Toespraken\ Jij bent God

Jij bent God

 

Goddelijke toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba

op 25 december 2003 in de Sai Kulwant Hal te Prasanthi Nilayam

 

Terwille van de jonge Prahlada

Voor de wanhopige olifantenkoning

Voor de baby Dhruva, standvastig, toegewijd

Voor Kuchela, arm aan bezit, rijk aan nakomelingen,

Een pauper waar het aards bezit betreft

Vishnoe met de lotusogen,hoog verheerlijkt in de Veda’s,

De immer meedogende, milde, goede en weldadige:

Voeg dat alles bijeen: de Heer der Heren is nu vleesgeworden

De belichaming van liefde, mededogen en het vorengenoemde,en meer.

                                                                                                                        Telugu gedicht

 

Waar is God? Wanneer incarneert Hij? Waar incarneert Hij? Dit zijn vragen die de mensen tegenwoordig bezighouden. God is alom tegenwoordig. Iedereen is de belichaming van God. Tegenwoordig duiden de mensen God met vele namen aan, zoals Rama, Krishna en Jezus, en de dagen waarop zij geboren zijn, worden gevierd. Maar heeft God echt een geboortedag? Nee. Denken dat God op een bepaalde dag is geboren, is een teken van onwetendheid. God is de levensadem van ieder mens. ‘Soham’ symboliseert het proces van inademing en uitademing. ‘So’ betekent ‘Dat’ (God), ‘ham’ betekent ‘ik’ (het individu). Hoewel er twee woorden voor zijn, namelijk ‘God’ en ‘ik’, is er geen verschil tussen. Ze zijn één en hetzelfde. God kent geen geboorte. Hij hoeft geen doelen te bereiken. Om de mensen geloof en vertrouwen bij te brengen neemt Hij echter een stoffelijk lichaam aan. Als er geboorte is, is er ook dood. Maar God staat boven geboorte en dood. Hij heeft geen begin en geen einde. Wie denkt dat er een geboortedag is voor God, maakt een denkfout. Gelovigen beperken God tot een fysieke vorm, aanbidden die en vieren zijn geboortedag. Dat is iets wat zij zelf bedacht hebben en niet overeenkomstig de waarheid.

 

Er worden op deze wereld iedere dag mensen geboren en er overlijden iedere dag mensen. Wat wordt er bedoeld met geboorte en dood? Een lichaam aannemen is geboorte en het weer afwerpen is dood. Door illusie ervaart de mens geboorte en dood als dualiteiten. God daarentegen is boven beide verheven.

 

“Met handen, voeten, ogen, hoofden en monden overal aanwezig,

doordringt hij het gehele universum.” (Sanskriet vers)

 

Door onwetendheid zit de mens gevangen in de cyclus van geboorte en dood. Geboorte en dood worden veroorzaakt door de wil van God.

 

God is de verpersoonlijking van liefde. Hij is de levensadem van alles wat leeft. Al sinds oeroude tijden hebben de mensen getracht het mysterie van geboorte en dood te doorgronden. Je hoeft helemaal niet zo ver te gaan om dat mysterie te begrijpen. Het lichaam dat wij hebben aangenomen laat het ons ieder moment ervaren. Het proces van inademen symboliseert geboorte en uitademing dood. De mens vermag de diepere betekenis van de ademhaling niet te begrijpen. Wat moet een mens nu doen om aan de cyclus van geboorte en dood te ontsnappen? Hij moet liefde tot ontwikkeling brengen, steeds meer en steeds beter. Maar tegenwoordig houden de mensen zelfs niet van hun naasten. Dit wil niet zeggen dat ze helemaal geen liefde in zich hebben. Dat hebben ze wel, maar ze kunnen er geen uitdrukking aan geven. Een mens moet waarde hechten aan het principe van liefde op zich en niet alleen maar aan individuele mensen.

