, een keten van consequenties van zijn goede en slechte daden in
vorige levens, die Brahma, de Schepper, aaneenrijgt en hem omlegt op het moment
van zijn geboorte.
Telugu
gedicht
Belichamingen
van Liefde,
Ieder mens
heeft vier goeroes in de wereld. De Veda's zeggen: Mathrudevo bhava, Pithrudevo bhava, Archaryadevo bhava, Athithidevo
bhava, hetgeen betekent: de moeder, de vader, de onderwijzer en de gast
dienen als God te worden beschouwd. Van deze vier is de eerste en belangrijkste
leraar de moeder. Er zijn verscheidene diepere betekenissen in wat de moeder de
kinderen bijbrengt. Een wijs mens zal haar lessen nauwgezet in praktijk brengen.
Moeder mag dan een gewoon iemand lijken, zoals ieder ander, maar als je goed
kijkt naar wat ze je heeft bijgebracht, dan zul je tot het besef komen dat zij
een grote goeroe (leraar) is. Maar degenen die zich niet op het spirituele pad
bevinden, nemen het er niet zo nauw mee.
Op een keer
kwam moeder Easwaramma met een grote kan water terug van de Chitravathi rivier.
Een oude vrouw liep met haar op. Zij had ook water gehaald en kon het gewicht
slechts met grote moeite dragen. Easwaramma vroeg haar: "Moedertje, valt
het u zwaar om het water te dragen?" De oude vrouw transpireerde en had
moeite om Easwaramma bij te houden. "Ja", zei ze, "die afstand
is voor mij te groot om zo'n zware kan water te dragen. Maar ik heb geen
kinderen om me erbij te helpen. Ik moet het dus elke dag zelf doen." Deze
verdrietige woorden maakten indruk op Easwaramma en ze zijn haar altijd
bijgebleven. Na nog enige tijd gelopen te hebben, zag ze een jongetje dat een
leitje en een krijtje in zijn hand hield en een zware tas met boeken om zijn
nek meedroeg. Hij kon er bijna niet mee vooruit komen, maar hij moest wel naar
de school in Bukkapatnam. Easwaramma sprak de jongen aan en zei: "Wat moet
je met dat leitje en het krijt? En waarom heb je zo'n grote stapel boeken bij
je? Het jongetje antwoordde: "Ik heb dat allemaal bij me opdat ik kan
noteren wat de onderwijzer vertelt." Easwaramma onthield deze voorvallen
goed. Toen ze nog een eindje gelopen hadden, kwam ze een frêle vrouwtje tegen
dat een baby op haar rug droeg. Ze was onderweg naar Bukkatpatnam. Easwaramma
sprak ook deze vrouw aan en zei: "Je ziet er fragiel en zwak uit en dan
moet je zo'n eind een kind op je rug dragen. Waarom moet je helemaal naar
Bukkapatnam lopen?" De vrouw antwoordde: "Wat kan ik anders? Er is
geen dokter in dit afgelegen dorp die mijn kind medicijnen kan geven. Hij heeft
koorts met koude rillingen. Ik moet met hem naar het ziekenhuis in
Bukkapatnam." Ook dit voorval vergat Easwaramma niet.
In een
afgelegen dorpje, in de buurt van Kolkata, woonde eens een moeder met een klein
kind. De vader was overleden toen het kind net geboren was. Op de één of andere
manier wist de moeder haar kind groot te brengen met de geringe inkomsten die
zij verdiende met een klusje hier en daar. In het huisje waar zij woonden was zelfs
geen lamp voor de jongen om er 's avonds zijn huiswerk bij te maken en hij ging
altijd onder straatlantaarns te zitten om daar te studeren. Zo maakte hij,
ondanks grote moeilijkheden, zijn middelbare school af en behaalde het
einddiploma. Die kleine jongen werd de legendarische Eswarachandra Vidyasagar.