 

Als we inademen (‘So’), komt het levensprincipe ons lichaam binnen en als we uitademen (‘ham’), gaat het er weer uit. Op elk moment herinnert dit proces van inademing en uitademing ons aan onze aangeboren goddelijkheid (Ik ben God). Zolang de levensadem er is, wordt het lichaam als sivam (ons gunstig gezind) beschouwd, maar zodra die levensadem wegebt, wordt het savam (een lijk). Zowel geboorte als dood hebben te maken met het lichaam, niet met het levensprincipe. Er vinden tussen geboorte en dood op mysterieuze wijze veel veranderingen plaats. Daar is God verantwoordelijk voor. Maar er zijn mensen die het bestaan van God ontkennen en hun tijd met zelfgeconstrueerde argumenten verspillen. God bestaat wel degelijk. Hij komt niet en gaat niet. Hij is altijd overal aanwezig. Door zijn lichaamsgehechtheid maakt een mens telkenmale geboorte en dood mee. Hij wordt van die cyclus van geboorte en dood pas verlost als hij van zijn lichaamsgehechtheid af is en zich helemaal aan Gods wil overgeeft.

 

O God, ik bied u mijn zuivere hart aan dat u mij hebt gegeven.

Wat zou ik u anders kunnen aanbieden?Aanvaard mijn nederig offer alstublieft.

                                                                                                                        (Telugu gedicht)

 

Geboorte en dood ontstaan door begoocheling. Er worden iedere dag heel wat mensen op deze wereld geboren en er sterven ook heel veel mensen. Geboorte en overlijden hebben plaats al naar gelang de tijd en de omstandigheden. In de tijd tussen geboorte en dood wordt een mens door het fysieke lichaam misleid en hij gaat op het stoffelijke niveau allerlei relaties aan. Hij denkt dat hij het lichaam is en laat zich meeslepen door het gevoel van ‘ik’ en ‘van mij’. Dat is een ernstige vergissing. Zo lang je je lichaam hebt, heb je relaties en verwantschappen met diverse mensen. Maar wat gebeurt ermee als het lichaam tot stof vergaat? Werkelijke relaties liggen op atmisch, niet op stoffelijk niveau. Wie had er verbintenissen met wie toen je nog niet geboren was? Wat gebeurt er na de dood? Het is zo, dat geboorte en dood het gevolg zijn van bhrama (begoocheling), waardoor je niet in staat bent om Brahma (goddelijkheid) te beseffen. Omdat we in wereldse, stoffelijke dingen verstrikt zijn, kunnen we het transcendentale principe niet bevatten.

 

Ware spiritualiteit is gelegen in het begrip van je eigen ware identiteit. “Wie ben ik?” zou men zich af moeten vragen. Alle spirituele oefeningen zijn erop gericht om te maken dat je gaat beseffen wie je in werkelijkheid bent. Iedereen gebruikt het woordje ‘ik’ als hij zich voorstelt. Het betekent dat het ‘ik’-principe (het Zelf) dat in jou aanwezig is, hetzelfde is als in anderen. Maar de mensen begrijpen die eenheid niet. Ze laten zich meeslepen door verschillen die alleen maar op het fysieke lichaam gebaseerd zijn. Daar komen conflicten en tegenstellingen vandaan.

 

Belichamingen van liefde,

Geboorte en dood hebben met het lichaam te maken en niet met de individuele ziel. Voor beide zijn de gedachten verantwoordelijk. Je hebt het allemaal zelf gemaakt. Het leven is een droom. Hoe kan iets dat in een droom verschijnt, echt zijn? Het is allemaal niet meer dan een illusie. Zolang je ondergedompeld bent in deze bhrama (begoocheling), kun je Brahma niet zien. Pas als je de kluisters van de illusie verbreekt, kun je de werkelijkheid gewaarworden.