Op een keer
werd er in Kolkata een jaarmarkt gehouden. De moeder van Eswarachandra, in haar
versleten sari, wilde er ook naar toe. Haar zoon wond het een beetje zielig,
zoals ze er uitzag, want terwijl iedereen die naar de jaarmarkt ging, mooie
kleren droeg, moest Vidyasagar aanzien hoe zijn moeder in een versleten sari
liep. Hij vroeg haar: "Moeder, waarom gaat u in zo'n oude sari naar de
jaarmarkt?" De moeder antwoordde: "Mijn lieve kind, ik ben gelukkig
met wat ik heb. Zit er maar niet over in. Ga jij maar verder met studeren, dat
is goed voor je toekomst."
Een paar jaar
na dit voorval had Vidyasagar zijn hele studie achter de rug en kreeg een goede
baan met een uitstekend salaris. Van zijn eerste geld kocht hij een paar mooie
nieuwe sari's voor zijn moeder, waarop zijn moeder hem vertelde: "Ik ben
niet werkelijk gelukkig met deze dure sari's. Als je deze arme mensen hier in
ons dorp zou helpen en hun leven zou verlichten, al is het maar een beetje, dan
zou dat voor mij genoeg zijn." Verder vertelde ze hem dat ze drie wensen
had. Vidyasagar viel meteen aan haar voeten neer en vroeg: "Moeder, het is
mijn plicht om uw wensen te vervullen. Het is de verantwoordelijkheid van een
zoon om de wensen van zijn moeder te vervullen en haar gelukkig te maken. Zeg
mij alstublieft wat uw wensen zijn." De moeder antwoordde: "Mijn
lieve zoon, er zijn verscheidene arme, ongeletterde, zieke mensen in ons
dorpje. En wie zal hun lijden verlichten? Ik zal pas echt gelukkig zijn als je
hun moeilijkheden kunt oplossen. De kinderen in het dorp moeten lange afstanden
afleggen om in naburige dorpen naar school te gaan en dat doet me echt pijn in
het hart. Is het nu werkelijk nodig dat ze zo ontzettend veel moeite moeten
doen om iets te leren? Ik zou willen dat je een schooltje hier in het dorp liet
bouwen, zodat de kinderen fijn hier naar school kunnen gaan." Vidyasagar
bouwde inderdaad een schooltje in zijn dorp, zoals zijn moeder wenste, en ze
was er heel gelukkig mee.
Op een andere
dag trof Vidyasagar zijn moeder in gepeins aan en vroeg wat er was. Ze vertelde
hem: "De mensen in ons dorp hebben het erg moeilijk omdat er geen
drinkwater is. Ze moeten het heel ver weg zelf gaan halen. De bron hier in het
dorp is helemaal droog komen te staan. Hoe kunnen oude vrouwen zoals ik water
gaan halen als het zo ver weg is? Als je ervoor zou kunnen zorgen dat er hier
in het dorp een nieuwe put werd geslagen, dan zou dat fantastisch voor hen
zijn. Dat is mijn tweede wens." Vidyasagar verzekerde haar: "Moeder,
ik zal aan uw wens zeker voldoen. Ik zal trachten het drinkwaterprobleem in ons
dorp op te lossen." Hij begon ermee, twee of drie putten in het dorp te
laten slaan, maar dat had weinig nut. Alleen tijdens het regenseizoen kon men
er water uit putten, maar 's zomers kwamen ze droog te staan en dan kwam er
geen druppel uit. Daarom adviseerde de moeder hem, een blijvende oplossing voor
het probleem te zoeken. Daarop organiseerde Vidyasagar het graven van een hele
diepe put en loste daarmee het waterprobleem definitief op. Zijn moeder was er
erg mee ingenomen.