 

Je krijgt inzicht in je ware identiteit door het observeren van je ademhalingsproces. Maar de mensen zijn in zo’n gemakkelijke en eenvoudige weg niet geïnteresseerd. De mens slaat ruwe, ruige en ongemakkelijke wegen in en raakt daar uiteindelijk gefrustreerd van. Zolang er een doorntje in je vel prikt, doet dat pijn. Lichaamsgehechtheid is als een doorn die alle pijn veroorzaakt. Als je je lichaamsgehechtheid opgeeft, zul je je ware Zelf kennen. Je lijdt omdat je denkt dat je je lichaam bent. Dat is een illusie. Daarom zei Sankaracharya:

 

“Van geboorte naar geboorte

Van dood naar dood

Van moederschoot naar moederschoot

Een tijdje ergens vertoeven

Zo verblijven wij

In dit voorbijgaande leven.

O, vernietiger van de demon Mura,

Wees door uw grenzeloze genade

Mijn bootsman op deze woelige oceaan.”

                                                                                                (Sanskriet vers)

 

Men hoeft geen intensieve spirituele oefeningen te doen om de oceaan van samsara over te steken. Alles wat men hoeft te doen is God steeds in gedachten houden. Hoewel God zich in hemzelf bevindt, is de mens toch niet in staat dit te beseffen. In een droom kan een mens de dood ervaren en daar verdrietig over zijn. Maar bij het wakker worden slaakt hij een zucht van verlichting omdat wat hij heeft gezien slechts een droom was. Wie was dat dan, die in de droom gestorven is? Het was louter een creatie van de gedachten. Maar ook in waaktoestand is alles wat de mens ervaart een schepping van het denkvermogen. Mijn vader, mijn moeder, mijn vrouw, mijn kinderen, enz. dat zijn allemaal ideeën die door illusie ontstaan. Het heeft niets met de werkelijkheid te maken. Door begoocheling ontwikkelt de mens fysieke verbintenissen en valt hij uiteindelijk aan lijden ten prooi. Als de mens zuivere en onbezoedelde liefde tot ontwikkeling brengt, zal hij geen pijn en lijden ervaren. Liefde voor het stoffelijk lichaam is onwerkelijk en voorbijgaand. Liefde voor het Innerlijk Zelf is waarachtig en eeuwig. Om de werkelijkheid van je identiteit te begrijpen dien je jezelf vragen te stellen.

 

Op een keer liep Sankaracharya samen met zijn leerlingen naar de rivier de Ganges. Onderweg zag hij iemand onder een boom zitten, die alsmaar herhaalde: “Dukrun Karane, Dukrun Karane”. Hij was bezig de grammaticaregels van Panini uit zijn hoofd te leren. Sankara kreeg medelijden met hem en gaf hem de raad, zijn gedachten op de Heer te richten in plaats van zijn tijd te verdoen met het vergaren van wereldse kennis.

 

“O dwaas, bezing de naam van heer Govinda.

Als je einde nadert zullen grammaticaregels je niet komen redden.”

                                                                                                                        (Sanskriet vers)

 

Bhrama en Brahma zijn allebei op je gedachten gebaseerd. Zoek ze niet buiten jezelf. Brahma is in jou. Maar omdat je verstrikt bent in bhrama (begoocheling), beschouw je Brahma (God) als een entiteit die ergens ver weg bestaat. Als je maar eenmaal beseft dat jij Brahma bent, zul je voorgoed van bhrama bevrijd zijn. Je lijdt omdat je je met je lichaam vereenzelvigt. Zodra je met dat loslatingsproces klaar bent, zul je eeuwigdurend geluk ervaren.

 