Na enige tijd
maakte Vidyasagar promotie en kreeg salarisverhoging. Toen vroeg hij zijn
moeder wat haar derde wens was. Ze antwoordde: "Wat ben je toch een lieve
zoon. Je hebt een schooltje laten bouwen en je hebt het dorp van drinkwater
voorzien. Maar de moeders in ons dorp moet hun kinderen, als ze ziek worden,
naar een ander dorp brengen om behandeld te worden. Ik kan het gewoon niet
aanzien. Daarom zou het me heel erg gelukkig maken als je het voor elkaar zou
kunnen krijgen om een klein ziekenhuisje in het dorp te laten bouwen." In
overeenstemming met zijn moeders wens liet Vidyasagar een klein ziekenhuisje in
het dorp bouwen. Op die manier werden al zijn moeders wensen een voor een vervuld.
Door zijn goede
gedrag maakte hij steeds meer carrière en zijn salaris was in overeenstemming
met zijn hoge positie. Niettemin bleef hij nederig en gehoorzaam en kreeg een
goede naam. Op een dag sprak zijn moeder hem aan en adviseerde hem: "Je
hebt nu een heel hoge positie in het leven bereikt en daar ben ik blij om, maar
zorg dat je niet arrogant wordt."
Voor sommige
mensen geldt dat
te grote rijkdom een opgeblazen ego geeft, dat op
zijn beurt de weg plaveit voor heel wat kwalijke eigenschappen. Als je die
rijkdom kwijtraakt, verdwijnt ook je ego, met als gevolg dat de kwalijke
eigenschappen mee-verdwijnen.
Telugu
gedicht
Dit gold echter
niet voor Vidyasagar. Hij cultiveerde nederigheid tegelijk met zijn opleiding.
Hij kreeg naam omdat hij zo'n geweldig spreker was. Intellectuelen kwamen in
drommen op hem af om naar zijn toespraken te luisteren. Op een keer was er een
bijeenkomst in een nabijgelegen stad en Vidyasagar zou de mensen daar
toespreken. Hij ging er met de trein naar toe. Een hoge officier reisde in
dezelfde coupé als hij en ging naar die dezelfde stad om Vidyasagar's toespraak
te horen. Hij had echter alleen zijn naam gehoord, maar hem nooit gezien. Zodra
de officier uit de trein stapte, begon hij te roepen: "Kruier, kruier!"
(koelie, koelie). Vidyasagar, die dit zag, ging naar hem toe en informeerde wat
voor bagage de officier bij zich had. Deze antwoordde dat het slechts een
kleine koffer was. Daarop vroeg Vidyasagar hem: "Is het wel nodig om
daarvoor de hulp van een koelie in te roepen? Als het maar zo'n klein koffertje
is, dan wil ik hem wel voor u dragen. Waar gaat u eigenlijk naar toe?" De
officier antwoordde: "Ik heb begrepen dat een groot geleerde, die ook een
begenadigd spreker is, ene Eswarchandra Vidyasagar, een toespraak zal houden.
Daar ga ik naar toe."
Vidyasagar nam
daarop het koffertje in de hand en liep met de officier mee. Beiden bereikten
de zaal waar Vidyasagar zijn voordracht zou houden. Daar overhandigde hij het
koffertje aan de officier. Deze pakte zijn portemonnee en vroeg Vidyasagar
hoeveel hij hem voor zijn diensten schuldig was. Deze wees zijn aanbod
hoffelijk van de hand en zei: "Meneer, u hebt me een mogelijkheid geboden
om u te dienen. Meer heb ik niet nodig" en liep kalmpjes weg. De officier,
die dacht met een rare kwast te maken te hebben gehad, zocht zijn plaats op en
ging zitten. De organisatoren van het evenement, in afwachting van de aankomst
van Vidyasagar, stonden met een bloemenslinger klaar. Enkele minuten later
arriveerde de eenvoudig geklede Vidyasagar. Hij werd warm welkom geheten en
kreeg een uitbundig eerbetoon van de organisatoren. De officier, die naar deze
welkomstceremonie zat te kijken, realiseerde zich tot zijn opperste verbazing
dat de man die vanaf het station zijn koffer voor hem had gedragen niemand
minder dan Eswarachandra Vidyasagar zelf was. O, wat schaamde hij zich. In de
stilte van zijn hart bood hij nederig heilwensen aan deze grootse, maar toch zo
nederige man aan. Toen begon Vidyasagar te spreken. Hij zette uiteen dat
nederigheid het kenmerk van de ware intellectueel is. Trots en arrogantie, zo
zei hij, zijn het gevolg van te grote rijkdom en het gevolg is dat zo iemand
deze fundamentele eigenschap der menselijke natuur verliest.