Belichamingen van liefde,

Plezier en verdriet maak je zelf. Ze worden niet door God gegeven. Jij bent zelf de oorzaak van je lijden, niemand anders. Begrijp deze waarheid. Vanuit spiritueel standpunt bezien zijn genoegens, verdriet en wereldse verbintenissen een illusie. Ze zijn niet werkelijk. Van de vroege ochtend tot de late avond leidt de mens een leven van begoocheling. Iemand die als mens geboren is, zou de waarheid moeten leren kennen. Het stoffelijk lichaam groeit een tijdlang en zal later zwak worden en vervallen. Geboorte en groei hebben met het lichaam te maken, dat vergankelijk, niet blijvend is. Maar de mens beschouwt zijn lichaam als werkelijk en lijdt daardoor. Als je je ogen wijd open doet, dan zie je een heleboel mensen, maar als je ze dicht doet, zie je niemand. Waar komen al die mensen vandaan als je je ogen open doet? En waar gaan ze naartoe als je je ogen dicht doet? Je weet het niet. Je weet niet waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Daarom lijd je. Zodra je beseft dat je het lichaam niet bent en dat niets in deze wereld van jou is, lijd je niet. Alles in deze wereld heb je zelf gemaakt, niets is blijvend.

 

Belichamingen van liefde,

Alleen God, de liefde zelve, is altijd bij je en in je. Zonder liefde kan een mens niet bestaan. Liefde is je leven. Liefde is het licht dat het duister van onwetendheid verdrijft. Iemand die geen liefde tot ontwikkeling brengt wordt iedere keer opnieuw geboren. “Punarapi jananam punarapi maranam” (Sankaracharya): Iemand die geboren is, zal ook een keer sterven, en wie sterft zal weer geboren worden. Geboorte en dood zijn de prabhava (de gevolgen) van de objectieve wereld. Daar een mens begoocheld is door de prabhava, onderwerpt hij zich aan pramada (gevaar).

 

Belichamingen van liefde,

Wereldse liefde is voorbijgaand; je kunt het geen echte liefde noemen. Echte liefde is onsterfelijk. Breng dat soort liefde tot ontwikkeling. Fysieke liefde neemt toe om daarna in verval te geraken. Hoe kun je dat dan als ‘echt’ beschouwen? In feite is niets op deze wereld echt. Lichaamsgehechtheid is de oorzaak van begoocheling. Laat je lichaamsgehechtheid daarom geleidelijk minder worden. Dat is je belangrijkste sadhana. Japa (het bezingen van de Naam), thapa (boetedoening), dhyana (meditatie), yoga (communicatie, verbinding met God), etc., dat is geen echte sadhana. Alles waarvan je denkt dat het echt is, is feitelijk onecht. Geef alles wat onecht is, op. Primair moet je deze waarheid begrijpen. Het is heel gemakkelijk om je van lichaamsgehechtheid te ontdoen. Waarom kunnen de mensen dat niet?

 

In deze hal zie je een aantal lampen. Maar het is precies dezelfde stroom die door al die lampen heen gaat. Lichamen kun je met gloeilampen vergelijken. Het principe van Atma is dan de elektrische stroom die er doorheen gaat. Begrijp deze eenheid en deel je liefde met iedereen. Beschouw niemand als je vijand. Iemand die van je houdt beschouw je als je vriend en iemand die een hekel aan je heeft als je vijand. In werkelijkheid is er geen vriend of vijand. Dat bestaat alleen in je fantasie.

 

Vandaag de dag beoefenen de mensen vele vormen van sadhana (spirituele oefening) om goddelijkheid te ervaren. Komt God dichter bij je vanwege deze sadhana’s of raakt Hij van je verwijderd als je ze niet doet? Nee. Het is slechts de bhrama (begoocheling) die zich van je verwijdert als je de sadhana’s doet. Als gevolg daarvan kom je nader tot Brahma. Doe er alles aan om van bhrama (begoocheling) af te komen. Doe afstand van het idee dat je het lichaam bent en dat jij de doener bent. Alleen dan kun je vrij zijn van illusie en vrees. Verminder je gehechtheid aan je lichaam. Dat is het soort sadhana dat je zou moeten doen. Spirituele oefening zit hem niet in het uitvoeren van japa, thapa, dhyana, enz. Dat verschaft mentale voldoening, maar geeft geen blik op God. Houd je er maar niet mee bezig, doch ontwikkel het vaste vertrouwen dat jij God bent. Herinner je er steeds aan: “Ik ben God, ik ben God, ik ben God”. Dan word je God. Het lichaam is alleen maar het kleed dat je hebt aangetrokken. Dat ben jij niet. Naarmate de lichaamsgehechtheid toeneemt, neemt het lijden ook toe.

 

“Mijd slecht gezelschap; sluit je bij goed gezelschap aan

en maak je voortdurend verdienstelijk.” (Sanskriet vers)

 

Je ziet heel veel namen en vormen op deze wereld. Betekent dit dat ze ook allemaal van elkaar verschillen? Nee, ze zijn allemaal één. Het is één en al goddelijkheid die zich uit als vader, moeder, broer, zuster, enz. Namen en vormen zijn anders, maar de eraan ten grondslag liggende waarheid is één. Als je dit principe van eenheid voor ogen houdt, straal je onafgebroken liefde uit. Dompel je maar onder in de rivier van liefde. Zie nooit van liefde af, onder geen enkele omstandigheid. Zelfs als iemand een hekel aan je zou hebben, behandel hem dan als je eigen broer. Als je hem op straat zou tegenkomen, toon dan geen boosheid; begroet hem liefdevol. Je liefde zal zeker een ommekeer in hem bewerkstelligen. Echt geluk zit hem in opofferingsgezindheid. Thyaga (opoffering), dat is ware yoga. Maar de mens cultiveert tegenwoordig geen yoga. In tegendeel, hij zoekt bhoga (genoegens) en stelt zich daardoor bloot aan roga (ziekte). Als je een geest van opoffering tot ontwikkeling brengt, zul je vrij zijn van lijden. Echte spirituele oefening is datgene wat je helpt om aan begoocheling te ontsnappen. Wat heb je er aan om, naarmate je ouder wordt, in een steeds dieper moeras van begoocheling te verzinken?

 

“Ik ben het lichaam niet en niets is van mij.” Laat dat tot je doordringen. Vraag je af: “wie ben ik?” Het antwoord dat je krijgt is: “ik ben Ik”. Als je deze waarheid begrijpt en ervaart, kan niemand je iets aandoen. Je kunt niet aan lijden ontsnappen zolang je in het dualistische gevoel bent ondergedompeld dat je ‘maar een sterveling’ bent en dat God zich elders bevindt, afgescheiden van jou. Het gevoel van afgescheidenheid is aan je eigen brein ontsproten. Als ‘ik’ en ‘jij worden samengevoegd, krijg je ‘wij’. Maar ‘wij’ + ‘Hij’ (God) wordt alleen ‘Hij’, de onveranderlijke; ‘ik’ en ‘jij’ veranderen voortdurend.

 

Belichamingen van liefde,

Veel mensen doen spirituele oefeningen, zoals japa en dhyana, maar het nut ervan is niet zo groot. Te zijner tijd zullen ze echter wel tot enige verandering leiden. Dus tijdelijke resultaten kunnen ze wel opleveren, maar eeuwig geluk verschaffen ze niet. Zit niet over tijdelijke resultaten in. Het gevoel van ‘ik’ en ‘van mij’ is de wortel van zorgen. Je zult door zorgen worden achtervolgd zolang je je Hari (God) niet realiseert. Je bent bezorgd omdat je je met je lichaam vereenzelvigt. Als je je met het Zelf (God) vereenzelvigt, dan ben je van zorgen vrij. Doe er dus alles aan om je ware Zelf te gaan beseffen. Pleng nooit tranen van verdriet, onder geen enkele omstandigheid. Je zult vrij zijn van verdriet als je het idee van vereenzelviging met het lichaam opgeeft. Om van zorgen en vrees bevrijd te zijn en om eeuwigdurende vrede te verkrijgen zou je het besef moeten hebben: “ik ben Ik”. Als je dat onwrikbaar gelooft, kan niets je nog van je stuk brengen. Ontwikkel geen verkeerde gehechtheid aan het lichaam en aan stoffelijk bezit. Je wordt alleen verlost als je je leven in een geest van opoffering leidt. Wat je zou moeten bereiken, is thyaga en niet bhoga. Iets als ‘van jou’ beschouwen is bhoga. Het besef dat niets van jou is (niet ‘van mij’) is yoga. Deze yoga schenkt je werkelijke kracht.