Nadat het
programma was afgelopen ontmoette de officier Vidyasagar en bood hem zijn
oprechte excuses aan voor zijn vergissing. Hij zei tegen hem: "Meneer, uw
toespraak was echt een eye-opener voor mij. Ik heb me arrogant opgesteld omdat
ik er trots op was dat ik gestudeerd heb en een ontwikkeld mens ben. Vergeeft u
mij alstublieft.
In de loop der
tijd kreeg Vidyasagar steeds grotere bekendheid als geleerde en groot spreker.
Hij bewees de mensen grote diensten en zorgde dat er veel onbemiddelde
studenten konden studeren. Hij zorgde in verscheidene dorpen voor goed
drinkwater. Het deed zijn moeder deugd dat haar zoon zoveel voor arme en
behoeftige mensen betekende. Zij bad God dat elke moeder met zulke edelmoedige
kinderen zou worden gezegend.
Sathya Sai Baba
heeft ook vele welzijnsactiviteiten ontplooid ten behoeve van de behoeftigen,
zoals huizenbouw, een schoolopleiding voor hun kinderen, het verschaffen van
drinkwater aan de dorpsbewoners, enz. en ook zijn moeder wenste dat vurig. In
die dagen waren de wensen van moeders kleinschalig. Maar in de loop der tijd
zijn het werkelijk gigantische projecten geworden, waarmee geschiedenis is
geschreven. Moeder Easwaramma was erg gelukkig met de grote diensten die Swami
aan de dorpelingen bewees. En dat zei ze ook. "Mijn lieve zoon", zei
ze, "je hebt huizen gebouwd voor de armen, je hebt het drinkwaterprobleem
voor de dorpelingen opgelost, je hebt elektriciteit laten aanleggen in dorpen
waar het voordien 's avonds aardedonker was. En niet alleen dat, je hebt ook
een school en een ziekenhuis gebouwd. Je hebt al mijn wensen vervuld." Ze
was er buitengewoon gelukkig mee dat haar zoon zulke grote taken op zich had
genomen en tot een goed einde had gebracht. Ze vertelde de dames om haar heen
vaak: "Ik heb Swami gevraagd om een klein schooltje in Puttaparthi te bouwen.
Maar in plaats daarvan heeft hij een grandioos onderwijsinstituut laten
verrijzen."
Zo zijn de
bescheiden wensen van de moeder uiteindelijk tot grootse projecten
getransformeerd en deze zijn van groot nut voor de hele mensheid. Wat het land
nu nodig heeft, dat zijn kinderen die de wijze lessen van hun moeder opvolgen.
Die mogen eenvoudig en onbeduidend lijken, maar in de loop der tijd zullen ze
groot geluk met zich meebrengen. Easwaramma's wensen waren heel eenvoudig. Ze
wilde graag dat er goed drinkwater in het kleine dorpje Puttaparthi zou komen,
maar Swami verschafte drinkwater voor het hele district Ananthapur. Ze wilde
graag dat ik een klein schooltje zou bouwen. Maar Sathya Sai bouwde enorme
gebouwen en vestigde geweldige onderwijsinstellingen. In die tijd gingen
dorpelingen gebukt onder het gebrek aan zelfs de meest basale medische
voorzieningen. Daarom vroeg moeder Easwaramma mij om een klein ziekenhuisje te
bouwen. Maar Swami bouwde ware tempels der geneeskunde, de Sathya Sai
Supergespecialiseerde Ziekenhuizen: één in Puttaparthi en één in Bangalore. Zo
resulteerden de kleine wensen van de moeder in de vestiging van grootse
instellingen.