Jezus heeft diverse vormen van sadhana gedaan en zich uiteindelijk deze waarheid gerealiseerd. Op een keer namen Maria en Jozef hun kind Jezus mee naar de feestelijkheden in Jeruzalem. In de menigte raakten ze Jezus kwijt en ze gingen overal naar hem op zoek. Al die tijd zat Jezus in een hoekje van de tempel naar de preek van de priester te luisteren. Zijn ouders zochten hem overal buiten. Uiteindelijk vond moeder Maria hem dan toch in de tempel. Ze rende op hem af en sloot hem liefdevol in haar armen. “Mijn zoon”, zei ze, “wat is er met je gebeurd? Waar was je toch? We hebben je overal lopen zoeken.” Jezus zei tegen haar: “Moeder, ik heb geen stap buiten de tempel gezet. Ik heb naar de preek van de priester zitten luisteren. Waarom zou u bang zijn? Degenen die hun geloof op de wereld vestigen, die hebben allerlei angsten. Maar waarom zou iemand die in God gelooft, bang zijn? Ik ben in het gezelschap van mijn Vader. Waarvoor zou u vrezen?”

 

Als je je aangeboren goddelijkheid vergeet, dan ga je God in de wereld buiten jezelf zoeken. Zelf ben je God. Is het geen dwaasheid om in de buitenwereld naar jezelf op zoek te gaan? Kijk naar binnen. Alleen dan kun je God vinden. Deze eenheid is eenvoudig te begrijpen. Maar je moet om te beginnen wel een vast vertrouwen hebben. Wees ervan overtuigd dat God niet van jou is afgescheiden. Als je diep zoekt, zul je tot het besef komen dat God in je is en ook buiten je.

 

Belichamingen van liefde,

Richt je blik naar binnen en zoek naar je werkelijke Zelf. Zelfonderzoek leidt naar ware Sakshatkara (God zien). Als je dat hebt, heb je geen enkele zorg meer. Het is echt een vergissing als je zegt dat je God niet ervaren hebt. Hij is in jou aanwezig. Er was eens iemand die een bankbiljet van 10 roepies in een boekje gestopt had en dat daarna helemaal vergeten was. Hij droeg dat boekje altijd bij zich. Op een dag, toen hij 10 roepies nodig had, vroeg hij zijn vriend dat bedrag te leen. Die wilde het best geven, maar voordat hij het geld pakte wilde hij even het boekje zien dat hij bij zich droeg. Toen hij het opende, viel het 10 roepie biljet eruit. Hij was blij dat hij het geld dat hij nodig had, bij zich had en dat hij het niet van zijn vriend hoefde te lenen. Op vergelijkbare wijze zoeken de mensen tegenwoordig naar God, omdat ze hun eigen aangeboren goddelijkheid zijn vergeten. Alleen door zelfonderzoek kan een mens God beseffen.

 

Belichamingen van liefde, studenten,

Jullie doen van alles om goddelijkheid te ervaren. Zoek God niet buiten jezelf. Hij is in je. Alles is in je. Alles wat je in de buitenwereld ziet is een illusie. Laat je niet inpakken door de wereld van illusies. Alleen dan kun je vrede krijgen en zul je je uiteindelijk realiseren: “ik ben Ik”. Om deze simpele waarheid te kennen hoef je niet allerlei heilige teksten te kennen. Laat die maar liggen en geniet van de goddelijkheid binnenin jezelf. Ontwikkel innerlijk zien en visualiseer je ware Zelf.

 

(Swami besloot zijn toespraak met de bhajan “Bhaja Govindam...”)

 

Bron: publicatie website Sri Sathya Sai Books and Publications Trust, Prasanthi Nilayam.

Vertaald door de Stichting Sri Sathya Sai Baba - Nederland.