Belichamingen
van Liefde,
Je hoeft
niemand na te volgen. Het is voldoende als je je bezighoudt met activiteiten
die je moeder tevreden zouden stemmen. Als je moeder gelukkig en tevreden is,
zal dat zegen over je brengen. Wat je moeder ook zegt, gehoorzaam haar gewillig
en oprecht. Dat is wat er vandaag de dag nodig is! Gehoorzaam je moeder en je
zult haar liefde ontvangen. Dan zal de hele wereld er op vooruitgaan. Andere
verdienstelijke daden zijn niet noodzakelijk. Stel je hele leven ertoe in
dienst om je moeder gelukkig te maken. Alleen omdat Sathya Sai Baba de wensen
van zijn moeder vervulde en haar voldoening schonk, is zijn glorie wijd en zijd
bekend geraakt.
Sathya Sai
heeft grote ziekenhuizen gebouwd en verschaft kostbare medische behandelingen
geheel gratis aan iedereen, van de allerarmsten tot de rijksten. Op het gebied
van medische dienstverlening zijn er op de hele wereld geen instellingen die
ook maar vergeleken kunnen worden met het Sathya Sai Instituut voor Hogere
Medische Wetenschappen. In dit ziekenhuis worden medicijnen, operaties en
maaltijden allemaal gratis verstrekt. Niemand kan begrijpen hoe we in staat
zijn al deze dingen kosteloos te verschaffen, en dat in een tijd van enorme
kostenstijgingen. Helaas beseffen de mensen de waarde niet van de diensten die
door onze ziekenhuizen worden verleend. Tegenwoordig maakt menig ziekenhuis
reclame door middel van de elektronische media. Zij lokken de mensen en dienen
dan hoge rekeningen in. Op die manier raken de mensen hun zuurverdiende geld
kwijt. Soms is het zelfs zo erg dat patiënten door slordigheid en gebrek aan
zorg overlijden. Aan de armen dient gratis voedsel, gratis onderwijs, gratis
water en gratis medicijnen te worden verstrekt. Er bestaat geen groter dienst
dan het verlenen van al deze diensten zonder er geld voor te vragen. Het is
mijn wens dat alle voormalige en huidige studenten zulke diensten gaan
verlenen. Wij vragen nooit een cent van onze studenten; wij heffen geen
schoolgeld. Bij andere onderwijsinstellingen moeten mensen enorme bedragen
betalen, maar onze studenten kost het niets. Ik zorg voor volledig kosteloze
opleidingen vanaf het basisonderwijs tot en met de universiteit voor alle
leerlingen die hier met liefde en grote verwachtingen komen. Al onze diensten
worden met liefdevolle zorg en kosteloos gegeven.
Een van de
eerdere sprekers van vandaag, de Sikh student, heeft langere tijd zijn beste
gedaan om een hogere schoolopleiding te voltooien, maar hij moest er wegens
gebrek aan financiële middelen mee ophouden. Toen is hij maar gaan werken,
tegen een gering salaris. Later kwam hij hier en heeft zijn MBA gehaald. Op het
ogenblik stelt hij zijn diensten ter beschikking van het hostel, uit
dankbaarheid aan Swami. Er zijn verscheidene studenten zoals hij, die diensten
verrichten in Swami's instellingen. De jongeman die na deze Sikh student heeft
gesproken, komt uit Delhi. Hij had ook hoge verwachtingen van zijn hogere
opleiding daar, maar hij had de financiën niet. Hij kwam toen hier studeren en
verkreeg zijn MBA diploma met de vermelding "uitmuntend". En het
kostte allemaal niets. Sindsdien is hij hier gebleven om Swami te dienen. Hij
heeft besloten zijn verdere leven te wijden aan het instituut dat zulke jongens
aan de samenleving aflevert. Alle studenten van de Sathya Sai instellingen
hebben een ruime blik ontwikkeld en zij weten wat dienstbaarheid is. Al onze
scholieren zijn ruimdenkend; oogkleppen tref je hier niet aan. Ze zijn van
liefde vervuld en gedragen zich onderling als broers. Het is mijn streven om
jongens en meisjes zo'n voorbeeldige opvoeding te geven en ik wens dat al onze
leerlingen graag en van harte in een geest van liefde en opoffering meedoen aan
dienstverleningsactiviteiten ten behoeve van de samenleving.
Veel van onze
oud-studenten hebben goed betaalde banen in steden als New Delhi en Agra. Het
is zelfs zo dat topbedrijven in India hun personeel bij voorkeur onder onze
studenten werven en een zeer goed beloningspakket aanbieden. Onze oud-studenten
die daar werken nemen ook aan dienstverleningsprojecten deel, zoals het
bekostigen van de studie van arme studenten. Waar zij zich ook bevinden, onze
oud-leerlingen nemen aan allerlei dienstverleningsactiviteiten deel, en zij
doen dat in een geest van opofferingsgezindheid en ruimdenkendheid. Een
opleiding is niet alleen maar het vergaren van louter boekenkennis. Het
ontwikkelen van een ruime blik, opofferingsgezindheid, het graag willen delen
van geld en goed met minder bedeelden leden van de gemeenschap en zodoende het
verspreiden van geluk - dat zijn de ware kwaliteiten van een intellectueel. Er
zijn veel studenten in Prasanthi Nilayam die er plezier in hebben om de
samenleving te dienen en daarin ook voldoening vinden. Mijn belangrijkste taak
is om zulke jongens en meisjes deze ontwikkeling te bieden. Ik zorg voor alles
wat ze nodig hebben. Ik stuur hen indien nodig zelfs naar het buitenland om
daar verder te studeren.
Dr. Padmanabhan,
die hier zit, zult u allemaal waarschijnlijk wel kennen. Hij heeft zijn
medische studie op jeugdige leeftijd al voltooid en wilde hier in Bangalore een
kliniekje opzetten. Ik riep hem bij me en zei tegen hem: "Dokter, u moet u
nog verder bekwamen in de geneeskunde. U moet nog niet ophouden met studeren.
Uw familieomstandigheden zijn er niet gunstig voor, maar ik zal u helpen. Ik
zal zorgen dat u verder kunt studeren." Op een dag nodigde ik hem te eten
uit en enige tijd later stuurde ik hem naar Wenen om zich daar verder te
specialiseren. Dat gebeurde en na zijn terugkomst maakt hij zich uitermate
nuttig in Brindavan. Hij is niet op geld uit. De reputatie die hij zich in
Swami's dienst heeft verworven is het enige wat er voor hem toe doet. bestaat
er een grotere rijkdom dan een goede naam? Hij dient de armen. Zelfs nu hij
zelf een hartoperatie heeft ondergaan, gaat hij door met het van dienst zijn
van arme patiënten. Zo heeft Swami hem gevormd tot een liefdevol, zachtmoedig
en onzelfzuchtig mens met een geheiligd hart, dat hem aanspoorde om talloze
mensen van dienst te zijn.
Onze
oud-leerlingen meten zich geen air aan en hebben geen ego, ondanks het feit dat
zij een zeer goede opleiding hebben genoten. Menigeen van hen doceert vakken in
een van onze instellingen. Het is mijn vaste voornemen om dergelijke
edelmoedige zielen te koesteren.
Dit lichaam
heeft af en toe wel kwaaltjes en aandoeningen, maar ik heb er geen last van.
Het hoort bij een menselijk lichaam. Vorig jaar was er een jongen bezig om
gekleurde vlaggen aan een deur te bevestigen en was daarvoor op een metalen
krukje gaan staan. Op dat moment kwam ik uit mijn kamer en deed die deur open.
Toen de jongen mij zag werd hij zenuwachtig en viel van het krukje af. De kruk
viel om en hij viel tegen me aan. Dat was het moment waarop ik mijn
heupfractuur opliep. Op die manier is het dus gebeurd en het heeft niets te
maken met karma uit het verleden. Ik vond die aandoening niet erg. Toen ik
gisteren mijn kamer binnenging, pakte ik in het voorbijgaan een steen vast die
uit een muur naar voren stak. De steen kwam echter los en viel op de grond, met
als gevolg dat ik ook viel, waarbij ik met mijn hele gewicht op mijn pols
terecht kwam. Het was een ongelukje. Maar ik moet mijn plichten vervullen, wat
er ook moge gebeuren. Natuurlijk gebeuren ongelukken als gevolg van oud karma,
maar dat is bij deze gebeurtenis niet het geval. Het kwam door een vergissing
van me, onoplettendheid. Zulke verstoringen komen nu en dan voor, maar een
ziekte kan ooit vat op mij krijgen. Ik ga door met mijn werk zonder mij aan
dergelijke incidenten te storen.
Er zijn hier 7
jongens die na hun universitaire studie allemaal zijn gepromoveerd. Zij willen
voorgoed bij Swami blijven en hier hun diensten verlenen. Ik zorg voor hen en
heb tegen hen gezegd: "Jullie zijn me heel dierbaar en jullie moeten
verder studeren zonder dat het jullie ouders iets kost. Ik zal zorgdragen voor
alles wat jullie nodig hebben. Jullie studeren heel goed en zullen ook een
vervolgstudie met vlag en wimpel tot een goed einde brengen. Wees een voorbeeld
voor anderen." Dus ik zal alles doen wat nodig is om hun verdere studie
mogelijk te maken. Ik help altijd anderen en veroorzaak niemand last. Wat
mijzelf betreft, ik zal nooit door welke ziekte dan ook worden getroffen. Er
kunnen zich wel kleinigheden voordoen, maar ik laat me er niet door hinderen en
zet mijn werk voort. Gisteren ben ik gevallen en dat maakte nogal lawaai.
Mensen die er bij waren, waren bang dat er een groot ongeluk was gebeurd. Zij
dachten: "Wat is er met Swami gebeurd? Tot voor kort kon hij vanwege zijn
heupfractuur niet normaal lopen. Nu heeft hij een verwonding aan zijn hand
opgelopen. Wat onfortuinlijk is dat toch allemaal!" Maar ik heb hen gerust
gesteld door te zeggen dat er niets ernstigs was gebeurd en dat ze zich geen
zorgen hoefden te maken. De devotees hebben vandaag hier een bijeenkomst
gepland waaraan ik zou moeten deelnemen. Ik houd er niet van om mij te laten
afhouden van het nakomen van mijn verplichtingen, wat er ook met dit lichaam gebeurt.
Daarom heb ik erin toegestemd hier te komen. Ik heb mij aangekleed en studenten
hebben voor een sjaal gezorgd opdat ik niet te zeer gehinderd zou worden door
mijn arm, die in het verband zit. De artsen adviseerden mij echter, om mij niet
te bewegen. Dat was advies was goed, ze hadden gelijk, maar op eigen initiatief
ben ik tegen doktersadvies in, geholpen door twee jongens, toch gekomen. Ik
houd heel veel van die jongens en zij van mij. Ze zijn steeds in mijn buurt en
zorgen voor me.
(Op Swami's aanwijzingen
stonden er een paar jongens op. Op hen wijzend zei Swami tegen de toehoorders:)
Deze jongens zijn uit allerlei plaatsen gekomen, zoals New Delhi en andere
steden en ze hebben in Brindavan en Prasanthi Nilayam gestudeerd. Ze blijven
allemaal hier bij mij en bewijzen mij grote diensten. Dit medische probleem kan
niet met medicijnen worden opgelost. Hun liefde werkt als een krachtig medicijn
voor mij. Alleen hun liefde beschermt mij op diverse manieren.
Wederom naar
een student wijzend vervolgt Swami:
Deze jongen is
aan de universiteit afgestudeerd en heeft daarna zijn doctoraal gedaan. Al deze
jongens zijn hoog opgeleid. Niettemin willen ze graag hier blijven en Swami
dienen. Er zijn nog een paar jongens in Swami's woonverblijf. Sathyajit en
enkele andere jongens volgen mij steeds als een schaduw en zorgen voor mij.
Zulke jongens zijn mijn enige bezit. Verschillende mensen hebben mij gevraagd:
"Swami, wat voor vermogen bezit u eigenlijk en waar is het?" Dan
antwoord ik: "Mijn beste, ik kan niet zegen dat de waarde van mijn bezit
zo-en-zoveel bedraagt. Mijn studenten zijn mijn bezit. Dat kun je niet in
geldbedragen uitdrukken. Elke beschrijving van de liefde van mijn jongens gaat
mank." Ik zou geen dag zonder dit bezit kunnen. En zij op hun beurt kunnen
niet leven zonder de liefde van Swami. Door de diensten die zij verlenen zijn
deze jongens een lichtend voorbeeld voor de wereld. Seva (belangeloze en
liefdevolle dienstverlening) is van grote waarde voor intellectuelen. Het is
niet te beschrijven wat zij allemaal doen aan dienstverlening, en zij doen dat
vol liefde. Niemand kan ook maar een schatting maken en in woorden uitdrukken
wat een liefdevolle aard onze studenten hebben. Niemand kan hun ruimdenkendheid
ten volle begrijpen. Aan de buitenkant zien zij er hetzelfde uit als alle
andere studenten, maar elk van hen heeft een universitaire opleiding plus twee
doctoraalstudies achter de rug. Zulke jongens kunnen de wereld op een geweldige
wijze van dienst zijn. Zij dienen mij op verschillende manieren.
Sravanam
(luisteren), Kirtanam (zingen), Vishnusmaranam (het overpeinzen van Vishnu),
Padasevanam (het dienen van zijn lotusvoeten), Vandaman (begroeting), Archanam
(verering), Dasyam (dienstbaarheid), Sneham (vriendschap) en Atmanivedanem
(overgave).
Op deze 9 paden
van toewijding brengen zij hun volledige en onvoorwaardelijke liefde voor mij
tot uitdrukking.
De artsen
hebben mij bedrust geadviseerd, maar desondanks heb ik besloten mijn
verplichtingen jegens mijn devotees na te komen.
Wetend dat mijn
besluit vaststond, hebben de jongens vanwege mijn arm een sjaal aan mijn kleed
vastgemaakt en me naar de benedenverdieping geholpen. Deze dienst lijkt klein
en onbeduidend, maar als je dieper doordenkt zul je begrijpen dat het heel
bijzonder is om de kans te krijgen Swami op deze manier te mogen dienen. Alleen
door hun liefdevolle zorg kon ik zonder veel moeite naar beneden komen om
jullie toe te spreken. Is dat in mijn huidige conditie werkelijk mogelijk?
Feitelijk is het hun zuivere liefde die mij hier heeft gebracht. Deze jongens
hebben een goed karakter en zij hebben een lange studie achter de rug. De
diensten die de jongens hier op de lagere school of op de middelbare school of
bij andere onderwijsinstellingen in Puttaparthi verlenen, zijn niet in woorden te
vatten. Zelfs de jongste scholieren op onze scholen gedragen zich goed. Het is
dat ik jullie vandaag over de goede eigenschappen van mijn studenten wil
vertellen, anders had ik nu geen toespraak gehouden. De studenten verlenen de
samenleving, overeenkomstig mijn advies, hele grote diensten. Ik spoor de
nieuwelingen, die dit jaar voor het eerst ons onderwijs volgen, aan om
edelmoedige kwaliteiten te ontwikkelen, om gezond en gelukkig te zijn en net zo
nederig als deze jongens, en om de samenleving ook van dienst te zijn. Ik
besluit mijn toespraak met zegeningen voor iedereen.